Kibboetscrisis (1)

In NRC Handelsblad van 2 december wijdde Shimshon Arad een beschouwing aan "de crisis waarin de kibboetsim verkeren', in reactie op een interview met de Israelische schrijver en oud-kibboetsnik, Amos Oz.

Oz zoekt het "falen' der kibboetsim niet in economische (de kibboetsim zijn doorgaans economisch vitaal), maar in sociale factoren. “Wat de kibboets nodig heeft is een terugkeer naar (. . .) meer traditionele menselijke betrekkingen, naar de gevestigde normen van het gezin”, aldus Oz.

Een grondlegger van de kibboetsbeweging, A.D. Gordon, beschouwde lichamelijk werk, harmonie met de natuur, collectief bezit, coöperatieve arbeid en complete gelijkheid als essentie van de kibboets. Vrij vertaald: hard werken, zelfopoffering en eerlijk delen. De eerste generatie der kibboetsniks had hier geen of weinig moeite mee; ze hadden er dan ook zelf voor gekozen. Maar het waren zeker niet "de gevestigde normen van het gezin' die de pioniers deden besluiten in een vijandige omgeving, onder primitieve omstandigheden, de spa in de rotsige grond te zetten.

Er is een andere verklaring voor de "crisis' in de kibboetsim, en daarmee ook de weg naar de oplossing ervan. Veel jonge kibboetsniks verlaten de kibboets, op zoek naar ontplooiingsmogelijkheden die in de kibboets niet voorhanden zijn; ze willen ontsnappen aan het dorpse roddelcircuit van de kleine kibboetsgemeenschap, of willen gewoon meer vertier.

Jonge kibboetsniks met een economische "optimizers'-mentaliteit verlaten de vertrouwde nederzetting. Dat is de praktijk van de kibboetscrisis waarop Oz doelt. Die crisis kan echter niet, zoals Oz suggereert, worden bezworen door terug te keren naar traditionele gezinswaarden: dergelijke waarden stonden nooit voorop in de kibboets. Laten we wel wezen: kibboetsim zijn opgericht, en tot bloei gebracht, door mensen die vrijwillig, zelf kozen voor een collectivistisch bestaan, zoals een monnik voor het klooster kiest.

Dat kan en mag je van de tweede en derde generatie niet verwachten. Als de levenswijze in de kibboets hun niet zint; laat ze uitvliegen! Zij missen immers kennelijk de mentaliteit die de kibboets tot een succes maakte. Deze "verloren zielen' moet je niet proberen vast te houden door de kibboets dicht te metselen met traditionele gezinswaarden; dat zou pas echt het einde van de kibboets betekenen!

De kibboets moet net als in de beginjaren open staan voor nieuw bloed en dus nieuw elan; voor mensen die vrijwillig voor een collectivistisch bestaan kiezen. Vijftien jaar geleden al kreeg ik in de kibboets te horen: "Our main problem is finding and keeping the right people'. Vandaag de dag geldt dat misschien nog sterker.

Het zijn niet Ames Oz' "ontbrekende gezinswaarden' die een crisis in de kibboets veroorzaken, maar het is het gebrek aan idealisme bij de bewoners ervan, of, beter gezegd, een gebrek aan idealistische bewoners.