JACQUES VERGÈS; Een dubieuze advocaat

Le Salaud Lumineux Jacques Vergès. Conversations avec Jean-Louis Remilleux 329 blz., geïll., Edition 1 - Michel Lafon 1991, f 45,50 ISBN 2 863 91408 1

Wanneer Pol Pot ooit mocht besluiten terug te keren naar de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh, dan zou hij behalve een lijfwacht ook wel eens een advocaat nodig kunnen hebben. Voor matre Jacques Vergès, die bekend werd als advocaat van vliegtuigkapers, terroristen en bovenal de oologsmisdadiger Klaus Barbie, zou de verdediging van de gevreesde Rode Khmer-leider de kroon op zijn carrière zijn. Wie het best in zijn element is als advocaat van de duivel, moet Pol Pot als een buitenkansje zien.

Maar vooralsnog is van enig recent contact tussen de Franse advocaat en de Cambodjaanse rebellenleider niets bekend. Beide mannen kennen elkaar wel, sinds ze in de jaren vijftig in Parijs studeerden en actief waren in linkse, antikolonialistische groeperingen. Hij was een bescheiden, hoffelijke en beleefde jongen,' zegt Vergès over Pol Pot in Le Salaud Lumineux, een boek dat één lang vraaggesprek is met de advocaat. In zekere zin een heilige?' informeert zijn ondervrager, de journalist Jean-Louis Remilleux, sarcastisch. Zal ik het toegeven?' antwoordt Vergès - zijn gelaatsuitdrukking wordt niet beschreven, maar de lezer ziet zonder veel moeite de twinkelende oogjes van de advocaat achter het bekende stalen brilletje. De Pol Pot die ik kende, ontbrak het niet aan humor!'

Het is Vergès ten voeten uit. Parmantig, arrogant en provocerend, altijd op zoek naar het aanstootgevende en nooit te beroerd om journalisten van bruikbare quotes' te voorzien. Over de moordpartijen van de Rode Khmers wil Vergès, zo blijkt uit dit boek, overigens niet oordelen. Hij gelooft niet dat er een volkerenmoord heeft plaatsgehad - de verhalen over het Roemeense Timisoara bleken achteraf immers óók schromelijk overdreven. En bovendien, stelt Vergès, als het regime van de Rode Khmers zo verschrikkelijk was als de media ons willen doen geloven, waarom vechten er dan nog altijd zoveel Cambodjanen in het leger van Pol Pot?

GERUCHTENMACHINE

Vergès kreeg al aan het einde van de jaren vijftig door zijn verdediging van Algerijnse opstandelingen faam als radicaal advocaat. Toen hij bijna negen jaar lang, van begin 1970 tot eind 1978, van de aardbodem verdwenen leek, was het dan ook geen wonder dat in de Franse kranten de geruchtenmachine op gang kwam. Matre Vergès zou verdronken zijn in de haven van Alicante, hij zou zijn ontvoerd, of zich hebben aangesloten bij de Rode Khmers.

Maar op een goeie dag dook de eigenzinnige advocaat weer op in Parijs. Tegenover de Figaro verklaarde hij doodleuk: Ik ben op reis geweest.' Sindsdien is de hypothese over een Cambodjaans avontuur de hardnekkigste, vooral omdat zijn verdwijning samenviel met de opkomst en heerschappij van de Rode Khmer. Vergès zelf hoedt zich wel om enig verhaal over de ontbrekende jaren' in zijn gesproken levensschets te bevestigen of te ontkennen - daarvoor is hij veel te verzot op mystificaties. Het enige dat hij tegenover Remilleux wil loslaten, is: Ik ben slank, gebruind en gehard van dat avontuur teruggekomen' - waarbij hij voor gehard' het woord aguerri' gebruikt, dat ook kan betekenen: gewend aan de gevaren van de oorlog.

Remilleux noemt Vergès in de titel van zijn boek de briljante schoft', maar dat is wat veel eer. Intelligent en geslepen is de advocaat wel, vooral in het bespelen van de media, maar briljant? Zijn redeneringen en pleidooien zijn vaak voorspelbaar wat betreft hun ideologische toonzetting. Zijn juridische strategie - de tegenaanval is de beste verdediging - loopt nogal eens spaak.

Een schoft lijkt Vergès al evenmin. Zijn opvattingen staan weliswaar vaak op gespannen voet met de heersende moraal en hij koketteert ook regelmatig met zijn sympathie voor allerhande dubieuze organisaties en personen, maar voor zover bekend blijft het bij intellectuele excercities. Vergès is niet zozeer een schoft, als wel een provocateur die de in-burgerlijke Franse samenleving lastig valt met zijn tegendraadse versie van de waarheid. Hij mag een rat zijn, maar dan een die knaagt aan het geweten van de Fransen.

De meest geruchtmakende zaak van Vergès was de verdediging van de Duitse oorlogsmisdadiger Klaus Barbie, de slager van Lyon', in 1987. Vergès zwolg in alle aandacht voor de zaak. Hij poseerde voor de camera's met champagne en sigaar in een schuimbad, en vertelde aan wie het maar horen wilde dat hij in de rechtszaal met schokkende onthullingen zou komen over het Franse verzet.

