Bakers zorgen

WIE DE KERNWAPENS heeft, heeft de aandacht. Gemeten naar de volgorde van de besprekingen van minister Baker met de verschillende hoogwaardigheidsbekleders in en van de voormalige Sovjet-Unie dreigt de beslissingsmacht over de kernwapens daar te verschuiven naar de leiders van de republieken. Baker die zich onmiddellijk na de vorming van het Gemenebest van Rusland, Wit-Rusland en de Oekraïne ruim een week geleden zeer bezorgd had uitgelaten over de positie van de strategische strijdkrachten daar, verklaarde gisteren na een eerste onderhoud met de Russische minister van buitenlandse zaken, Andrei Kozyrev, dat het met het beheer wel goed zat. Of de Amerikaanse bewindsman dit werkelijk meende dan wel of hij zijn bezorgdheid in het openbaar enigszins wilde relativeren, is onduidelijk.

De werkelijkheid is dat het beheer van de Sovjet-kernwapens nogal gecompliceerd is geregeld. De categorie wapens die de Verenigde Staten kunnen bereiken, staan onder een controlesysteem dat met het Amerikaanse zou kunnen worden vergeleken. Behalve een civiel is er ook een militair "slot' dat moet worden opengebroken wil het betrokken wapen kunnen worden ingezet. Alle andere kernwapens zouden niet met een dergelijke verzekering zijn uitgerust - waarmee niet wil zijn gezegd dat de politieke leiding van de republieken waar zij zijn opgesteld er zonder meer de zeggenschap over kan verkrijgen. Wel mag worden aangenomen dat het al dan niet slagen van een poging daartoe sterk afhankelijk is van de mate van medewerking van de betrokken militaire commandanten. Tegen de achtergrond van republikeinse claims op delen van de Sovjet-strijdkrachten is bezorgdheid dus niet overdreven.

AFGEZIEN VAN het risico van een proliferatie van het beheer van kernwapens over de verschillende republieken is er het gevaar dat kernwapens, hun transportmiddelen, technologie en kernwapendeskundigen een weg vinden naar staten die een atoommacht willen opbouwen, zoals Noord-Korea, Pakistan en landen in het Midden-Oosten. Van de kant van de Amerikaanse regering werd parallel aan Bakers bezoek aan Moskou hiervoor eveneens gewaarschuwd. Washington staat dan ook met geld en kennis gereed om de republieken in de voormalige Sovjet-Unie te steunen bij de afgesproken inkrimping van de Sovjet-arsenalen.

Maar politiek heeft zo haar eigen wetten. Ieder pressiemiddel kan worden omgekeerd. Zo verraste minister Kozyrev zijn Amerikaanse bezoeker met de eis dat de nieuwe staten die sinds een week het Gemenebest vormen door de Verenigde Staten worden erkend. Waar de Amerikanen de republieken al confronteerden met een reeks van voorwaarden - onder meer de nakoming van de overeengekomen wapenreducties - alvorens er van erkenning sprake kan zijn, toont Kozyrev bereidheid om de volgorde om te draaien. De risico's die deze benadering met zich meebrengt, neemt de Russische regering kennelijk voor lief.

LANGZAMERHAND moet het tot Washington en dus ook tot de Europese hoofdsteden doordringen dat de spelregels ingrijpend veranderen. In de plaats van de versleten Sovjet-Unie zijn er in Oost-Europa een drie- tot viertal nieuwe staten verrezen die ondanks de crisis waarin zij verkeren bereid zijn tot krachtig tegenspel, tegenover elkaar en tegenover andere mogendheden. Dat kernwapens daarbij, weliswaar op de achtergrond, een "politieke' rol krijgen toebedeeld, is - zacht gezegd - beangstigend.