Europees conclaaf: De verkiezing van een Paus; Rome, 1458 Door Aeneas, kardinaal van Siena, de latere Paus Pius II

Het conclaaf werd gehouden in het apostolisch paleis bij St. Pieter, waar twee zalen en twee kapellen gereserveerd waren.

In de grote kapel waren cellen getimmerd waarin de kardinalen konden eten en slapen; de kleinere kapel, genaamd de kapel van St. Niccolo, was gereserveerd door het debat en de verkiezing van de paus. De overige zalen waren plaatsen waar allen vrij rond konden lopen. Na de eerste stemming en de lunch werden er talrijke privéconferenties gehouden. De rijke en machtige leden van het college spraken de overigen toe en probeerden de pauselijke waardigheid voor zichzelf of voor hun vrienden te winnen. Ze smeekten, beloofden, dreigden en sommigen, schaamteloos iedere bescheidenheid terzijde schuivend, bepleitten ongegeneerd hun eigen zaak en eisten het pausdom op als hun recht. Onder hen bevonden zich Guillaume, de kardinaal van Rouen, Pietro, de kardinaal van San Marco en Giovanni, de kardinaal van Pavia - trouwens, ook de kardinaal van Lerida verwaarloosde zijn eigen belangen niet. Hun rivaliteit was buitengewoon groot en hun energie leek onuitputtelijk. Ze namen geen rust, bij dag noch bij nacht.

Met name door de schitterende beloften van Rouen werden heel wat kardinalen overgehaald, en ze lieten zich als vliegen daaraan vastkleven. Guillaume, de kardinaal van Rouen, vertrouwde hen en beloofde hun alsmaar gunsten en voordelen en hij was al bezig provincies onder hen te verdelen.

Enige tijd na middernacht liep de kardinaal van Bologna haastig naar de cel van Aeneas, de kardinaal van Siena, maakte hem wakker en zei: Kijk eens Aeneas! Ziet u niet dat we al een paus hebben? Sommigen van de kardinalen hebben de boel onder elkaar al geregeld en hebben besloten Guillaume te kiezen. Ze wachten alleen nog op het daglicht. Ik raad u aan om op te staan en hem uw stem aan te bieden voordat hij is gekozen, want reken maar dat hij het u flink lastig zal maken als hij wordt gekozen met uw stem tegen. Zelf weet ik maar al te goed wat het betekent om de paus als vijand te hebben.''

Aeneas antwoordde: Filippo, weg met u en uw advies. Ik ben niet bang. En bovendien geloof ik niet dat God zal toestaan dat Zijn Bruid, de Kerk, te gronden gaat in de handen van de kardinaal van Rouen.'' Vervolgens zocht hij de kardinaal van Pavia op en zei tegen hem: Ik hoor dat u zich geschaard hebt onder degenen die hebben besloten om voor Rouen te stemmen. Is dat waar?'' Dat klopt,'' antwoordde hij. Ik heb ermee ingestemd hem mijn stem te geven om niet alleen achter te blijven. Want zijn overwinning is al zeker, zoveel hebben zich voor hem uitgesproken.'' Aeneas zei vervolgens: Ik dacht dat u een andere man was dan wat ik nu merk. Zie eens hoever u bent afgedwaald van uw voorouders! Een Franse paus zal of naar Frankrijk gaan - en dan is ons lieve land beroofd van haar glans - of hij zal onder ons blijven - en dan zal Italië, de koningin van de naties, een vreemde meester moeten dienen, en wij zullen allen slaven van de Fransen zijn. Het koninkrijk Sicilië zal in de handen van de Fransen komen. De Fransen zullen alle steden en bastions van de kerk in handen hebben. U zult het hele college zien volstromen met Fransen, en het pausdom zal nooit meer aan hen ontworsteld kunnen worden.''

