d'Ancona reikt pop-onderscheiding uit; Super & The Allstars winnen de Grote Prijs

Concert: Finale van de Grote Prijs van Nederland. Met: Super & The Allstars, Ted Hayes, The Prodigal Sons, The Wrong, Total Touch en Whistler-Courbois-Whistler. Gehoord: 14-12 in Paradiso, Amsterdam.

Er wordt veel geklaagd over de Grote Prijs van Nederland, een in 1983 ingestelde talentenjacht. Critici betreuren jaar in jaar uit het gebrek aan durf en originaliteit van de deelnemende popgroepen, vertegenwoordigers van platenmaatschappijen vinden juist dat de jury te weinig let op de "hitkwaliteiten' van de groepen. De winnaars van de Grote Prijs vergaat het dan ook lang niet altijd goed. Het is bijna een wet dat niet de eerste-prijswinnaar, maar een van de verliezers een platencontract krijgt aangeboden en furore maakt. Zo is van de winnaar van vorig jaar, La Lupa uit Kampen, verder niet veel meer vernomen, maar verscheen van derde-prijswinnaar Gotcha! uit Haarlem onlangs een cd.

Beginnende popgroepen maakt het allemaal niets uit. De animo om deel te nemen is onveranderlijk groot: de Grote Prijs is een van de weinige mogelijkheden om zich aan publiek, pers en platenmaatschappijen te presenteren. Ook dit jaar deden weer 143 popgroepen mee, waarvan er na de voorronden en halve finales tenslotte zes overbleven voor de finale in Paradiso.

Als "Top-Veertig-potentie' het doorslaggevende criterium was geweest voor de jury, was Total Touch uit Amsterdam de winnaar geworden: een keurig geklede en gekapte band, geschikt voor alle leeftijden. Maar hun feestnummers, waarin de samenzang van de drie zangeressen (de enige vrouwelijke deelnemers aan de finale van de Grote Prijs) de boventoon voerde, waren wat al te saai en gingen verloren in het bombastische, dichte geluid van de klavierspeler, bassist, gitarist en twee slagwerkers. Ze kwamen niet verder dan de achterhoede (vierde tot en met zesde plaats).

In alle opzichten het tegendeel van Total Touch was Ted Hayes, eveneens uit Amsterdam: een kwintet slordig geklede jongemannen dat op onder meer plastic buizen een hels kabaal voortbracht. De zanger-saxofonist had een voorkeur voor het ooit als avantgardistisch geldende piep-knor-genre en de bassist, die vrijwel het gehele optreden niet zichtbaar werd gehinderd door een gebroken snaar, bewerkte het restant van zijn instrument met een boor. Maar gelukkig was ook originaliteit dit jaar niet het belangrijkste criterium voor de jury en belandde Ted Hayes in de achterhoede.

De overige vier deelnemers vielen tussen de twee uitersten van Total Touch en Fred Hayes in. The Prodigal Sons, vier jongens in spijkerpak uit Zwolle van wie twee tijdens het optreden stug bleven roken, kregen voor hun degelijke gitaarrock ook een van de laatste drie prijzen. Whistler-Courbois-Whistler, een zeer langharig trio met een heuse grimassende gitaarheld uit Arnhem, werd voor hun instrumentale heavy metal beloond met een derde plaats. De tweede plaats ging naar The Wrong, een gitaarkwartet uit Tilburg, waarvan de liedjes herinneringen opriepen aan het begin van de jaren zeventig.

De eerste prijs, bestaande uit een soort Europacup, 5.000 gulden en twee dagen in een professionele opnamestudio, was voor Super & The Allstars uit Den Haag, zes muzikanten, onder wie een "toaster' in glimmend trainigspak, die reggae-achtige dansmuziek speelden. Ze moesten onder de moeilijkste omstandigheden optreden: niet alleen stonden ze voor de ondankbare taak om als eersten twintig minuten te spelen, ze moesten bovendien opboksen tegen een lauw reagerend publiek, omdat ze lang niet zoveel familieleden en kennissen hadden opgetrommeld als de andere bands. Hun oproep om mee te klappen kreeg dan ook weinig respons, maar Super & Allstars liet zich er niet door uit het veld slaan. De drummer nam nog zelfs de moeite om achter zijn drumkit vandaan te komen om samen met de in een ziekenhuispak gehulde bassist een aanstekelijk, springerig dansje uit te voeren. “Een strakke band met afwisselende muziek”, zei minister van WVC Hedy d'Ancona over Super & The Allstars, toen ze de prijzen uitreikte. Traditiegetrouw werd de jury-uitslag ontvangen met onsportief boegeroep van de familieleden en kennissen van de verliezers, maar de minister had dit keer wel gelijk.