Trudy van Asperen en het bedreigde burgerschap; 'De ethicus is geen brandweerman'

Trudy van Asperen is filosoof. Haar vak is ethiek, het denken over goed en kwaad. Enige tijd geleden gooide zij de knuppel in het hoenderhok van de verzorgingsstaat. Nederland was vervallen tot gemakzucht, betoogde ze. Tegenwoordig waarschuwt ze voor de consequenties van het vrije-marktdenken. Filosofen dienen, meent ze, een actieve rol te spelen in het maatschappelijk debat.

Het begon als een grap. Ze wilde kijken hoever ze kwam. Nu is ze hoogleraar ethiek aan de Universiteit van Amsterdam en denkt ze na over de zin van het leven. Over politiek en moraal. Over smart en geluk. Een paar jaar geleden zou ze gezegd hebben dat ethiek de systematische reflectie is op de vraag hoe te handelen. Nu zegt ze: ""Het gaat er niet alleen om wat we moeten doen. Het gaat er ook om wat de moeite waard is.''

Trudy van Asperen is filosofe. Ze zet zich af tegen de trend tot "cocooning', de neiging om een veilig heenkomen te zoeken in het met een boven-modale hypotheek aangeschafte eigen huis. Terwijl Aids, criminaliteit, werkloosheid en de vervuiling van het milieu de fundamenten van het bestaan ondermijnen, verschanst de moderne mens zich, niet opgewassen tegen de grimmige buitenwereld. Het leven wordt enkel nog aan de eettafel besproken. Maar tal van vragen zijn zo urgent dat ze een publieke discussie vereisen, vindt Van Asperen.

Het is daarbij de taak van ethici, zegt ze, vragen te stellen en met uitgesproken meningen te komen. Voorkeursbehandeling voor vrouwen noemt ze "beledigend' - zelf is ze benoemd toen dat systeem nog niet bestond -, borstvergrotingen op kosten van het ziekenfonds zijn "buitenissig' en hersenonderzoek bij overleden Aids-patiënten vindt ze "gewettigd en niet kwetsend voor homoseksuelen'.

Opzien baarde zij met haar oratie in 1981 over de ideologie van de verzorgingsstaat: "Met de beste bedoelingen'. Ze veegde de vloer aan met de gemakzucht waarmee de Nederlandse burger voor alles aanklopt bij de overheid. Inmiddels waarschuwt ze voor de gevaren van het heersende vrije-marktdenken. Het leven als marktprodukt zint haar niet. Volgende week geeft ze de Den Uyl-lezing in Amsterdam: "Bedreigd Burgerschap'.

Is de balans te ver naar de andere kant doorgeslagen?

""Ik heb nooit beweerd dat de verzorgingsstaat moet worden afgeschaft. Mijn uitgangspunt is dat mensen in principe voor zichzelf moeten zorgen. Als dat niet kan door omstandigheden waaraan zij niets kunnen doen, dan moet er een basis zijn waarop ze kunnen terugvallen. Mijn oratie oogstte vooral hoon. Dat was jammer. Ik vroeg me af wat we in deze samenleving van elkaar kunnen en mogen verlangen. Vooral de Partij van de Arbeid vond dat niet leuk.

""Over de eenstemmigheid in Nederland over de legitimiteit van de verzorgingsstaat verbaas ik me allang. Alsof het om een vanzelfsprekendheid gaat die niet ter discussie mag worden gesteld. Met de verzorgingsstaat hebben we een belangrijke culturele stap vooruit gezet. We hebben vorm gegeven aan verantwoordelijkheid voor elkaar, ook met mensen die verder niets met elkaar te maken hebben. Maar het denken daaromtrent leek wel taboe.

""Het probleem is dat maatschappelijke solidariteit helemaal niet vanzelfsprekend is. Anders zou het enorme zwarte circuit niet bestaan. Het systeem is misschien juist erg kwetsbaar omdat het zo'n beroep doet op solidariteit. Maar als de houding van burgers te veel van de wetgeving afwijkt, als er een te grote kloof ontstaat tussen werkelijkheid en ideologie, dan zakt het hele stelsel in elkaar. Misbruik ondergraaft alles. Alleen was het lange tijd "not done' om dat te zeggen.

""Bij de discussie over de WAO eerder dit jaar, leek het even alsof het de politici om iets anders ging dan retoriek. Nu hoor je er niets meer over. Maar het debat zou moeten gaan over de algemene principes van de verzorgingsstaat. Niemand durft de confrontatie met de feiten aan te gaan. Het is ook niet zo'n prettige discussie waarbij je de handen op elkaar krijgt. Niemand houdt er van om slecht nieuws te brengen.

""De normen over wat goed is en wat slecht zijn de laatste jaren sterk veranderd, misschien wel vervaagd. Neem het probleem van arbeidsparticipatie. Waar wen je kinderen aan die van de middelbare school afkomen en meteen studiefinanciering krijgen? Je leert ouders dat ze niet voor hun kinderen hoeven zorgen en kinderen dat ze zonder een tegenprestatie iets krijgen. De regelingen voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid zijn al evenzeer een "hangmat' geworden. Prikkels om terug in de maatschappij te komen ontbreken bij ons. In andere landen lukt het wel om afspraken te maken tussen overheid en werkgevers over de terugkeer in het arbeidsproces.''

