Dubrovnik

Het is gezellig druk in Dubrovnik. Overal waar we kijken, heerst geanimeerd geroezemoes. Bladen met hoog opgetaste etenswaren worden af- en aangedragen, de muren zijn tot aan het plafond met sfeerverhogend rood pluchte bedekt en boven de bar prijkt de onbezorgde leuze: “Als de wijn op tafel komt, verdwijnen de geheimen.”

Toen we een paar dagen eerder vanuit de tram de naam van het restaurant op de gevel hadden zien staan, dachten we onmiddellijk aan het gruwelijke nieuws over de aan flarden geschoten stad. Het vermoeden rees dat hier binnen een grafstemming zou heersen; het kon toch niet zo zijn, dat de berichten geheel aan het Joegoslavisch restaurant Dubrovnik in de Van Woustraat in Amsterdam voorbij waren gegaan?

De proef op de som genomen. De wijn is fruitig en de goulash-soep prettig gekruid; de porties mixed grill en beef Stroganoff zijn ontworpen voor de grote eter. Aan een nagerecht, zoals de aanlokkelijke palacinka's, komen we niet eens meer toe. De muren zijn getooid met naïeve schilderijtjes van Joegoslavische landschappen en een enkel pittoresk tokkelinstrument; er hangen geen foto's van de stad in oude luister.

Alleen na enig aandringen laat het bedienend personeel, voorzien van slavische tongval, zich verleiden tot een korte bespiegeling over de naam van het restaurant. “Ja jammer,” beaamt een dienster, “het was zo'n mooie stad.” Ze vertelt dat al sinds enige tijd wordt nagedacht over de aanduiding Joegoslavisch restaurant; misschien moet het binnenkort maar Kroatisch restaurant worden - of gewoon, kortaf, restaurant Dubrovnik. Als ik bij ons vertrek de hoop uitspreek dat het snel beter zal gaan in haar land, zegt ze: “Wij hopen ook meneer... van harte.”

Om ons heen trachten in feeststemming verkerende Amsterdammers hun laatste vakantie te herbeleven. De meesten zijn in groepen, hier en daar wordt het genoeglijk samenzijn gefotografeerd. Maar ze zullen hun volgende vakantie waarschijnlijk elders doorbrengen.