Marine gaat in Caraïbisch gebied op zoek naar drugs

DEN HAAG, 14 DEC. De Nederlandse marine gaat meedoen aan opsporingsactiviteiten in het Caraïbisch gebied in het kader van de strijd tegen de drugssmokkel. Daartoe is gistermiddag in Key West, Florida, bij het commando van de Joint Task Force Four een beginselverklaring getekend.

De inhoud van de verklaring is geheim. Zij regelt de overdracht van informatie en het werk van contactpersonen. Voor Nederland zullen de contacten verlopen via het hoofdkwartier van de Amerikaanse militaire opsporingsdienst, waar de drie krijgsmachtdelen samen met de Kustwacht, Douane en de DEA (Drug Enforcement Agency) deelnemen aan de "oorlog tegen drugs'.

Periodiek zal een P3C Orion-vliegtuig aan de acties deelnemen alsmede Lynx helikopters, gestationeerd op het Nederlandse fregat dat Willemstad als thuisbasis heeft. Het is niet de bedoeling dat Nederlands militair personeel ook aanhoudingen verricht. Wel kunnen Antilliaanse politierechercheurs meevliegen of meevaren en tot arrestatie overgaan.

Bij herhaling heeft de Amerikaanse marine gevraagd om steun in de door president Bush twee jaar geleden aangekondigde "oorlog tegen drugs'.

De Nederlandse marine had graag gezien dat Nederland met meer schepen en vliegtuigen aan de nieuwe taak was begonnen rond de uitgestrekte territoriale wateren van de Antillen.

De minister van volksgezondheid van de Antillen, S. Inderson, hoopt dat de inzet van militaire middelen tegen de drugssmokkel niet al te groot wordt. Ook in de Tweede Kamer wordt aangedrongen op een bescheiden rol van Nederland. “In ons land is er een traditie om drugsverslaving vooral te benaderen als een sociaal probleem. De Amerikanen kiezen voor een militantere weg. Het zou fout zijn als wij de indruk gaan wekken het met die benadering eens te zijn”, zegt een defensiespecialist van een van de regeringspartijen in de Tweede Kamer. De Kamer is nog niet over de nieuwe taak van de marine in het Caraïbisch gebied ingelicht, al heeft minister Ter Beek er wel enkele woorden aan gewijd op een vraag van de VVD tijdens de begrotingsbehandeling eind november.