De kardinaal van Pavia, ontzet door deze woorden, barstte, overweldigd door schaamte en smart, in tranen uit en zei door zijn snikken heen: Ik schaam me, Aeneas. Maar wat kan ik doen? Ik heb mijn woord gegeven. Als ik niet voor Rouen stem, word ik beschuldigd van verraad.'' Aeneas antwoordde: Voorzover ik zie bent u op een punt gekomen dat u toch verraad zult plegen, wat u ook doet. U hebt nu te kiezen of u Italië wilt verraden, uw land, en de Kerk, of de bisschop van Rouen.'' Overtuigd door deze argumenten besloot Pavia dat het het minst schandelijk was om Rouen teleur te stellen.

(Nadat de tweede verkiezing geen paus had opgeleverd - Aeneas kreeg negen stemmen, Rouen tot zijn ontzetting maar zes - werd besloten om te proberen een paus bij acclamatie te kiezen, om die dag toch nog tot een pauskeuze te kunnen komen.)

Allen zaten bleek en stil in hun zetels, alsof ze in trance verkeerden. Gedurende enige tijd sprak niemand. Niemand opende zijn lippen, niemand bewoog een deel van zijn lichaam, behalve de ogen, die maar rond bleven kijken. Het was een vreemde stilte en een vreemd gezicht: mannen die daar zaten als hun eigen standbeelden, zonder dat er enig geluid werd gehoord en enige beweging werd gezien.

Toen stond Rodrigo, de vice-kanselier op, en zei: Ik draag mijn stem over aan de kardinaal van Siena.'' Dat was een zin die als een dolk in het hart van Rouen stak, zo bleek werd hij. Er volgde een stilte, en iedereen begon zijn gevoelens, met een blik op zijn buurman, met gebaren te uiten. Het begon op dat moment duidelijk te worden dat Aeneas de paus zou worden en sommigen probeerden, uit vrees voor dit resultaat, het conclaaf te verlaten. Ze deden net alsof ze opeens aan een natuurlijke behoefte moesten voldoen, maar in werkelijkheid wilden ze aan het lot van die dag ontkomen. Toen echter niemand hen volgde, kwamen ze snel terug.

Vervolgens zei Jacopo, de kardinaal van Sant' Anastasia: Ik draag mijn stem over aan de kardinaal van Siena.'' Hierop leken allen nog meer verbijsterd, zoals mensen in een huis dat door aardbevingen heen en weer wordt geschud hun spraakvermogen verliezen.

Aeneas had nu nog maar één stem nodig, want twaalf waren voldoende om een paus te kiezen. Toen kardinaal Prospero Colonna zich dat realiseerde meende hij dat hij in elk geval voor zichzelf de roem moest binnenhalen om de nieuwe paus aan te kondigen. Hij stond op en stond op het punt zijn stem uit te brengen, toen hij werd vastgegrepen door de kardinalen van Nice en Rouen en scherp werd gekapitteld over het feit dat hij voor Aeneas wilde gaan stemmen. Toen hij volhield probeerden ze hem met geweld de zaal uit te duwen - want tot zulke middelen waren ze inmiddels overgegaan om Aeneas van de pauselijke waardigheid af te houden. Prospero had echter weliswaar bij de eerdere stemmingen voor de kardinaal van Rouen gekozen, maar hij had ook oude vriendschapsbanden met Aeneas. Hij besteedde geen aandacht aan hun wangedrag en loze beschuldigingen en zei, zich wendend tot de andere kardinalen: Ik stem voor de kardinaal van Siena en ik maak hem tot paus.''

Toen de oppositie dit hoorde verdween hun laatste moreel en al hun manipulaties stortten ineen. Alle kardinalen vielen onmiddellijk aan Aeneas voeten en begroetten hem als paus.

Bron: The Commentaries of Pius II, trans. Florence A. Gragg, ed. Leona C. Gabel in Smith College Studies in History, Vol. XXII, Smith College, Northampton, 1936-1937.