TELEVISIE

Wie kijkt is gek. Over het drama dat televisie heet door Sietse van der Hoek 148 blz., Prometheus 1991, f 24,90 ISBN 90 5333 100 X

Vier jaar lang keek Sietse van der Hoek elke avond naar de televisie en dagelijks mopperde hij daarover in De Volkskrant. Iemand moet wel een groot masochist zijn om zich elke dag vrijwillig over te leveren aan de vermeende rotzooi' uit Hilversum. De boodschap van Van der Hoek is samen te vatten op de achterkant van een lucifersdoosje: televisie kan waardevol en boeiend zijn, maar door het huidige omroepbestel is het medium in Nederland overgeleverd aan de wet van het getal.

Zijn afscheid van de televisiekritiek heeft Van der Hoek luister bijgezet met een boekje over het drama dat televisie heet'', getiteld Wie kijkt is gek. Niet alle rotzooi hoeft de wereld uit,'' verwoordt hij zijn credo al op pagina 33. Maar de kwestie is dat in de wereld van televisie rotzooi de vanzelfsprekende, overheersende norm wordt. In de organisatie en dynamiek van dit dure en ingewikkelde massamedium zit een mechanisme dat niet de muzische mogelijkheden tot maat der dingen verheft maar weggooierigheid.''

Van een betoog dat tot deze slotsom leidt, is in Wie kijkt is gek geen sprake. Het boekje bestaat uit een krakkemikkig geformuleerde opeenstapeling van gedachten, associaties, observaties, dialogen, persoonlijke ontboezemingen en interviewfragmenten. Het proza van Van der Hoek is dermate taai, de links en rechts uit eigen en andermans werk bijeengegaarde fragmenten houden onderling zo weinig verband en de getitelde noch genummerde hoofdstukken bieden zo weinig houvast, dat lezing van dit werk een zware opgave is. Wie het uit krijgt, blijkt niets wijzer te zijn geworden over televisie, maar des te meer over Van der Hoek.

Begin en einde van Wie kijkt is gek bestaan uit een waarschijnlijk autobiografisch getinte dialoog tussen een aantal vrienden. Achter de schilder Wouter, lid van het vriendenclubje dat bijeen is in een café, kan de lezer het alter ego van de auteur vermoeden. Hij heeft in een boek over het Berlijn van tussen de twee Wereldoorlogen'' een citaat gevonden, dat zou moeten gelden voor televisie: Die Fähigkeit im Vorübergehen die Glückseligkeit zu küssen.'' Van der Hoek roept omstandig de hulp van György Konrád in om de open deur in te trappen, dat de televisie veel bijdroeg aan de val van het communisme in het Oostblok.

Van de verheven, veelal uit hun verband gerukte tekstflarden wemelt het in dit boekje. Ze staan in schril contrast met de in alle toonaarden gehekelde platheid van het vaderlandse tv-aanbod. Van der Hoek citeert uitvoerig uit een verhandeling over kitsch uit De ondraaglijke lichtheid van het bestaan van Kundera en vindt die blijkbaar slaan op allerlei tv-amusement. Maar nergens wordt dat verband aannemelijk gemaakt. Op Kundera's bewering over het zogenaamde goelag'', dat kan worden beschouwd als een hygiënische kuil, waarin de totalitaire kitsch zijn afval werpt'', volgt potsierlijk Van der Hoeks conclusie dat de televisie totalitair' is omdat alle omroepen hun uitzendingen richten op de grootste gemene deler van het huiskamergezin''.

Van der Hoek is geen jongen van de straat, dat wordt bij lezing van het boek steeds duidelijker; hij is zelfs niet degene die jaren her als laatste boeken Walging, Winnetou en The Postman Always Rings Twice las, zoals hij eens beweerde in een van de vele praatprogramma's waarin hij optrad. De universele mens Van der Hoek, wil hij op elke pagina uitschreeuwen, heeft vier jaar lang het beste voorgehad met de cultuur, waar de televisie deel van uitmaakt. Maar de smeekbeden van deze jongen van Calvijn, die er ter illustratie zelfs het gezang Rust mijn ziel, uw God is Koning' tegenaan gooit, werden niet verhoord

Aan Sietse heeft het niet gelegen. Iemand erotisch liefhebben is het mooiste, het hoogste,'' galmt Van der Hoek in een betoogje over de genade van televisie'. In liefdesbuurt,'' vervolgt hij, komt soms de vervoering van een popconcert, een boek of een gedicht, een schaatstocht over poldervaarten, een buiten zijn oevers tredend feest, een nocturne van Chopin, het verlangen, een volmaakte speelfilm of een voetbalwedstrijd. Televisie zou het dagelijks leven ook kunnen voorzien van bruto toegevoegde waarde, waarvan netto soms iets komt in de buurt van liefde.'' Het moge duidelijk zijn: de bijdragen van Van der Hoek aan de vaderlandse cultuur waren parels voor de zwijnen.