Groei en Schwung

Ik sprak een zakenman. Of liever: hij sprak mij. Ons gesprek duurde van zes uur 's avonds tot vier uur 's nachts, en van die tien uur was de zakenman er zeker negen aan het woord. Hij was begin dertig, reed in een Mercedes Sport van tweeëneenhalve ton en stond op het punt met zijn bedrijf een nieuw pand van zes verdiepingen te betrekken.

Waarom gaan veel praten en zakelijk succes hand in hand?

Een belangrijke, vaak over het hoofd geziene functie van spreken is: voorkomen dat de ander spreekt.

Bij ruzies zie je dat. De ruziër blijft tieren en razen, begint in het wilde weg bijzinnen die allemaal weer afgemaakt moeten worden, rijgt lange snoeren van adjectieven en voert tot in het oneindige argumenten aan, ook als het punt allang gemaakt is. Want die ander heeft één eenvoudige, dodelijke opmerking klaarliggen, en die mag hij niet maken.

De opdracht van een verkoper kun je definiëren als het verschuiven van de gedachte "Wat moet ik met deze man?' naar: "1000 stuks of 2000 met extra korting?' Te bruusk sjorwerk stuit op verzet, de beoogde verschuiving moet met een groot aantal kleine duwtjes gerealiseerd worden, en dus moet de verkoper veel aan het woord zijn.

“Wacht even”, zei hij aan het begin van zijn betoog, “even op het traject inschieten.” Hij kwam net uit een "boordvergadering', waar besloten was een onderdeel van een van zijn bedrijven "in de vitrine te zetten'.

“Ja natuurlijk”, zei de zakenman, “drie ton verlies per jaar, da's een bluddie sjeem. Evengoed, een drama van de bovenste orde.” Toen hij het vitrine-bedrijf kocht zat er nog "een flink stuk groei en schwung' in, maar inmiddels was het "niets dan narigheid.' Dit laatste woord bleek in zijn vocabulaire een louter financiële betekenis te hebben aangenomen. “Er zit daar voor miljoenen narigheid”, zei hij op een bepaald moment.

Het camoufleren van puur financiële mededelingen met behulp van termen die aan het menselijk verkeer ontleend zijn, kom je vaker tegen. Van een zaak die veel geld oplevert wordt de moderne zakenman bijvoorbeeld "blij', zoals het woord "lucratief' vaak vervangen wordt door "leuk'. “Ja, dat was een leuk contractje.”

Ook het begrip "sturen' gebruikte de zakenman veel. Hij gaf "een stukje sturing' aan allerlei activiteiten, maar soms alleen maar een "een stuur'. “Ik geef zo'n man daar dan gewoon een stuur in.” "Bestuurbare mensen' bleken niet zozeer mensen die zich lieten besturen, als wel verpletterde tegenstanders. “Zo'n type gaat bij mij zó”, zei de zakenman met een gebaar alsof hij een droge sigaar tussen zijn handen verpulverde. “Althans, hij is in elk geval redelijk bestuurbaar.” Merkwaardig genoeg betrof dat gestuur meestal zaken die hij even tevoren "op de rails gezet' had, zodat ik me, wegdromend bij het gestage klateren van zijn stem, begon af te vragen of we hier misschien met de taalkundige contouren van een managementprobleem te maken hadden.

Na verloop van tijd begon iemand - een vreemde die erbij was komen zitten - hem te onderbreken. Hier nam hij direct maatregelen tegen. “Hoor eens”, zei hij, “ik wil geen toploze gesprekken horen.” De man ging door. “Ik wil weten of u alleen holle lucht communiceert of dat u misschien ook een doel aan uw punt heeft”, zei de zakenman. “Want u bent wel goed in het ontsporen van het gesprek, maar ik wil nu graag de kern van uw eindpunt weten.”

“In principe bent u een plezierige persoonlijkheid”, ging hij verder, toen de kern van dat eindpunt maar niet in zicht wilde komen, “maar op deze manier kunnen wij natuurlijk geen bevredigende samenleving met elkaar construeren.”

Toen de lastpost was afgedropen had de zakenman even moeite met het opnieuw inschieten op het traject, maar met de manier waarop hij zich daar uit redde bewees hij als aan-het-woord-blijver tot de absolute topklasse van een Elco Brinkman, een Felix Rottenberg en een Leo Beenhakker te behoren.

“Waar was ik?” zei hij, “Oh ja, bij de convergentiepunten van de belachelijkheid van het spelen van een uitwedstrijd.” Het kan een oprechte poging geweest zijn de draad van zijn betoog weer te pakken te krijgen, maar mij leek het een truc. Om je gehoor even met stomheid te slaan zodat je tijd hebt om het initiatief weer stevig in handen te nemen. Ik weet het niet. Het zou natuurlijk wel briljant zijn.