De S.O.

Je was jong en je wilde wat, dus je werd lid van de Jonge Socialisten. Ik heb dat bewonderd in Felix Rottenberg. Terwijl ik als puber mijn elektrische gitaar tot grote hoogten bespeelde (of iets dergelijks uitprobeerde onder de rokken van een meisje), bracht mijn generatiegenoot Felix het tot voorzitter van, zeg maar, het Ambitieuze Deel Van Jong Nederland. Wat moet iemand in huis hebben om zo jong tot zulke dadendrang te geraken?

Elke puber heeft op z'n zestiende het besef dat de wereld tenonder gaat als hij niet persoonlijk ingrijpt, en in de regel groei je daar gitaarspelend en met meisjes rommelend overheen, maar Felix bleef wonderlijk standvastig. Ik benijd hem echt.

In een profiel in Vrij Nederland van deze week gunt Felix ons een blik in het binnenste van zijn vroegrijpe think tank. Hij biedt schitterende staaltjes jongsocialistische dialectiek. Eén van de mooiste is: “Het moet mogelijk zijn dat Kok het beeld dat hij niet toegankelijk genoeg is, doorbreekt.”

Felix zegt niet: “Kok is een ontoegankelijke zak en het wordt tijd dat ik daar een einde aan maak.” Nee, slechts het beeld van Kok suggereert ontoegankelijkheid. Kok is niet echt ontoegankelijk, maar het moet wel doorbroken worden. Zo jong en toch al een ervaren politicus die er met Nieuwpraat omheen glijdt.

Felix zegt meer mooie politieke dingen volgens dat stuk in VN. Over Den Uyl vertelt hij met geestdrift: “Hij hield van gedichten, maar had het ook voor het zeggen in het land. Dat sprak jongeren als mij aan.”

Ik herinner me levendig dat Felix voor de televisie kwam en bekend maakte dat hij bloedgraag voorzitter van de PvdA wilde worden. Slordige haren, geen stropdas, hij leek wel een beetje versuft. Het moge nu duidelijk zijn dat hij net vóór de persconferentie een bundeltje poëzie had doorgenomen, net als Oom Uyl. Eventjes in die andere wereld der hogere zaken gezweefd en daarna naar de gewone mensen in het land, die snakken naar duidelijke leiders. De overgang van de ene wereld naar de andere gaat hem nog wat moeilijk af, maar dat komt vanzelf wel goed, geloof me.

Als klap op de vuurpijl openbaart Felix aan het slot van het profiel de kern van zijn hervormingsbeleid binnen de PvdA: “De PvdA heeft behoefte aan substantiële opportunisten.”

Terwijl ik dacht dat de leiding van de PvdA al veel te veel uit substantiële opportunisten bestond, legt Felix uit dat ze er nog veel meer nodig hebben.

Als een heus kind van zijn tijd hamert hij erop dat de PvdA substantieel opportunistisch gerestyled moet worden. En hij komt met een onthutsend eenvoudig maar o zo effectief plan: vijftig partijafdelingen zullen een eigen computer krijgen met directe toegang tot het databestand van de geheime PvdA-moedercomputer!

Stel: je bent PvdA-lid in Emmen en je wilt weten wat nou eigenlijk een substantiële opportunist is, want daar wordt zoveel over gepraat binnen de partij. Je vraagt om toegang tot de databank van de PvdA, opgesteld in de zwaarbewaakte kelders van het hoofdkwartier in Amsterdam, je tikt je vraag in, en floep, daar staat het: “De S.O. zit al in tachtig commissies vóór hij zijn rijbewijs mag halen, vervolgens rebelleert hij tegen de leiders bij wie hij op schoot heeft gezeten, daarna komt hij in de partijtop, en na enkele jaren crisismanagement maakt hij de gedroomde overstap naar het bedrijfsleven (zie ook onder Van der Zwan*) of naar de sport (zie ook onder Van der Louw*) of naar de ambtenarij (zie ook onder Van Kemenade*) (zie ook onder Nieuw Links*) (nieuw: zie ook onder Rottenberg*).”

Ik popel van ongeduld om ook even achter zo'n computer te mogen. Vraag: aan hoeveel substantiële opportunisten kan de Partij van de Arbeid vandaag de dag een doorstroomfunctie bieden?