Volgende oorlog zal waarde WEU bewijzen

De Europese top in Maastricht heeft wat meer tekening gebracht in de manier waarop de verschillende organen die zich bezighouden met veiligheid en defensie zich tot elkaar verhouden. De EG-landen zijn overeengekomen een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen, waarbij in één adem is vastgesteld dat dit beleid niet mag indruisen tegen de activiteiten van de Noordatlantische Verdragsorganisatie.

Secretaris-generaal Manfred Wörner betoonde zich ingenomen met de tekst van het verdrag voor een Europese Unie. Hij omschreef die als “een belangrijke stap naar een Europese veiligheids- en defensie-identiteit”, iets waarop de Amerikanen in de NAVO vaak hebben aangedrongen. De gekozen formuleringen van het verdrag duiden allerminst op het slaken van de transatlantische banden.

Toch zit er in het verdrag een zekere ambivalentie. Artikel D. lid 4 zegt: “Bij het beleid van de Unie overeenkomstig dit artikel blijft het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet en worden de verplichtingen welke voor bepaalde lidstaten voortvloeien uit het Noordatlantisch Verdrag geëerbiedigd (...)”. Die formulering duidt erop dat in veiligheidszaken die Europa betreffen de NAVO voorgaat. De Amerikanen kunnen zich hierdoor gerustgesteld voelen: Europa gaat geen eigen weg.

Maar artikel D. lid 5 voegt daar iets aan toe: “De bepalingen van dit artikel vormen geen belemmering voor de ontwikkeling van een nauwe samenwerking op bilateraal niveau tussen twee of meer lidstaten in het kader van de WEU en de Noordatlantische Verdragsorganisatie, voorzover die samenwerking niet indruist tegen de samenwerking waarin deze titel voorziet, noch deze belemmert”. Met andere woorden er wordt ruimte geschapen voor de ontwikkeling van een Frans-Duitse strijdmacht, waarbij andere Europese landen zich desgewenst kunnen aansluiten. In principe blijven er mogelijkheden om naast de NAVO iets aparts op te zetten, op voorwaarde dat dat niet in strijd is met de afspraken binnen die verdragsorganisatie. Vooral Frankrijk wil graag die mogelijkheid hebben, omdat men in Parijs er niet van overtuigd is dat de Amerikaanse aanwezigheid in Europa nog van lange duur zal zijn. In hoeverre feitelijke stappen zullen leiden tot een verzwakking van de rol van de NAVO, is moeilijk vast te stellen, zolang de betrokken lidstaten volhouden dat dat niet het geval is.

Tegen de formuleringen van Maastricht kan de NAVO dan ook weinig inbrengen. Officieel is de NAVO tevreden met het resultaat. “Iedereen zal zich opgelucht voelen”, aldus een Brusselse diplomaat. Pas op den duur zal blijken hoe een en ander in de praktijk uitwerkt. Martin McCusker, een defensie-expert werkzaam bij de Noordatlantische Assemblée, verklaarde tegenover het persbureau Reuter: “De integriteit van de NAVO staat niet ter discussie en is niet ondermijnd, maar veel vragen zijn nog open. Om te zien hoe het werkt zullen we moeten afwachten wat er gebeurt als er een grote internationale crisis uitbreekt”. De Westeuropese Unie zal als brug gaan fungeren tussen de EG en de NAVO, zo hebben de regeringsleiders en het ene staatshoofd in Maastricht afgesproken. In artikel D. lid 2 wordt het als volgt geformuleerd: “De (Europese) Unie verzoekt de Westeuropese Unie, die een integrerend deel uitmaakt van de ontwikkeling van de Europese Unie, de besluiten en maatregelen van de Unie welke gevolgen hebben op defensiegebied uit te werken en ten uitvoer te leggen. De noodzakelijk praktische regelingen worden vastgelegd door de Raad in overeenstemming met de instellingen van de WEU”.

De WEU, die jarenlang een slapend bestaan heeft geleid, heeft de nieuwe verantwoordelijkheid met een zekere gretigheid op zich genomen. De organisatie is onmiddellijk begonnen een aantal organisatorische problemen op het terrein van veiligheid en defensie weg te werken. Zo zijn alle staten die lid zijn van de Europese Unie uitgenodigd meteen toe te treden tot de organisatie. Ierland en Denemarken hebben daar om uiteenlopende redenen geen behoefte aan, maar voor Griekenland was dit een eis. Om de pil voor het buurland Turkije te vergulden is door de WEU afgesproken dat “andere Europese staten die lid zijn van de NAVO worden uitgenodigd geassocieerd lid van de WEU te worden op een wijze die hun de mogelijkheid biedt ten volle aan de activiteiten van de WEU deel te nemen”. Die regeling zou ook voor IJsland en Noorwegen kunnen gelden, die geen lid van de EG, maar wel lid van de NAVO zijn.

De gretigheid van de WEU om helemaal te mogen meedoen blijkt ook uit het feit dat de Franse senator Robert Pontillon, die voorzitter is van het parlement van de WEU, op korte termijn gaat praten met de voorzitter van het Europese parlement, Enrique baron Crespo, om te komen tot nauwere contacten tussen de twee organen.

Zou de WEU uiteindelijk alle twaalf EG-landen omvatten, dan ontstaat de voor de Verenigde Staten onwelkome situatie dat ze in het kader van de NAVO geconfronteerd kunnen worden met een gesloten Europees blok. Vooralsnog lijkt dit een theoretische mogelijkheid, aangezien de scheidslijn tussen de atlantici en zij die ijveren voor een meer Europese defensie dwars door het Verenigde Europa loopt.

De brugfunctie van de WEU zal sterker worden doordat het secretariaat en het hoofdkwartier, die respectievelijk in Londen en Parijs zijn gevestigd, naar Brussel wordt overgebracht, waar EG en NAVO al hun hoofdkwartieren hebben. Zo wordt tastbaar wat in de verklaring van de WEU-ministers heel kernachtig staat geformuleerd: “De WEU zal worden opgezet als de defensiecomponent van de Europese Unie en als het instrument om de Europese pijler van het Atlantische bondgenootschap te verstevigen”.

De opzet waarvoor nu gekozen is, houdt voor de toekomst veel scenario's open. Mochten de Verenigde Staten inderdaad het niet ondenkbare besluit nemen om hun troepen uit Europa weg te halen, waardoor de NAVO aan betekenis zal verliezen, dan is er een structuur voorhanden die de bewaking van de Europese veiligheid kan overnemen. Voor het geval de Europese Gemeenschap zich de komende jaren in oostelijke richting uitbreidt, dan zal de Gemeenschap bovendien, via het gekoppelde WEU-lidmaatschap, ook bescherming kunnen bieden aan nieuwe lidstaten, als binnen het kader van de NAVO die garanties niet te geven zijn.

Daar staat tegenover dat de afspraken van Maastricht vooralsnog de koppeling van de Europese veiligheid aan de Amerikaanse aanwezigheid in stand houden. De atlantici kunnen aan de tekst voldoende argumenten ontlenen om te betogen dat de NAVO de eerst aangewezen organisatie voor de Westeuropese defensie blijft.

De tekst van het akkoord van Maastricht draagt het karakter van een compromis. Maar de kracht van dat compromis is gelegen in het feit dat het de aanzet is voor een Europese defensiepijler, waarbij alle scenario's in principe worden opengelaten. In de politieke praktijk kan dan worden gekeken welke van die scenario's toegepast zal worden. Dat is politiek pragmatisme van de eerste orde.