Europa ziet ons als rebellen'

LJUBLJANA, 14 DEC . “Ik vind het moeilijk mijn collega's te kritiseren”, zegt Dimitrij Rupel, minister van buitenlandse zaken van Slovenië. “Ik probeer het te vermijden. We moeten nog met die mensen verder. Laten we het hierop houden: West-Europa was niet voorbereid op de grote veranderingen in Oost-Europa van de laatste jaren. Hun analyses waren gebaseerd op oude concepten en toen de veranderingen zich voordeden was er geen beleid en begon een tijdperk van improvisaties. En dat heeft er toe geleid dat Europa bij ons, in Joegoslavië, het onafhankelijkheidsstreven volstrekt verkeerd heeft geïnterpreteerd.”

Rupel, een kolossale man met een korte baard en verbaasde blauwe ogen, is een van Sloveniës meest prominente schrijvers en vertalers: een diplomaat is hij niet. Als minister, weet hij, dient hij zich diplomatiek uit te drukken. Hij houdt zich dus in, maar hij maakt er geen geheim van dat het EG-beleid inzake Joegoslavië de Kroaten en de Slovenen veel kwaad heeft gedaan en dat het optreden van de EG het bloedvergieten in Kroatië eerder heeft verlengd dan bekort. Toen de Kroaten en Slovenen in juni hun onafhankelijkheid uitriepen en prompt werden aangevallen door de Serviërs en het federale leger, bleef het gealarmeerde Europa maandenlang vasthouden aan het concept van het oude Joegoslavië: dat moest blijven voortbestaan. Niet gehinderd door veel kennis van zaken over de voorgeschiedenis van het conflict en de achtergrond van de Kroatische en Sloveense afscheiding, bleven Europa's diplomaten, minister Van den Broek en Lord Carrington voorop, al gauw gevolgd door de Amerikaanse VN-afgezant Cyrus Vance, hardnekkig geloven dat dat oude Joegoslavië kon worden gered.

Rupel: “Europa bleef ons zien als rebellen, als separatisten. Dat waren we niet en dat zijn we niet. We hebben Joegoslavië niet verlaten om een eiland te zijn, we hebben een bolsjewistisch verband verlaten om ons bij Europa aan te sluiten, om ons te integreren. Dat is nog steeds ons eerste en belangrijkste doel”.

Het werd door de EG niet begrepen. Er was, zegt Rupel, veel misinformatie bij de EG, “er was veel slechte logica en slecht denkwerk”. “Europa heeft nooit de tijd gehad zich met onze problemen bezig te houden. En toen het er mee werd geconfronteerd, werd het gehypnotiseerd door Servië en de federale organen. Daar werd wel naar geluisterd, zij hadden tenslotte de 86 ambassades in de wereld in handen, zij verspreidden de lezing dat ze de Joegoslavische staat verdedigden tegen extremisten en rebellen, en ze werden geloofd. De EG had geen begrip voor de duizend jaar oude wortels van de Servisch-Kroatische oorlog, ze had niet door dat de kwestie niet draaide om het redden van de staat Joegoslavië, maar om een Servische aanval op Kroatië. Ik heb me wel afgevraagd: als Duitsland Frankrijk zou binnenvallen om de Elzas in handen te krijgen zou de wereld op zijn kop staan, maar als Servië Kroatië binnenvalt ligt daar niemand wakker van.”

De EG, zegt Rupel, heeft heel langzaam gereageerd en reageert nog steeds langzaam. Zelfs nu, bijna een half jaar nadat de oorlog om Slovenië is geëindigd en iedereen in Joegoslavië de Sloveense afscheiding heeft geaccepteerd - zelfs het federale leger - weigert de EG de Sloveense onafhankelijkheid te erkennen. Zelfs nu nog wordt Slovenië aan Kroatië gekoppeld, hoewel er geen grensconflicten zijn, hoewel er geen federale troepen meer op Sloveense bodem liggen, hoewel de Slovenen op elk gebied baas in eigen huis zijn en hoewel de strijd in Kroatië met Slovenië niets van doen heeft.