Hoe moet de post-verzorgingsstaat er uitzien?

""Er is een oud gezegde: het streven naar de grootste rechtvaardigheid is de grootste onrechtvaardigheid. Je kunt geen regelingen maken die op iedereen van toepassing zijn, dat is de les die we nu leren.

""Als alle uitkeringen nu eens worden afgeschaft. Gewoon weg. Iedereen krijgt een basisbedrag van vijfhonderd gulden in de maand. Voor de rest moet je zelf zorgen. Dan ben je al die vreselijke regelingen kwijt en pak je meteen het zwarte circuit aan. Je heft het controle-apparaat op, je hoeft niet meer na te gaan wie er samenwoont of wie kostwinner is. Over de hoogte van het bedrag kun je twisten, maar het moet zo worden vastgesteld dat de prikkel om te werken niet verdwijnt. Werken is goed voor de mensen en goed voor de samenleving.''

U voelt meer voor de filosofie van het klassiek liberalisme waarbij de overheidstaken sterk begrensd worden en de vrijheid voor het individu zo groot mogelijk is?

""Nee hoor, er zijn genoeg terreinen waarop de overheid een belangrijke rol zou moeten hebben. Alleen, daar moet beter over nagedacht worden. Nu propageert de staat bijvoorbeeld al jaren een beeld van de samenleving waarin het gezin met kinderen centraal staat. Dat merk je aan het hele belastingstelsel en aan het kostwinnersprincipe. Daar zit een visie achter dat de kostwinner buiten de deur werkt en de vrouw overwegend binnenshuis aanwezig is. Deze ideologie wordt in de werkelijke samenleving steeds minder gedeeld. Om dat te veranderen moet de druk kennelijk toch nog veel groter worden.

""De overheid die we nu hebben, daar hou ik niet van. De mondigheid van mensen staat niet voorop. De staat is paternalistisch, op allerlei terreinen. Neem de discussie over het plan van Simons voor de gezondheidszorg. Enkele jaren werd in het Rapport-Dekker voorgesteld het eigen risico voor burgers flink te verhogen. Het werd aan de eigen verantwoordelijkheid van het individu overgelaten om zich bij te verzekeren of niet. Maar in het plan van Simons hoort liefst 95 procent van de voorzieningen toch weer in het basispakket. De overheid vertrouwt er kennelijk gewoonweg niet op dat mensen voor zichzelf kunnen zorgen, terwijl de eerste de beste malloot in staat wordt geacht een auto te kopen.''

Waarom bent u bevreesd voor de huidige opbloei van het vrije-marktdenken?

""Ik vind dat de overheid een heel andere rol moet spelen. De staat regelt vrijwel uitsluitend materiële kwesties. Dat heeft ertoe geleid dat mensen wegzakken in een consumentistische houding. Daardoor verdwijnen de culturele en spirituele aspecten van de samenleving helemaal uit het zicht. Toch dient de overheid juist daar niet werkeloos toe te kijken.

""Wat je nu in Oost-Europa en de Sovjet-Unie ziet is dat veel mensen roepen: nu is er democratie, en dan denken dat de rest vanzelf gaat. Zo is het natuurlijk niet. Democratie vereist ook een mentale gesteldheid van de burgers om compromissen te sluiten. Zo'n attitude kun je niet per commando aanleren. Daar gaan generaties overheen. Dat is een erfenis die opgebouwd moet worden.

""Juist daar verwaarloost Nederland zijn tradities. Het parlementaire debat gaat voor 95 procent over de verdeling van middelen. Daarom kijken mensen ook op een eendimensionale manier naar de overheid: het is een kwestie van geld ophoesten of geld afdragen. Maar het gaat ook om het koesteren van een nationale erfenis: de literatuur, de beheersing van de Nederlandse taal, onze geschiedenis, het bedrijven van wetenschap. We hoeven niet terug naar het systeem waarbij iedereen die een bordje "kunstenaar' op de deur hangt, meteen subsidie krijgt. Het gaat er om dat de overheid een grotere rol gaat spelen op het gebied van immateriële belangen.

""Ons verleden maakt ons tot wat we zijn, het heeft onze omgang met elkaar gevormd. Dat hoeven we niet te verdonkeremanen. Het is misschien een elitair publiek dat zich daarmee bezighoudt, maar denkbeelden sijpelen door. Als een samenleving niet in spirituele waarden investeert, waar blijf je dan?''

U verwijst regelmatig naar Aristoteles, als de Griekse filosoof die vond dat het de taak van de overheid was het volk op te voeden. Is dat eigenlijk wel zo?

""Denkers als Aristoteles konden zich tamelijk onbekommerd voorstellingen maken over gebieden waar de staat mee bezig moest zijn. Ook allerlei kwesties die niet voor de ratio toegankelijk waren. Hij kon zich buigen over de filosofische vraag wat werkelijk van waarde was.

