Uittreden

ALS HET CHEMIECONCERN Akzo komend jaar opniew zijn naam als trendsetter bij de CAO-onderhandelingen waarmaakt, wordt 1992 het jaar van de Vut. Na in 1988 als eerste grote onderneming de Vut-leeftijd in omgekeerde richting te hebben aangepast (de leeftijd waarbij aanspraak kon worden gemaakt op de regeling ging omhoog van 60 naar 62 jaar) wil Akzo nu in de CAO afspreken dat de Vut volledig zal worden afgeschaft. Geweldig!, zouden werkgevers en werknemers zo'n vijftien jaar geleden in koor hebben geroepen. Het zou hebben betekend dat het weer wat beter ging met de economie. Want was de Vut begin jaren zeventig niet gelanceerd als conjuncturele maatregel om de sociale gevolgen van werkloosheid te verzachten? De oudere generatie kon door de Vut plaats maken voor de jongeren, dat was de gedachte.

Een gedachte die inmiddels al lang lijkt vergeten. Een relatie met de werkloosheid heeft de Vut nauwelijks meer. Van de mannelijke beroepsbevolking tussen de 60 en 64 jaar werkt thans nog maar 30 procent. Twintig jaar geleden bedroeg dit percentage nog 74. Voor een belangrijk deel is dit toe te schrijven aan het gretige gebruik dat van de Vut wordt gemaakt: één op de drie werknemers laat de AOW voorafgaan door enkele jaren Vut.

DE MANIER waarop vakbonden reageren als de Vut ter discussie wordt gesteld, onderschrijft dat. De Vut is gaan behoren tot de categorie verworven - en daarmee vrijwel onbespreekbare - rechten. Als een onderneming saneert, kan een regeling voor werknemers die tegen hun pensioen aanzitten een aanvaardbare oplossing zijn. Maar het mag geen automatisme worden. Terecht wijst Akzo er op dat de jongeren steeds ouder worden, omdat ze zich later op de arbeidsmarkt melden en de ouderen steeds jonger als gevolg van de massale toeloop op de Vut.

Verhoudingsgewijs gaan dagelijks steeds minder mensen steeds korter naar hun werk. Anders gezegd: het draagvlak voor de economie wordt kleiner. De ene helft van Nederland onderhoudt de andere helft. Als dat het gevolg is van een economische recessie is dat schrikbarend, maar onontkoombaar. Als dat mede het gevolg is van ooit goed bedoelde, maar uit de hand gelopen sociale regelingen, is dat beschamend, maar herstelbaar.