Ultra-rechts geweld in Duitsland stijgt sterk

BONN, 14 DEC. Het rechts-radicaal geweld in Duitsland, vooral dat tegen buitenlandse asielzoekers, is in 1991 zeer sterk gestegen. Tot begin deze week zijn dit jaar in Duitsland 1.152 gevallen van zulk geweld geregistreerd.

Dit heeft het Bundesamt für Verfassungsschutz (BfS) in Keulen, de Duitse binnenlandse veiligheidsdienst, gisteren bekendgemaakt.

Uit de BfS-cijfers blijkt opnieuw dat rechts-radicaal geweld niet het meest in Oost-Duitsland voorkomt, zoals een paar maanden geleden nog vrij algemeen werd gedacht. Van de 1.152 gevallen waren er namelijk 790 in West-Duitsland, tegen 362 in de vroegere DDR. In 1990 was het cijfer in de oude Bondsrepubliek' 128, voor het gebied van de gewezen DDR ontbreken vergelijkende cijfers over dat jaar.

De BfS moet onder meer het oog houden op radicale groepen en personen in de Bondsrepubliek, ter linker- en rechterzijde. BfS-chef Werthebach kondigde gisteren aan dat zijn dienst gezien de “veranderde politieke omstandigheden” de aandacht meer op rechts-radicalisme is gaan concentreren. De BfS-afdeling die zich bezighoudt met links-extremisme wordt binnenkort “met meer dan honderd mensen” ingekrompen en daarmee gehalveerd, zei hij.

Bondspresident Richard von Weiszäcker heeft Oost- en Westduitsers gisteren opgeroepen om meer dan tot nu toe zichzelf samen te confronteren met het Duitse verleden, zowel dat van het nazi-regime ('33-'45) als als de naoorlogse SED-heerschappij in de DDR. Het was het Hitler-regime dat met zijn misdaden heeft gezorgd voor de Duitse en Europese deling, zei hij.

Volgens de bondpresident moeten Westduitsers beseffen dat zij zich niet anders zouden hebben gedragen onder een communistische dictatuur dan veel Oostduitsers deden. Weiszäcker, die gisteren de Heinrich-Heineprijs van de stad Düsseldorf kreeg, waarschuwde er bovendien voor om Oostduitsers te veroordelen omdat zij in dossiers van de vroegere DDR-staatsveiligheidsdienst (Stasi) voorkomen.

Zonder bij voorbeeld de naam te noemen van rector-magnificus Heiner Fink van de Oostberlijnse Humboldt-universiteit, die in opspraak is geraakt omdat hij in Stasi-dossiers als medewerker sinds '69 voorkomt, zei Weizsäcker dat iemand pas schuldig is als dat bewezen is.