Rupel: “De EG is alleen geïnteresseerd geweest in het oplossen van de Joegoslavische crisis. Ze heeft geredeneerd: lossen we die crisis op door Slovenië te erkennen? Nee. Dus heeft de EG Slovenië niet erkend, ook al weten ze hoeveel schade ze ons en onze economie daarmee toebrengen. De EG heeft een uiterst wrede politiek gevoerd. Ze laten nog liever Dubrovnik kapot schieten dan sneller te reageren. Het EG-beleid heeft uiteindelijk het bloedvergieten verlengd”.

Men kan er zich in Slovenië danig over opwinden. De naam Van den Broek is synoniem voor gebrek aan kennis, inzicht en belangstelling en een Nederlander kan zich in Slovenië niet bewegen zonder ongevraagd door elke gesprekspartner te worden gewezen op het Haagse geklungel. De enige graffiti in Ljubljana is de tekst Van den Broek - piss off. De naam Vance wordt zo mogelijk met nog meer minachting gebezigd en ambtenaren op Rupels ministerie kunnen smakelijk vertellen hoe de bijdrage van de gewezen Amerikaanse minister aan de conversatie in Joegoslavië voornamelijk beperkt is gebleven tot een eindeloos herhaald “I did not know that”. En hoe Lord Carrington elders in Europea de lof van Servië zingt en tijdens de zittingen van de conferentie elk debat over urgente zaken als boedelscheiding verhindert. Rupel: “Ik kan me nog voorstellen dat Vance er niets van begreep, al is het natuurlijk jammer dat hij keer op keer na zijn o zo vriendelijke gesprekjes met Servische leiders en federale generaals de indruk wekt prima maatjes met hen te zijn. Maar van Europa had ik wat meer verwacht. De Duitsers, de Italianen, de Oostenrijkers en de Hongaren - zij snapten het wel. De Nederlanders? Toen ik een paar weken geleden in Den Haag was wilde Van den Broek me niet eens ontvangen - hij liet zelfs navragen met welke collega-ministers ik had gesproken”.

Het is verbazingwekkend dat Slovenië, de in Joegoslavië alom geaccepteerde onafhankelijkheid ten spijt, toch al die maanden braaf is blijven meedraaien in de Joegoslavië-conferentie van lord Carrington. Rupel: “We willen constructief zijn, we willen samenwerken, we willen de regels respecteren. Ik ben er hier vaak voor gehekeld. Want wat hadden we nog in Den Haag te zoeken? Ik ben veroordeeld, mijn beleid was een mislukking. Maar ik heb gezegd: we willen onafhankelijkheid, wel, dan moeten we bereid zijn daar een prijs voor te betalen en als dit de prijs is, betalen we die. Geen enkele geboorte verloopt zonder pijn, ook de geboorte van een nieuwe staat niet”. Het is, zegt Rupel, een kwestie van de spelregels respecteren. “We willen met Europa samenwerken, we willen een fatsoenlijk Europees land zijn. Er is geen andere wereld dan deze, en als de regels zo zijn, respecteren we die.”

Het is allemaal maar tijdelijk, zo troost hij zich: volgende week wordt Slovenië erkend, in elk geval door de Duitsers, de Italianen, de Oostenrijkers en de Hongaren en dan behoren de onverkwikkelijkheden van het Europese beleid hopelijk tot het verleden. “Het is uiteindelijk ook contra-produktief geweest, ik zeg wel tegen de Amerikanen: jullie hadden zoveel vrienden in Slovenië, we zagen naar jullie op, we bewonderden jullie, we respecteerden jullie. Maar nu is er een groeiend anti-Amerikanisme.”

Hij lacht en haalt een hand over zijn korte baard: “Nederland? Ach, laat ik er niets over zeggen: we moeten nog verder met deze mensen”.