Barbie was in de jaren vijftig al bij verstek ter dood veroordeeld, en toen hij eindelijk door Bolivia was uitgewezen, leek hij een levenslange gevangenisstraf nauwelijks nog te kunnen ontlopen. Maar het scheen wel of het Vergès niet in de eerste plaats ging om de verdediging van zijn cliënt (don Klaus', zoals hij hem aansprak), als wel om de aanval op diens aanklagers, de Franse politiek en de heersende morele opvattingen.

TWEE MATEN

Vergès liet zich tegen het einde van het proces bijstaan door twee confrères uit respectievelijk de voormalige Franse kolonie Congo en de voormalige Franse kolonie Algerije. De twee getuigden over de misdaden tegen de menselijkheid die niet de nazi's, maar de Fransen hadden begaan. De vergelijking toonde aan, zo stelt Vergès ook in dit boek, dat de Fransen met twee maten meten. Dat misdaden tegen de menselijkheid worden bestraft als ze door Duitsers, maar worden vergeten als ze door Fransen zijn begaan.

Het was een typisch voorbeeld van de strategie waarvan Vergès zich dikwijls bedient, wat hij noemt de strategie van de breuk'. De advocaat verdedigt zijn cliënt niet volgens de regels van het spel, hij tracht niet zijn onschuld aan te tonen en voert geen verzachtende omstandigheden aan. In plaats daarvan gaat hij in de aanval en stelt de integriteit van de aanklagers ter discussie. Het is een aanpak die de beginselen in naam waarvan wordt rechtgesproken aan de orde wil stellen.

Het nadeel van deze strategie is wel, erkent Vergès, dat de beklaagde de zwaarste straf riskeert - en menige cliënt van hem heeft dat moeten ondervinden. Ook Barbie werd veroordeeld tot levenslang, en in september van dit jaar overleed hij in gevangenschap. Toch bestrijdt Vergès dat hij het proces heeft verloren. Hij heeft immers twijfel gezaaid over de integriteit van het Franse verzet in de oorlog, zo meent hij - ook al zijn de spectaculaire onthullingen die hij had aangekondigd, uitgebleven. En heeft hij niet naar voren kunnen brengen dat ook de Fransen zèlf in hun koloniën misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan?

Het proces-Barbie is voor Vergès overigens nog niet afgelopen. De matre blijft onrust stoken. Barbie zou, zo luidt de laatste onthulling', een testament hebben nagelaten waarin hij een boekje open doet over het Franse verzet en het nimmer opgehelderde verraad dat verzetsheld Jean Moulin de kop kostte. In Frankrijk kijkt er nauwelijks nog iemand van op. Men kent Vergès langzamerhand.

Remilleux heeft er in Le Salaud Lumineux voor gekozen Vergès zijn levensverhaal zèlf te laten vertellen. De journalist stelt zijn vragen, maar biedt nauwelijks weerwerk tegen de redeneringen van de advocaat. Het boek is daardoor een soort autobiografie geworden, Vergès vertelt over Vergès, of liever nog: Vergès bouwt verder aan de mythe Vergès. Nu eens voegt hij een schepje geheimzinnigheid toe, dan weer een forse scheut provocatie, tot het beeld ontstaat dat de matre graag van zichzelf uitdraagt.

Zijn helden? Om te beginnen Nietzsche, met wie hij zich naar eigen zeggen aan gene zijde van goed en kwaad' opstelt. Ook heeft hij grote bewondering voor Robespierre (een dictator, maar zonder de waanzin van de macht'), Jean Genet (we hebben hetzelfde wantrouwen jegens de schijnheiligheid en het conformisme inzake wat men criminelen' noemt') en zelfs voor De Gaulle (een traditionele militair die in staat is bevelen in de wind te slaan. Dat is mooi ...').

De ideale vrouw voor Vergès? Die ziet hij gesymboliseerd in Ethel Rosenberg en Eva Braun, twee vrouwen die in alle opzichten elkaars tegendeel zijn, behalve in liefde en trouw'. Hoe denkt hij over de Golfoorlog? Al mijn sympathie gaat uit naar Saddam Hoessein.' Zijn er mensen die hij zou weigeren te verdedigen? Hitler bijvoorbeeld? Zou ik menselijkerwijs het recht hebben te weigeren?' En Mitterrand? Bij hem zou ik niet meer doen dan waartoe ik verplicht zou zijn.'

Al vanaf zijn geboorte in 1925, in Thailand, was Jacques Vergès volgens zijn eigen relaas voorbestemd om een rebel te worden. Zijn vader, een creool van het Franse eiland Réunion, was arts en Frans consul in Sjanghai en in het Thaise Oubone, maar moest de diplomatieke dienst verlaten omdat hij niet trouwde met een Française, maar met een Vietnamese. Tijdens het proces-Barbie zou Vergès nog aan zijn afkomst refereren: Mijn moeder hoefde geen gele ster te dragen, ze was van top tot teen geel.'