""Tegenwoordig is de hele idee van staat als leermeester natuurlijk verloren gegaan. Inmiddels dienen we ons af te vragen in hoeverre de huidige trends naar individualisering, de calculerende burger, het afstoten van allerlei overheidstaken naar de marktsector bedreigend kan zijn voor belangrijke principes zoals vrijheid en burgerschap.

""Het grote gevaar is dat er een gemakzuchtige versie van het vrijheidsdenken gaat overheersen waarbij alleen nog maar rationele berekeningen een rol spelen, terwijl in de moderne maatschappij juist behoefte is aan stimulering van cultuur, tradities, andere samenlevingsvormen. Een overheid-nieuwe-stijl moet op het scherpst van de snede opereren. Niet betuttelend, en ook niet dwingend. Dat is een probleem dat helder uitgedacht moet worden.''

De filosoof kan mooie ideeën uitdenken in een ivoren toren. Welke rol speelt hij nou helemaal in het maatschappelijke debat?

""Het gaat erom dat filosofen proberen normatieve veronderstellingen bij gedragingen van mensen boven water te krijgen en vragen stellen over de houdbaarheid van bepaalde afspraken die we met elkaar hebben gemaakt. Tegenwoordig zie je dat filosofen een actieve rol spelen in het medische bedrijf bij vragen over leven en dood. In het publieke debat zijn we allemaal consumenten met gelijke claims. Maar is dat in de praktijk wel redelijk? Er wordt nu van uitgegaan dat iemand van zeventig evenveel recht heeft op een harttransplantatie als een vijfentwintigjarige. Maar mensen zullen onder ogen moeten zien dat het leven eindig is en dat heeft consequenties voor de toegang tot de gezondheidszorg.

""Natuurlijk is het niet populair om dat te zeggen. Integendeel. De medische wetenschap drijft juist op de ontkenning van ziekte en dood bij de consument. Het leven moet eindeloos worden opgelapt. De medische wetenschap is gericht op het zoveel mogelijk bevredigen van de consument. Dat lijkt me belachelijk. Misschien moeten we wel anders denken over een kind met een bepaald gebrek dan over een bejaarde die door middel van hoogstandjes in leven wordt gehouden. Op een gegeven moment hebben mensen bepaalde dingen in het leven volbracht, in hun werk of hun gezin.

""Je ziet dat artsen in het hele morele afwegingsproces niet meer geëquipeerd zijn om bepaalde vragen te beantwoorden. Ethici kunnen bij het afwegingsproces een rol spelen. Maar ik aarzel om de ethicus als brandweerman te beschouwen die kan worden opgepiept zodra er een beslissing over iemands leven moet worden genomen. Het is de arts die de beslissing neemt. De filosoof kan slechts een bijdrage leveren in de discussie.

""Ik geef momenteel colleges over Martha Nussbaum, een Amerikaanse filosofe. Ze grijpt terug naar de Griekse tragedies waarin mensen buiten hun schuld in een bepaalde situatie terechtkomen. Een student vertelde laatst over zijn vader die tijdens de oorlog in het verzet zat en een neef uit de weg moest ruimen die fout was. Wat doe je dan? Veel overkomt ons gewoonweg. Je kunt tegenover onverwachte verrassingen wel een houding ontwikkelen. Ik wil dat studenten daarover nadenken. Dat geeft een ander perspectief op de vraag wie je bent.''

De samenleving is niet maakbaar gebleken. Maar heeft de mens zijn lot zo weinig in de hand?

""Als iets "moet', dan lukt het niet. Daarover heeft de Noorse filosoof Jon Elster leuk geschreven. Veel dingen die mensen graag willen, gebeuren niet als produkt van hun handelingen, maar als een toevallig gevolg van iets anders. Je kùnt niet gelukkig worden omdat je het wilt. Soms zijn er momenten waarop je plotseling vaststelt dat je die gemoedstoestand even bereikt hebt.''

Her en der wordt het echec van de traditionele ethiek uitgeroepen. Is er vooruitgang in de moraal te bespeuren?

""Welnee, in de filosofie komen altijd weer dezelfde vragen aan de orde. Vragen die vijf of tien eeuwen terug al gesteld werden. Wat is ware kennis? Wat is goed en wat is slecht? Mensen neigen ertoe te denken dat hun leven alleen de moeite waard is door bepaalde activiteiten te verrichten. Ze willen een groot schilder of een groot musicus zijn. Zodra ze beseffen dat dat onbereikbaar is, raken ze gedeprimeerd.

""Wat onze moderne maatschappij anders maakt, is dat we een overkoepelende ideologie missen. We drijven nog op enkele restjes van het christendom, het socialisme, het humanisme. Maar de vraag is welke waarden er zullen zijn bij een volgende generatie. De band tussen de generaties is in onze samenleving doorgesneden. Als die cultuuroverdracht verdwijnt, wat blijft er dan over? Ik ben er somber over.''

Trudy van Asperen houdt op 20 december de J. M. Den Uyl-lezing. Plaats: het cultureel centrum De Rode Hoed, Keizersgracht 102 te Amsterdam. Inlichtingen: 020 - 5512155.