STALIN SPREEKT

Gesprekken met Stalin. Gesprek met Milovan Djilas door Milovan Djilas George Urban 239 blz., H. J. W.Becht 1991, f 39,50 ISBN 90 230 0747 6

Het is niet helemaal duidelijk waarom Uitgeverij H. J. W. Becht uitgerekend nu het communisme zelfs in de Sovjet-Unie ten val is gekomen, Milovan Djilas' Gesprekken met Stalin nog eens uitgeeft: het materiaal van het boek dateert uit de jaren veertig, het boek zelf uit 1962 en de eerste Nederlandse vertaling uit datzelfde jaar. De uitgeverij deelt het boek een plaats toe in de serie In historisch perspectief', maar dat lijkt me voor een niet-actueel boek hooguit een rechtvaardiging als het om een eerste Nederlandstalige uitgave gaat.

Dat bezwaar neemt niet weg dat het boek van Djilas er mag zijn. Djilas was tweede man binnen de Joegoslavische communistische partij, rechterhand van Tito, vice-president van Joegoslavië tot zijn val in 1954 en nadien een van de scherpzinnigste critici van het communistische totalitarisme. Hij stond vijftien jaar op de eerste rij, in de tijd waarin het stalinisme hoogtij vierde, Tito's partizanen het verzet tegen de Duitsers leidden, het communisme aan de macht kwam en Tito met Stalin brak. Daar komt bij dat Djilas voortreffelijk waarneemt, voortreffelijk analyseert en het nog op een aantrekkelijke, heldere en overzichtelijke manier heeft opgeschreven.

Gesprekken met Stalin behandelt de in totaal zeven ontmoetingen die Djilas in en na de oorlog met de Sovjet-dictator heeft gehad, tijdens drie reizen naar Moskou. Tijdens de eerste, van maart tot juni 1944, was Djilas zelf een onvervalste stalinist. Hij zag in Stalin de belichaming van een idee, de zuivere idee zelf, onfeilbaar en vlekkeloos'' en in Stalins bereidheid hem te ontmoeten een onderscheiding voor de heldenmoed en het lijden van onze partizanenbeweging''.

Tijdens zijn tweede reis, in april 1945, was de twijfel er wel al: in Joegoslavië was de oorlog afgelopen en een deel van het land was bezet door Sovjet-troepen die zich verre van prettig gedroegen. Ook op politiek en economisch gebied was sprake van de eerste conflicten tussen de nieuwe Joegoslavische machthebbers en de Sovjet-Unie. De Sovjet-vertegenwoordigers in Belgrado ontstaken bij het gesputter van de Joegoslaven in redeloze woede en hun rapporten legden een zware hypotheek op de reputatie van de Joegoslavische machthebbers in Moskou. De tweede reis van Djilas stond dan ook aanvankelijk in het teken van die irritaties; pas in de loop van een van de gebruikelijke nachtelijke bijeenkomsten in Stalins datsja - combinaties van serieus overleg en slemppartijen met veel eten en veel drank en veel vulgaire grappen - werden de meningsverschillen weggenomen.

ERNSTIGE ZONDE

De derde reis vond vlak voor de breuk van 1948 plaats. In januari van dat jaar ontbood Stalin de Joegoslavische en de Bulgaarse leiders om hen terecht te wijzen over hun beleid: er was een tolunie gesloten tussen beide landen en wel zonder dat Moskou was geraadpleegd, een zeer ernstige zonde. Djilas' relaas van de twee ontmoetingen met Stalin in januari 1948 zijn wellicht het onthullendst. De dictator gaf de hoogste leiders van Bulgarije en Joegoslavië botweg opdracht hun landen in een federatie te verenigen en daar vervolgens Albanië in op te nemen. Hij vernederde en beschimpte schreeuwend van woede diegenen die maar het geringste teken van scepsis of verzet toonden. De arme Georgi Dimitrov, dictator van Bulgarije, de leeuw van Leipzig die Göring had weerstaan en de Komintern had geleid, een revolutionair en communist met een staat van dienst van vijftig jaar, werd volstrekt belachelijk gemaakt. Djilas: Zijn oren waren rood en er waren grote rode vlekken in zijn gezicht verschenen. Zijn spaarzame haren zaten verward en hingen doods over zijn rimpelige nek. Ik had medelijden met hem.'' Hoezeer Stalins woord wet was bleek wel toen Edvard Kardelj, de Joegoslavische chefideoloog, de Benelux aanvoerde als voorbeeld van een geslaagde tolunie. Die omvat België, Nederland en Luxemburg.'' Stalin zei: Nee, Nederland niet. Alleen België en Luxemburg, en dat heeft niets te betekenen.'' Kardelj zei voorzichtig dat ook Nederland erbij hoorde, maar Stalin hield koppig vol: Nee, Nederland niet.'' Djilas: Stalin keek naar Molotov, naar Zorin, naar de anderen. Ik had graag uitgelegd dat de lettergreep ne in Benelux afkomstig was van Nederland, maar daar iedereen zich verder stilhield, deed ik het ook en dus bleef Nederland buiten de Benelux.''

Gesprekken met Stalin is aangevuld met het uit 1979 daterende en in Encounter gepubliceerde interview van de Britse historicus George Urban met Djilas, waarin Djilas uitvoerig zijn visie geeft op Stalin (de dwergachtige, pokdalige despoot die rechter speelde over de levens van zijn onderdanen''), de ideologie, leninisme, stalinisme (leninisme in zijn uiterste consequentie'') het communisme, de oorlog, de Joegoslavische revolutie en zijn eigen leven. Het is een vraaggesprek waarbij Djilas niets verzwijgt en niets en niemand spaart, ook zichzelf en zijn eigen vroegere fanatisme niet, en zelfs niet de moorden die hijzelf heeft gepleegd of heeft laten plegen of het gebrek aan legitimatie van het bewind waarvan hijzelf in 1945 de tweede man was. Het is een buitengewoon sterk en onthullend vraaggesprek, mede door de voortreffelijke voorbereiding van Urban.

Gesprekken met Djilas is daarmee relevant voor wie zich interesseert voor Djilas, voor Stalin, voor Joegoslavië en voor het marxisme. Het bezwaar blijft dat de nieuwe uitgave ondanks alles een beetje komt als mosterd na de maaltijd. Maar het is wel voortreffelijke mosterd.