Melancholisch variété en gekrijs van de duivel

Voorstelling: Variété en Het Mondeling Verraad van Mauricio Kagel door Toneelgroep Amsterdam en het Schönberg Ensemble. Vertaling: Hugo Claus, Cees Nooteboom; Vormgeving: Paul Gallis; dirigent: Reinbert de Leeuw; regie: Gerardjan Rijnders. Gezien 14-12 Felix Meritis, Amsterdam. Te zien t-m 26-12 aldaar.

Melancholie is een stemming die eerder bij muziek hoort dan bij theater. Ze herinnert aan instrumenten als altviool, cello, basklarinet. Melancholie in het theater is bijna onmogelijk te spelen, juist door het onbestemde ervan. Herfstbladeren die neerdwarrelen willen weleens helpen, maar zo eenvoudig ligt het niet.

Tijdens het kijken en luisteren naar twee muziekstukken van Mauricio Kagel, gebracht door het Schönberg Ensemble en Toneelgroep Amsterdam, kon ik me na enkele maten en enkele scènes niet aan dat sleutelwoord "melancholie" onttrekken. In de Concertzaal van Felix Meritis speelden musici de compositie Variété, waarvan sfeer en maatvoering herinneringen aan de muziek van het oude variété-theater opriepen. Tezelfdertijd voerden acteurs en actrices op een kermisachtig podium beproefde variété-toeren uit.

Een krachtpatser met luipaardvel spant zijn spierballen voordat hij een kaarsje uitblaast, dat echter steeds weer opflakkert. Geslagen druipt de krachtmens af. Een actrice in het hardroze met kinderlijk-aandoenlijke laarsjes aan wikkelt een onzichtbaar draadje af over het podium, waaraan - o, wonder, grote schrik - een man met ezelskop is vastgemaakt.

Waar vroeger tijdens een dergelijke act opzwepend tromgeroffel weerklonk, was daar nu de muziek van Kagel. Het jachtige geroffel ontbrak; de piano creëerde een minder spectaculaire spanning, maar dat hinderde niet in het minst, integendeel, want die partij voor piano bezat een gloedvolle en tegelijk elegische intensiteit.

Iets wat werkelijk mooi is, is altijd moeilijk te benoemen. De formule van Variété heeft de eenvoud van het waarachtige, en is daarom op schitterende wijze geslaagd. Er waren in stilte huilende clowns op het toneel, er was een dame die met moeite twee zeepbellen te voorschijn blies, waarna honderd zeepbellen uit de toneelhemel dwarrelden. Een voortreffelijke goochelaar reeg naald en draad door zijn hoofd. Geen der spelers lachte of zocht hilarisch contact met de toeschouwers, en toch heette het stuk Variété. Hun zwijgen was ijzingwekkend sterk. Daarin had de regisseur een gelukkige hand, zoals de dirigent Kagels muziek nauw betrokken dirigeerde.

Uit het eerste deel van de voorstelling sprak een treurige atmosfeer. Geen woord was gevallen. Kagels naar de tango neigende muziek klonk, en als verbeelding daarvan vertolkten acteurs en actrices de eenzame artiesten uit het verdwenen variété-theater.

In contrast met de pantomime van Variété stond Het mondeling verraad, een epos over de duivel. Zoals Kagels Aus Deutschland een liederenopera was over de broeierige, grondeloze somberte van de Duitse romantiek, zo zou dit stuk in de Nederlandse vertaling van Hugo Claus en Cees Nooteboom Uit De Lage Landen hebben kunnen heten. Het was muziektheater over duivels, boze geesten en heksen in Nederland. Teksten uit de triviaalliteratuur begeleidden de explosieve muziek van Kagel, niet alleen met conventionele instrumenten uitgevoerd maar vooral ten gehore gebracht op ingewikkelde slaginstrumenten, een koehoorn, een zingende zaag en een aambeeld.

Hier was het de uitvoerenden volle ernst. De lichte humor uit het eerste deel ontbrak. Met geladen stemmen werden de spreuken en korte verhalen over alles wat met satan te maken had voorgelezen. Hij werd een veelkoppig monster, overal aanwezig, van bliksemflits via bokkepoot tot rat en duivelskip. Oude volkswijsheden en bezweringsformules leidden naar het laatste, met schitterende, ingehouden woede vertelde geschiedenis over de duivel en de liefde. Met als slotzin: “En de tranen maar vloeien over onze verloren jeugd. En ik ben hierheen gekomen om dit verhaal te vertellen... waarom?"

Het is lange tijd geleden dat muziektheater zo geconcentreerd en dwingend werd uitgebeeld. Niet als vormexperiment, maar als de volwaardige versmelting van toneel en muziek. Het gekrijs van de duivel: dat is nu voorgoed de zingende zaag uit het Schönberg Ensemble. En hoe onhandig de clowns in het Variété zijn met hun verschaalde goocheltoeren, toonden de spelers van Toneelgroep Amsterdam.