Somalië toneel van Afrika's gruwelijkste geweld

NAIROBI, 14 DEC. In Somalië woedt sinds een maand een van de meest gruwelijke burgeroorlogen van Afrika. In ruim drie weken zijn in de hoofdstad Mogadishu drieduizend doden gevallen. Voor gewonden kan nauwelijks worden gezorgd. Buitenlandse hulpverleners vertellen over baby's die met schotwonden bij hen worden gebracht. Honderdduizenden inwoners zijn de hoofdstad inmiddels ontvlucht.

Bij gebrek aan artsen en medicijnen blijven gewonden op straat liggen of verkommeren in hun woningen. Door de gevechten kunnen de achtergebleven bewoners hun huizen meestal niet meer uit om voedsel te zoeken. “De wonden die we behandelen in het ziekenhuis zijn werkelijk verschrikkelijk”, zegt Mathew Jonett van het Britse Save the Children. “Er worden zelfs baby's binnengebracht met schotwonden.”

De paar buitenlandse medische hulporganisaties die zijn achtergebleven in Mogadishu slagen er nauwelijks meer in om hulpgoederen aan te voeren vanuit het naburige Kenia. Het Internationale Rode Kruis (ICRC) probeert al twee weken een schip met hulpgoederen aan te meren in Mogadishu maar moest daar door de hevige gevechten steeds weer van afzien.

Aan alle essentiële goederen heerst een groot gebrek. Een dokter van een Nederlands chirurgisch team vertelde regelmatig te moeten opereren onder het licht van een zaklantaarn. Het ICRC trok eerder deze week het grootste deel van zijn staf terug uit Mogadishu wegens de toenemende onveiligheid. Somalische artsen nemen hun werk over. Er functioneren nog vier ziekenhuizen in de stad, alle in het stadsgedeelte dat wordt beheerst door een van de twee strijdende partijen.

Honderdduizenden burgers zoeken volgens hulpverleners veiligheid buiten de stad. Op de droge savannah's rond de stad bivakkeren zij in kampen. De hulporganisaties kunnen hen niet bereiken.

De oorlog in de hoofdstad is een machtsstrijd tussen het leger van generaal Aideed en strijders trouw aan president Ali Mahdi. Beiden behoren tot verschillende facties van het Verenigde Somalische Congres (USC), dat in januari president Siad Barre verdreef. Hun aanhangers behoren tot twee verschillende sub-clans. Generaal Aideed zou nu tweederden van de stad beheersen. De onveiligheid voor de achtergebleven bewoners neemt verder toe omdat steeds meer gewapende bandieten, die niet tot een van de gewapende facties behoren, de stad afstropen op zoek naar voedsel en andere goederen.

De Nederlandse jurist Michiel van Notten verbleef enkele maanden in Mogadishu waar hij voor generaal Aideed een ontwerp-grondwet opstelde. “Het conflict tussen generaal Aideed en president Ali Mahdi gaat erom hoe een nieuwe regering er uit moet zien en welke bevoegdheden ze krijgt”, meent hij. “Ali Mahdi wil een sterk centraal gezag, dat belastingen mag heffen en buitenlandse hulp mag opstrijken. Aideed daarentegen zegt: waarom hebben we een centrale regering nodig? Misschien een minister van justitie of van politie. Maar waarom een minister voor vee, of voor landbouw? Eeuwenlang al exporteert de grotendeels nomadische Somalische bevolking kamelen naar het Midden-Oosten. Inmenging van een centraal gezag in deze traditionele economie is ongewenst en onnodig. Aideed streeft naar een vorm van een traditionele nomadische democratie.”

“Daar is de oorlog in Mogadishu om begonnen”, zegt Van Notten, “daarom worden er nu koppen gesneld.” Veel Somaliërs geloven echter niet dat ideologische geschillen de hoofdoorzaak vormen van de machtsstrijd. Volgens hen hebben de tegenstellingen tussen de verscheidene clans tot de burgeroorlog geleid.