Lubbers wil op korte termijn energie-verdrag

DEN HAAG, 16 DEC. Minister-president Lubbers vindt dat het basisverdrag voor de energiesamenwerking tussen vijftig landen die vandaag en morgen in de Haagse Ridderzaal het Energiehandvest bespreken, binnen enkele maanden klaar moet zijn.

“Dat acht ik erg belangrijk”, zei Lubbers vanmorgen bij de opening van de ministeriële conferentie over zijn energieplan. “Want dit handvest is belangrijk, maar nog niet voldoende om op grote schaal Westerse investeringen in Oost-Europa uit te lokken.”

De premier zei te hopen dat volgend jaar de eerste projecten voor verbetering van de energiesituatie in Oost-Europa kunnen beginnen. Het Energiehandvest levert volgens Lubbers een belangrijke bijdrage aan de samenwerking op economisch terrein tussen Westelijke landen en Oost-Europa, maar het is ook een bouwsteen in de politieke veranderingen die de machtsverhoudingen in de wereld zullen bepalen, en een stap op de weg naar een sociaal Europa.

Bijna alle vijftig landen die hebben meegewerkt aan de totstandkoming van het energiehandvest waren vanochtend in de Ridderzaal vertegenwoordigd bij de opening van de conferentie die werd bijgewoond door koningin Beatrix. Ruim 35 landen waren door een minister of staatssecretaris vertegenwoordigd en een tiental door een ambassadeur of hoge ambtenaar.

Premier Lubbers onderstreepte dat de energiesamenwerking niet alleen moet leiden tot een grote Europese markt voor olie, gas en kolen, maar dat het handvest ook een belangrijke bijdrage moet leveren aan de verbetering van het milieu in Oost-Europa. Het gaat niet alleen om economische vooruitgang, maar om een duurzame, verantwoorde ontwikkeling, aldus Lubbers.

De vertegenwoordiger van de Europese Commissie, commissaris Antonio Cardoso e Cunha, noemde als een van de belangrijkste prioriteiten in de energiesamenwerking voor de korte termijn het verbeteren en koppelen van de elektriciteitsnetten in Oost-Europa en het beveiligen van de Russische kerncentrales in dat gebied.

Cardoso schetste een nauwe relatie tussen de ontwikkeling van een nieuw energiebeleid in Oost-Europa en het streven naar de interne energiemarkt binnen de EG, vanaf 1992. Politieke restricties die nu nog op nationaal niveau bestaan voor de vrijhandel in energieprodukten, leveren op den duur grote problemen op, zei hij. Ze moeten verdwijnen, aldus de commissaris, want een te sterke nadruk op soevereiniteit van individuele landen over hun energiebronnen kan leiden tot unfaire praktijken. Cardoso probeerde de uitvoering van het energiehandvest naar de Europese Gemeenschap te trekken. “De EG heeft hier een vitale rol”, zei hij. Tussen de vijftig landen die het handvest morgen ondertekenen bestaat echter nog geen overeenstemming over de vraag waar het secretariaat van het handvest zal worden gevestigd.