EISENHOWER

Eisenhower. Soldier and President door Stephen E. Ambrose 635 blz., geïll., Touchstone 1991 (1983, '84,), pb, f 45,95 ISBN 0 671 74758 4

Dwight Eisenhower had altijd hoge eisen aan zichzelf gesteld. Hoe groot was zijn verlangen niet geweest Amerika en de wereld in zijn achtjarige presidentschap duurzame vrede te geven. Maar ik kon slechts bijdragen tot een patstelling,' merkte hij op vlak voor zijn dood in 1969.

Bij een peiling onder historici kort nadat Eisenhower het Witte Huis had verlaten, kreeg hij van alle presidenten de laagste waardering. Het wekte toen geen verwondering want bij de meeste Amerikanen stond hij te boek als een vaak golf spelende president die het regeren overliet aan een kleine kring van naaste medewerkers. Eind jaren zeventig kwam er een herwaardering van zijn presidentschap op gang. Hoogtepunt daarin was de publikatie in 1982 en 1983 van de tweedelige biografie van Stephen Ambrose (Eisenhower. Soldier, General of the Army, President-Elect en Eisenhower. The President). Ambrose meende dat Eisenhower net iets onder de allergrootste presidenten, zoals Lincoln, thuishoorde. De meest recente peiling geeft hem overigens ongelijk: Eisenhower is weer uit de toptien verdwenen en zit nu in de categorie boven het gemiddelde'.

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Eisenhower is een compilatie van de biografie van Ambrose verschenen. De opmerkelijkste verandering is de scherpere toon die Ambrose tegenover Eisenhower aanslaat. Hoewel hij nog steeds van oordeel is dat Amerika zich gelukkig mag prijzen tijdens een van de gevaarlijkste perioden in de Koude Oorlog zo'n ervaren en evenwichtige president te hebben gehad, is het oordeel over de binnenlandse politiek van Eisenhower aanmerkelijk negatiever dan in de oorspronkelijke biografie. Ambrose noemt de weigering van Eisenhower actief op te treden tegen de achterstelling van de negers, vooral na de historische Brown vs. Topeka' uitspraak van het Hooggerechtshof, bijna misdadig. Daar waar in internationale crisissituaties een passieve opstelling vaak de storm deed overwaaien, betoogt Ambrose nu, heeft in binnenlandse conflicten Eisenhower door zijn passieve opstelling grote kansen laten liggen.

Overigens was de laatste die verwacht had dat de goedlachse Dwight Eisenhower uit het plattelandsstadje Abilene in Kansas geallieerd opperbevelhebber zou worden en daarna president, Eisenhower zelf. Als Amerikaans landmacht-officier was hij eigenlijk al zeer tevreden met het bereiken van de kolonelsrang in maart 1941. Door de chefstaf, generaal Marshall, werd hij naar Washington gehaald en kreeg hij de kans zichzelf te bewijzen. President Roosevelt kreeg zoveel vertrouwen in hem dat Eisenhower en niet Marshall tot opperbevelhebber van de geallieerde strijdkrachten werd benoemd. Als voornaamste kritiek noemt Ambrose zijn toegeeflijkheid aan Montgomery bij de mislukte operatie Market Garden. Daartegenover stond dat hij zowat als enige bij het Duitse Ardennenoffensief in 1944 niet in paniek raakte.

Eisenhowers positie vergde niet alleen militair, maar ook politiek inzicht. Hij was overigens veel meer politicus dan hij zelf wilde toegeven. Door zijn oorlogsreputatie kon hij bij de Amerikaanse kiezers niet meer stuk. Eisenhower wist dat en hoefde feitelijk alleen maar te kiezen of hij als democratisch of republikeins president het Witte Huis zou betreden. Harry Truman bood hem de democratische nominatie in 1948 aan en was zelfs bereid onder hem als vice-president te dienen. Eisenhower ging daar niet op in, hij was te conservatief om zich bij de democraten te voegen. Een kleine intieme kring van gefortuneerde zakenlieden (the gang') waarmee hij steeds vaker optrok, bracht hem met zachte hand zover zich tot het presidentschap bereid te verklaren en regelde in 1952 moeiteloos de republikeinse nominatie.

De hitte van de Koude Oorlog dwong hem als president veel tijd te besteden aan buitenlandse politiek. Zijn strategie was eenvoudig en effectief: hij ontkende gewoonweg dat er een crisis was, riep op tot kalmte en rekende erop dat de logica van het nucleaire tijdperk uiteindelijk een bezwerend effect zou hebben.

Tegenwoordig menen sommige critici, zoals de historicus John Lewis Gaddis, in zijn boek Strategies of Containment, dat Eisenhower te gemakkelijk dreigde met nucleaire wapens. Hij had teveel vertrouwen in zijn eigen vermogen tot de rand van de afgrond te gaan maar er niet overheen en gaf te weinig aandacht aan zijn doelstellingen op het gebied van wapenbeheersing. Toch komt ook Gaddis tot de conclusie dat Eisenhower als president uiteindelijk resultaat boekte. Deze president had een coherente strategie waarvan de hoofdlijnen door hem bepaald waren, er was een evenwichtige verhouding tussen doelen en middelen en zijn beslissingen waren in het algemeen consistent met Amerika's eigenbelang. Dat is voorlopig meer dan de meeste van zijn opvolgers kunnen claimen. Welk geschiedkundig oordeel uiteindelijk over Eisenhower geveld zal worden, staat ook met deze biografie nog niet vast. Wellicht dat Eisenhower zelf het meest in de buurt van de waarheid kwam: We kept the peace. People ask how it happened - by God, it didn't just happen. I'll tell you that.'