Gorbatsjovs afscheidstournee is al begonnen

Ina wil nú het ziekenhuis uit. Ze ligt er wegens een medicijnen-vergiftiging. Dat is niet gezellig. Afgelopen weken heeft ze in het ziekenhuis aan de Korolenko-straat schoten op de gang gehoord. De twee vrouwen op haar zaal die syfilis hebben, zijn laatst zelfs voor haar bed onderling slaags geraakt met de man die aan hetzelfde lijdt. Ze dachten zo de vraag te kunnen oplossen wie de bron van het kwaad is geweest. Intussen voelt Ina zich platgespoten door de medische staf. Op zich is dat al genoeg reden het ziekenhuis te ontvluchten. Maar dat kan niet omdat de artsen haar pas laten gaan als ze de kuur van twaalf maal vier spuiten per dag heeft doorlopen. Geld om de doktoren en de administratie, waar ze haar paspoort heeft moeten afgeven, af te kopen, heeft ze niet. Toch wil ze er hoe dan ook voor Oudjaar uit. Niet alleen uit angst voor de steeds weerkerende injectienaald die niet altijd even schoon lijkt. Ze heeft een belangrijker motief: “Als straks de revolutie of de burgeroorlog uitbarst, wil ik meedoen”.

Het is de romantiek van een 24-jarige. Er schuilt niettemin een kern van waarheid in. Burgeroorlog is nog een te zwaar woord voor al het geschiet in Moldavië en de Kaukasus. Dat blijven chronische incidenten in de periferie die het centrum van de Oekraïne en Rusland nog niet bereiken. Soms roepen die in de marge zelfs enige hilariteit op, zoals het besluit van de Georgische president Zviad Gamsachoerdia om de champagne en cognac van vaderlandse bodem te promoveren tot “strategische goederen” die niet mogen worden geëxporteerd.

Maar revolutie, daarmee is niets te veel gezegd. Althans, als revolutie het begrip is om een compleet machtsvacuüm aan te duiden dat schreeuwt om opvulling. Dat is namelijk wèl het geval. Tot het "akkoord van Brest' dat de presidenten Jeltsin (Rusland), Kravtsjoek (Oekraïne) en Sjoesjkevitsj (Wit-Rusland) sloten, was er nog slechts sprake van parallelle machtsstructuren, zo'n dubbele macht waar Lenin indertijd in 1917 wel raad mee wist. Sinds een week is er echter niets meer. “De vernietiging van de oude structuren is gaande, maar de opbouw van de nieuwe is nog niet eens begonnen”, zoals minister van buitenlandse zaken Edoeard Sjevardnadze het zaterdag formuleerde op het oprichtingscongres van zijn Beweging voor democratische hervorming.

Die formatie wil daar uiteraard wat aan doen omdat “we anders in anarchie zullen wegzinken”, aldus burgemeester Anatoli Sobtsjak van Sint-Petersburg die daarom steeds maar pleit voor een geleidelijke overgang. Ze heeft het gemenebest van de drie slavische kernlanden daarom morrend omarmd. Maar het ontbreekt haar momenteel aan de macht die onontbeerlijk is om meer te doen. Laat staan dat de Sjevardnadzes een politiek programma hebben waarmee ze de boer op kunnen. Deze beweging was namelijk bij haar geboorte afgelopen zomer al niet veel meer dan een coalitie tegen het partij-apparaat. Nu de partij formeel niet meer bestaat, is deze alliantie slechts een verzameling van goede bedoelingen en oude belangen. En dat is in de huidige situatie wat al te defensief. Zeker nu de nieuwe machthebbers Jeltsin en Kravtsjoek onbeschroomd in de aanval zijn en zich daarmee weer eens hebben laten kennen als meesterlijke tactici.

Maar is het ook positief dat deze twee presidenten het initiatief via hun semi-constitutionele coup van zeven dagen geleden aan zich hebben getrokken? Dat is de vraag. Niet alleen omdat je in de middelen altijd het doel kan herkennen (zelfs als het om mensen gaat die zich democraat noemen), maar ook omdat Jeltsin en Kravtsjoek geen programma hebben.

De laatste is slechts met één ding bezig: de Oekraïne zo snel mogelijk uit het staatskundige verband bevrijden waarin die natie zich nu al eeuwen gevangen voelt. Dat doel biedt nog perspectief. De Oekraïne is Rusland niet, dat voel je er onmiddellijk. Nationale onafhankelijk kan er dus de krachten oproepen die noodzakelijk zijn om een democratische markteconomie vorm te geven.

Jeltsin daarentegen zou zelfs die kans wel eens kunnen missen. Hij zit in de onmogelijke positie drie dingen tegelijk te moeten doen: een failliete volkshuishouding van het definitieve bankroet redden, een totaal vastgelopen bestuurs-systeem reorganiseren èn het gekrenkte Russische zelfbewustzijn bevredigen. Van geen van deze drie opdrachten is tot nu toe iets terecht gekomen, omdat hij net als alle andere politici uit de perestrojka uitgaat van het primaat der politiek.