De moeder stierf toen Jacques drie jaar was, en de familie verhuisde naar Réunion, waar vader zijn artsenpraktijk weer opnam en tegelijkertijd politiek actief werd: als secretaris van de communistische vakbond CGT en als afgevaardigde van het linkse Front Populaire op het eiland. Al op 12-jarige leeftijd liep Jacques met geheven vuist mee in politieke demonstraties.

In 1942 nam de 17-jarige Vergès dienst bij de troepen van het Vrije Frankrijk van Charles de Gaulle. Na de oorlog vertrok hij naar Parijs om te studeren, en daar stortte hij zich volop in het politieke activisme. Hij werd lid van de communistische partij, volgde daar een interne opleiding voor studenten uit de koloniën, en leerde zo menig toekomstige revolutionair of staatshoofd kennen.

Het politieke engagement van Vergès was vooral gericht tegen de koloniale mogendheden. Stalin en Mao waren zijn helden, de Chinese revolutie was het model voor heel Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Toen hij eenmaal advocaat was bood hij al gauw zijn diensten aan aan de voorvechters van de Algerijnse onafhankelijkheid. Naarmate hij zich meer identificeerde met zijn cliënten, merendeels gevangen leden van de FLN, kreeg hij een intensere afkeer van de Franse politici - niet in de laatste plaats François Mitterrand, in die jaren minister van binnenlandse zaken en later justitie.

In deze tijd ook groeide het begrip van Vergès voor terroristen, soms zelfs uitmondend in regelrechte bewondering. In een aanslag treedt een grote tegenspraak aan het licht, een conflict, een politieke vraag. Wie een bom plaatst, plaatst in feite een groot vraagteken.'

Vergès werd moslim en in 1962 trouwde hij met de Algerijnse activiste Djamila Bouhired, een cliënte van hem die ter dood was veroordeeld voor bloedige bomaanslagen in Algiers, maar uiteindelijk na gratie vrijkwam. Toen hij de communistische partij in 1957 verliet, was dat niet vanwege de onthullingen over de praktijk van het stalinisme, maar vanwege de volgens Vergès te lauwe opstelling van de Franse kameraden tegenover de Algerijnse onafhankelijkheidsstrijd.

DUIVELS PLEZIER

De ideeën van Vergès zijn sinds de jaren vijftig en zestig niet wezenlijk veranderd. Hij hoort niet tot die Franse intellectuelen die hun linkse en ultra-linkse ideeën hebben verruild voor gematigder gedachtengoed of voor een comfortabele maatschappelijke positie. De communistische regimes mogen bijna allemaal zijn gevallen, Vergès ziet daarin niet het failliet van zijn idealen. 'Het communistische blok heeft de dekolonisatie ontegenzeglijk vergemakkelijkt. Dat is al heel wat.'

De communistische kerk' heeft Vergès verlaten, maar hij blijft zich een revolutionair voelen: Ik houd van revoluties zoals Don Juan van vrouwen houdt. Ik houd ervan van de ene naar de andere te gaan, ik houd van ze als ze jong zijn. Als ze ouder worden ga ik weg, naar een andere revolutie, een jongere.'

Het is het soort revolutionaire romantiek dat sinds de jaren tachtig uitgebloeid lijkt te zijn. Maar Vergès wil van een historisch ongelijk niets weten. Bij suggesties in die richting kaatst hij de bal op zijn karakteristieke wijze terug: Bij de invasie van Panama zijn meer doden gevallen dan rond het plein van de Hemelse Vrede.'

En dat terugkaatsen, dat ondergraven van de ander, dat is precies waar het Vergès steeds om gaat. Een puur politieke advocaat voor de belangen van de Derde Wereld is hij allang niet meer: in de meest uiteenlopende civiele en strafzaken trad hij voor het voetlicht. Hij werd in de arm genomen door de (inmiddels afgezette) regering van Haïti om geld terug te krijgen dat Duvallier uit de schatkist ontvreemd zou hebben, hij was advocaat van Ibrahim Abdallah (de Libanese Christen die levenslang kreeg voor medeplichtigheid bij de moordaanslagen op een Amerikaanse en Israelische diplomaat), maar ook verdedigde hij de dochter van Marlon Brando, toen die beschuldigd werd van medeplichtigheid bij moord.

Vergès verdedigt zich nooit, hij blijft altijd aanvallen. En niemand kan hem tegenspreken dat de Franse koloniale geschiedenis buitengewoon bloedig was. Dat het socialisme van Mitterrand is vastgelopen. Dat de financiering van de Franse politieke partijen tot grootscheepse corruptie heeft geleid. Dat in het algemeen de morele stellingnames van politieke leiders dikwijls meer met opportunisme dan met ethiek te maken hebben. Dat het Franse beeld van de Tweede Wereldoorlog nog altijd eenzijdig is (veel verzet, een klein beetje collaboratie). En dat, ten slotte, het verschijnsel Vergès nog altijd niet genegeerd kan worden.