"Zorg voor milieu ontbreekt totaal in begroting'

Paul Rosenmöller (35) is socioloog en ex-havenarbeider. Vier jaar lang was hij vakbondsbestuurder voor de vervoersbond FNV in de Rotterdamse havens. Sinds twee jaar zit hij voor Groen Links in de Tweede Kamer. Tijdens het debat over de begroting van het ministerie van sociale zaken deze week viel hij op door zijn pleidooi voor een beleid met “meer fantasie” en een politiek die “verder kijkt dan kortstondige vreugde of verdriet om groei of krimp van de werkgelegenheid op dit moment”.

DEN HAAG, 13 DEC. “Het is ontluisterend dat één van de hoofdpijlers van het kabinetsbeleid, de zorg voor het milieu, in zo'n begroting totaal ontbreekt.” Uitgeput zit Paul Rosenmöller aan tafel. Met zijn hand trekt hij lijnen over het kleed. Een hele dag discussie in de Kamer over vragen als "Zet een verlaging van het minimumloon de wet op de koppeling met aanpassing in de kou, of niet?' “Ik heb ze nog wel saaier meegemaakt”, lacht Rosenmöller.

Toch komt ook hij aardig mee in het jargon. “Door het ontbreken van de ecologische invalshoek verdwijnt de vraag naar het duurzame karakter van de werkgelegenheid”, zegt hij. Is dit de man die zijn collega-parlamentariërs nog bij zijn aantreden grijze muizen en saaie ambtenaren noemde? “Ach”, wuift Rosenmöller. “Waar je mee omgaat daar raak je door besmet”.

Opgemonterd door een bord met aardappelen legt hij uit: “Het streven van het kabinet is volledige werkgelegenheid. Werk boven inkomen. Dat vind ik ook. Maar het kabinet vertrouwt daarbij blindelings op de economische groei.” Zijn handen zweven door de lucht. Volgens Rosenmöller ontkom je er niet aan op den duur te moeten snijden in zwaar vervuilende sectoren zoals de chloorindustrie of de energieverslindende glastuinbouw. “Dat betekent dus verlies van werkgelegenheid. Als je tenminste alle groene nota's en plannen van dit kabinet serieus neemt.” Een nare eigenschap van economische groei is dat arbeid door technologie wordt vervangen. “Dus als je als overheid in het jaar 2010 niet op je neus wil kijken, moet je nu al aangeven wélke werkgelegenheid je wáár wilt hebben.”

Wat zou hij doen als hij nu op de stoel van de minister van sociale zaken werd gezet? “Milieu duurder maken en arbeid goedkoper”, klinkt het zonder aarzelen. Het enige instrument waarmee dit kabinet de groei van de werkgelegenheid wil bevorderen is loonmatiging. “Dan krijg je dus de discussies over ingrijpen in het minimumloon, in de CAO's, en het loslaten van de koppeling.”

Zijn alternatief luidt kort en simpel: Leg zwaardere heffingen op vervuiling en energieverbruik, en gebruik dat geld voor een verlaging van de loonkosten. Het mes snijdt dan aan twee kanten: meer werkgelegenheid, minder vervuiling en koopkrachthandhaving als gratis toetje. Voor een ondernemer blijven de kosten uiteindelijk gelijk: “Arbeid is hardstikke duur geworden. Premies, belastingen, het hele collectieve gedeelte. Maar over vervuilende productiemiddelen wordt niets geheven. Premies worden over árbeid geheven. Dat maakt dus dat ondernemers eerder kiezen voor het schrappen van mensen dan hun vervuilende productiemiddelen de deur uit te doen. Bovendien is het niet eerlijk: Arbeidsintensieve bedrijven betalen de zwaarste lasten, terwijl de meest vervuilende bedrijven vrijuit gaan.

Rosenmöller schuift heen en weer. De ministersstoel begint hem te bevallen: “En wat ik dán zou doen is als de wiedeweerga met werknemers en werkgevers om de tafel gaan zitten”. Volgens Rosenmöller zégt minister De Vries wel dat hij arbeidstijdverkorting wil en loonmatiging, en de loonruimte aan "goede doelen' wil besteden “maar in de praktijk blijft hij volstrekt langs de kantlijn staan.” Voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis vindt er dit jaar geen centraal overleg plaats tussen overheid, werknemers en werkgevers. “Dat is buitengewoon. Als ik op die stoel zat zou ik de sociale partners bij de haren nemen en zeggen: Wil je dat we dit land ook voor de volgende generaties een beetje leefbaar houden, dan zullen jullie waarborgen moeten geven dat je milieu en werkgelegenheid bóven loonsverhoging laat gaan. Dat is de keuze die gemaakt moet worden. Maar het kabinet maakt die keuze niet.” De lakse houding van dit kabinet, Rosenmöller kan er echt kwaad over worden: “Ze analyseren, ze constateren, maar ze laten de boel op z'n beloop. En dan kunnen ze straks weer constateren dat er een te grote loonsverhoging is, waardoor de werkgelegenheid geremd wordt. Teveel inactieven, waardoor ze de koppeling weer moeten opheffen. Nou, ik vind dat niet goed. Niet goed.”

Rosenmöller veegt de kruimels van tafel. Hij praat over de armoede in Nederland. “Wist je dat veertig procent van de AOW-ers leeft van kale AOW? Dat los je niet op met meer werkgelegenheid.” Hij praat ook over plannen om de WW en WAO en te vervangen door een basisuitkering op bijstandsniveau. De sociale partners moeten dan zelf regelingen te treffen bij werkloosheid en arbeidsongeschikteheid. Rosenmöller schudt zijn hoofd:“Dat wordt dan net als bij auto- of brandverzekeringen. Bedrijven zullen alleen nog gezonde, jonge, blonde werknemers willen aannemen.”