Een economisch plan is er bijvoorbeeld niet, de vele woorden daarover ten spijt. Zelfs de prijsliberalisatie, die door de bevolking met angst en beven tegemoet wordt gezien, verkeert nog in de fase van bangmakerij. Eerst zouden de prijzen begin december worden losgelaten, vervolgens werd de dag van vandaag, maandag 16 december geprikt, daarna werd de zaak op verzoek van de Oekraïne en Wit-Rusland weer uitgesteld tot 2 januari aanstaande en we moeten niet vreemd opkijken als ook die datum niet wordt gehaald. Het is in ieder geval typisch een punt waarop Jeltsin komende zaterdag in zijn onderhandelingen over toetreding van de vijf centraal-Aziatische republieken tot het Gemenebest een concessie zou kunnen gaan doen. Zo'n toezegging zou immers een mooi alibi zijn om zijn eigen angst voor de volkswoede via-via te camoufleren.

De bestuurlijke hervormingen laten eveneens op zich wachten. Het ontmantelen van het oude apparaat, dat het land decennia lang via zijn clientèle heeft geregeerd, is natuurlijk een ware titanenstrijd. Dat dit gevecht moeizaam verloopt, is Jeltsin dus amper euvel te duiden. Ware het niet dat Jeltsin nauwelijks de indruk wekt de kern van de kwaal (het patronage-systeem) onvervaard aan te willen vatten. Zijn voorkeur gaat vooral uit naar zijn oude vrienden uit Sverdlovsk (thans Jekaterinaburg) en het Moskouse partij-apparaat uit de tijd dat hij er eerste secretaris was. Die omringen hem nu, terwijl hij zich vervreemdt van zijn andere adviseurs. Sobtsjak houdt bijvoorbeeld behoedzaam afstand, ex-premier Ivan Silajev van Rusland ook. Burgemeester Gavril Popov van Moskou, die er in de hoofdstad overigens een puinhoop van heeft gemaakt, heeft nu zelfs zijn aftreden aangekondigd, hetgeen de chaos in de stad er alleen maar groter op zal maken.

Met de derde doelstelling, de Russische renaissance, gaat het beter. Maar ook die culturele taak staat nu door het akkoord van Brest onder druk. Het zijn namelijk niet alleen de klassieke chauvinisten die zich opwinden over de uitverkoop die Jeltsin een week geleden heeft gehouden toen hij de Oekraïne koste wat kost bij de slavische gemeenschap wilde houden. Sobtsjak waarschuwde er zaterdag op het congres van de Beweging voor democratische hervorming ook voor. Buiten Rusland wonen bijna 28 miljoen Russen. Die zouden wel wel eens “beschouwd kunnen gaan worden als vijfde kolonne”, aldus Sobtsjak. En dat zou dan de toch al welig tierende “anti-democratische tendenties” in eigen land en elders weer kunnen stimuleren, voegde de burgemeester van Sint-Petersburg er aan toe. Want waarom zouden de Russen zich inhouden,terwijl de andere voormalige Sovjet-volkeren hun eigen nationale identiteit voluit beleven, zeker nu het dagelijks leven steeds ondragelijker wordt?

Het scenario dat zich op die voedingsbodem kan ontrollen, ligt voor de hand. Nee, geen oridinaire staatsgreep, ook al noemde Jeltsins ambitieuze doch gefrustreerde vice-president Aleksandr Roetskoj de toestand in het leger eergisteren op het congres van Sjevardnadze "explosief'. Maar een sluipend proces van militarisering der samenleving is wel een reëel toekomstperspectief. De eerste signalen zijn al gegeven. Vanaf gisteren worden de voedseltransporten naar Sint-Petersburg begeleid door gewapende soldaten, een beslissing die is genomen nadat de afgelopen tijd hele wagonladingen onderweg waren overvallen om naar een andere plaats van bestemming te worden vervoerd.

Andere steden zullen weldra volgen. Eén brood-oproer in Chabarovsk in het verre oosten van Siberië of een bestorming van het gemeentehuis van Oefa in Basjkirië kan voldoende zijn om de plaatselijke bestuurders in de armen van het leger te drijven. Waarop de militairen, die dan na al die vernederingen van de afgelopen jaren eindelijk weer een nuttig doel hebben, op hun beurt hun eigen materiële en politieke eisen kunnen stellen. Zo kunnen ze dan stad voor stad of regio voor regio de macht naar zich kunnen toetrekken. Met als resultaat een waanzinnig groot land in handen van lokale krijgsheren die naar eigen goeddunken kunnen regeren en daarbij stilzwijgend worden gesteund door de bevolking die haar bekomst heeft van "de' politiek.

Jeltsin probeert dit gevaar te bezweren door iedereen op gezette tijden met een offensieve truc heel even de adem te benemen. Dat straalt nog steeds kracht uit. Hij kan bovendien gokken op het welhaast sacrale geduld van de gemiddelde Rus. Maar hoe lang nog?

Het antwoord van president Michail Gorbatsjov hierop heeft vooral iets ontroerends. Hij lijkt het gevaar van het totale niets te willen afwenden via een paradoxale afscheidstournee. Dagelijks geeft hij wel een interview. Nu eens kondigt hij daarin aan zijn lier aan de wilgen te zullen hangen, dan weer veinst hij strijd, de ene keer sombert hij over een ophanden zijnde staatsgreep om vervolgens vol vertrouwen te zijn over de onoverwinnelijkheid van de democratische krachten. En in de tussentijd ziet hij ook nog kans de Duitse hardrock-groep The Scorpions te ontvangen omdat die hem vijftigduizend mark "humanitaire hulp' komen overhandigen.

Misschien weerspiegelt de ernst van de situatie zich daarin nog wel het beste. Een president van een 290 miljoen inwoners tellende nucleaire supermacht die tijd vrij maakt voor een stelletje "headbangers' uit Hannover. Als dat geen crisis is, weet ik het niet.