Politiek toneel

Als Britse Conservatieven toegeven aan hun anti-Europa complex en misbaar maken over verlies van hun staatkundige soevereiniteit aan Brussels despotisme en andere continentale krachten, zien ze achter elke boom weer het spook van Hendrik VIII staan. Die nachtmerrie heeft het parlementaire bewustzijn van vele generaties Britten gevormd en voor altijd bedacht gemaakt op tirannen die het gemunt hebben op de rechten van het volk. Die angst voor Europa is voor een deel oprecht en voor een deel gespeeld. Maar hoeveel mythe er ook in het spel mag zijn, de Conservatieven moeten er een serieus gezicht bij opzetten, zolang een groot deel van hun kiezers werkelijk gelooft van iets wezenlijks te worden beroofd.

We moeten de Britten niet te hard vallen over hun angsten voor de Europese Politieke Unie, hoe irrationeel of inconsequent die ook mogen zijn. De Britten zijn per slot van rekening de uitvinders van het parlement, dat daar al meer dan zeven eeuwen het strijdtoneel van behoudende en vooruitstrevende maatschappelijke krachten is geweest maar ook een staatkundig theater, dat een markante politieke toneeltraditie heeft voortgebracht.

De parlementaire soevereiniteit' is het sjibbolet van de Engelsen die met de borstvoeding van de Moeder der Parlementen zijn grootgebracht, van de afgevaardigde van Ebbw Vale, the Right Honourable Michael Foot tot de Eerste Minister, the Right Honorouble John Major en van de Speaker's Chaplain tot de Serjeant at Arms. Dat het een goeddeels fictief begrip is (vergelijkbaar met het fictieve opperbevelhebberschap van de strijdkrachten, dat de Nederlandse grondwet tot voor kort aan de koningin had opgedragen) maakt de opwinding in het Lagerhuis er niet minder om. En als Britse parlementariërs zich om zulke dingen opwinden, ontrolt zich altijd weer de beroemdste dramatische scene uit hun parlementaire geschiedenis in hun hoofd: Karel I die het Lagerhuis binnenstormt, de arrestatie gelast van vijf subversieve afgevaardigden, maar tot de aftocht wordt gedwongen door een onverzettelijke Speaker, die zich verontschuldigt dat hij geen ogen heeft om te zien en geen tong om mee te spreken, omdat hij in dienst is van het parlement en daarom geen orders van de koning kan aannemen.

Het continentale Europa zou tekortschieten in respect voor de beschavende rol van Engeland als het de John Majors van deze tijd hun preoccupatie met de parlementaire soevereiniteit' zou misgunnen. Hun voorgangers hadden het vaandel van de parlementaire soevereiniteit al eeuwen stevig in hun parlementaire grond staan (en de Magna Carta aan de koning afgedwongen) toen de rest van Europa het alfabet nog niet eens kende. En buiten Engeland is er geen enkel land dat er een burgeroorlog voor over had om de koning in het constitutionele gareel te krijgen: 1688 (de onttroning van Jacobus de Tweede) en 1689 (Bill of Rights) zijn jaartallen die elke Britse scholier kan dromen, zoals elke Nederlandse scholier de jaartallen van de Slag bij Nieuwpoort en van de Vrede van Munster uit het hoofd kent (maar weer niet de veel belangrijker data van de jaren van staatkundige worsteling waarin bij ons het parlementaire overwicht op de koning voor goed werd gevestigd).

Die verdediging van historische rechten die voor het grootste deel al lang hun geldigheid hebben verloren mag nog zo theatraal zijn (en een beetje potsierlijk), ik houd er een zwak voor, omdat het de instandhouding verzekert van middeleeuwse pantomime-figuren als de Black Rod, die nog enige kleur aan het parlement geven en ook nog het bekijken waard zijn. Dat kan, zo moeten we de Britten nageven, van de vergaderingen van het Europees Parlement niet gezegd worden.

Dat neemt allemaal niet weg dat ook de partijgenoten van Major die wel beter weten, inclusief hijzelf, in Maastricht en in het Lagerhuis een hoop onzin over hun bedreigde parlementaire soevereiniteit in het geding hebben gebracht. Hoeveel internationale verdragen die een inbreuk op de absolute nationale soevereiniteit betekenen, hebben de Britten al niet ondertekend? Aan hoeveel internationale organen hebben ze sindsdien hun nationale wetgevende bevoegdheid al niet overgedragen? Buiten het Verdrag van Maastricht hebben ze zich al aan zoveel vormen van internationale samenwerking gebonden dat het begrip nationale soevereiniteit allang tot een historische notie is verdampt. Waarom blijven ze dan toch in hun loopgraven zitten, terwijl de oorlog allang afgelopen is? Omdat de Britse Conservatieven, volgens de politieke commentator Hugo Young onlangs in The Guardian, het touwtrekken over de soevereiniteit beschouwen als een noodzakelijk zoenoffer aan de huisgoden van het Britse kiezersvolk.

Major is naar Maastricht gekomen - en had zich welbewust op die stelling ingegraven - om de heilige koe van de staatkundige soevereiniteit uit de klauwen van de Europese federalisten te redden. Alles wat Major in de aanloop naar Maastricht daarover heeft gezegd, was rituele strijdkretentaal die zijn anti-Europagezinde kiezers uit zijn mond wilden horen. De ficties waarop hij zich terwille van zijn kiezers beriep, brachten zijn argumenten in een bizarre kringloop: je bedenkt eerst een fictief argument (Europese Politieke Unie holt onze nationale soevereiniteit uit), dat vervolgens politiek gewicht krijgt doordat er de eveneens fictieve dreiging van uitgaat dat een politicus die zijn hand leent aan enigerlei inbreuk op de nationale soevereiniteit door de kiezers zwaar gestraft wordt.

Zelfs politici die heel goed weten dat Engeland geen staatkundig geïsoleerd eiland meer is, zoals John Major (die in Maastricht iedereen verraste met een bijna specialistische kennis van de hele Europese wetgeving), zien er geen been in om nog meer dubbele bodems in hun voorstellingen te leggen. Ze construeren daarvoor een parlement van negentiende-eeuwse Bagehotsiaanse afmetingen, dat alleen in het Britse sprookjesrecht bestaat. Theoretische dualisten uit de continentale parlementen zouden daarvoor misschien nog een sluitende redenering kunnen vinden, maar als er één parlement is dat volledig uit de hand van het kabinet eet en volledig gedomineerd wordt door commissies waarin de regering de dienst uitmaakt, dan is dat het Britse Lagerhuis. Uit een oogpunt van theater is er geen mooier parlement, maar nergens staan de toneelstukjes over de soevereiniteit die er worden opgevoerd verder van de realiteit dan in de Mother of Parliaments.