EG neemt geen besluit over heffing op energie

BRUSSEL, 14 DEC. De EG-ministers van milieu en van energie hebben gisteren nog geen concreet besluit genomen over de invoering van een heffing op energie. Wel hebben ze de Europese Commissie het mandaat gegeven een concreet voorstel te doen hoe de EG tot energiebesparing en vermindering van de uitstoot van CO2 (kooldioxide) moet komen. Daarvan zal de energieheffing waarschijnlijk een onderdeel zijn.

Over dat voorstel willen de ministers uiterlijk in mei 1992 een besluit nemen. Volgens de voorzitter van de gemeenschappelijke raad van energie- en milieuministers, de Nederlandse bewindsman Alders, blijft het “technisch mogelijk” per 1 januari 1993 een heffing op energie in de EG in te voeren.

Over de hoogte daarvan hebben de ministers zich gisteren niet uitgesproken. De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EG, heeft eerder in een voorlopig plan een heffing geopperd van drie dollar per vat olie in 1993, jaarlijks oplopend tot 10 dollar in 2000. In dit laatste geval zou de prijs van energie rond de eeuwwisseling ongeveer 50 procent hoger zijn dan nu.

De ministers kwamen gisteren tot hun standpunt na een urenlange vergadering, waarin het er aanvankelijk naar uitzag dat de energieheffing, waarover slechts bij unanimiteit van stemmen kan worden besloten, van tafel zou gaan. Een aantal landen, in het bijzonder de "arme' lidstaten Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland, liet aan het begin van de vergadering weten tegen de heffing te zijn. Deze landen claimen een uitzonderingspositie gelet op hun welvaartsachterstand, die trouwens ook gepaard gaat met een lager energieverbruik. Anderzijds kunnen sommige landen niet in hun eigen energiebehoefte voorzien en zijn ze dus afhankelijk van import.

De Europese Commissie moet met de positie van dergelijke landen in zijn voorstel rekening houden. Eventueel zouden zij een financiële compsensatie voor de hogere energiekosten kunnen krijgen. Een mogelijkheid is ook dat het "rijke' deel van de EG een hogere bijdrage aan de reductie van de CO2-uitstoot moet leveren om de doelstelling van de Gemeenschap (stabilisatie in 2000 op het niveau van 1990) te halen. Dit streven, afgesproken in oktober 1990, werd gisteren nog eens door de ministers bevestigd.

De Europese Commissie had de overtuiging dat deze doelstelling zonder energieheffing niet realiseerbaar is. Dat kwam ook tot uiting in het voorstel van Nederland, als voorzitter van de EG. Maar uiteindelijk staat in de conclusies van de ministers dat een energieheffing waarschijnlijk nodig is om de beoogde reductie van CO2-uitstoot te realiseren. In een eerdere versie ontbrak het woord "waarschijnlijk'. Alders liet het woord aan de tekst toevoegen, vooral op aandringen van Spanje.

De Europese Commissie moet bij haar toekomstige voorstel rekening houden met studies die volgens de ministers nodig zijn naar de economische en sociale gevolgen van een energieheffing. Dergelijk onderzoek wordt in Nederland al gedaan door de Commissie-Wolfson, waarvan het resultaat overigens niet meer dit jaar is te verwachten, zoals eerder wel de bedoelig was. Het plan voor de heffing moet ook worden besproken en goedgekeurd door de Europese ministers van financiën, omdat het de bedoeling is de opbrengst ervan aan de burgers en bedrijven in de vorm van een fiscale compensatie (lagere loonbelasting of lagere sociale premies bijvoorbeeld) grosso modo terug te geven.

Ook hebben de ministers gisteren uitgesproken dat energie-intensieve bedrijven bij de heffing tijdelijk moeten worden ontzien in verband met hun internationale concurrentiepositie. In het strategische plan dat de Commissie had ontwikkeld, werd met deze wens al rekening gehouden. De sectoren staal, chemische industrie, non-ferrometalen, pulp en papier, glas en cement, worden daarin als voorbeeld van energie-intensieve bedrijven aangehaald. De commissie vindt wel dat ook deze bedrijven op een of andere manier moeten aangeven hoe ze op energie denken te besparen.

Dat de ministers van energie en milieu in mei volgend jaar een besluit willen nemen over maatregelen als een energieheffing is van belang met het oog op de VN-conferentie over ontwikkeling en milieu, die een maand later in Brazilië wordt gehouden. De bedoeling van die conferentie is onder meer een Wereld Klimaat Verdrag te sluiten om het broeikaseffect (waarvan de CO2-emissie als een belangrijke oorzaak wordt beschouwd) te beperken. Binnen de EG heerst de opvatting dat van ontwikkelingslanden pas maatregelen kunnen worden gevraagd als de rijke landen concreet aangeven wat ze zelf tegen het broeikaseffect, de opwarming van de aarde, gaan doen. Ook wordt een concreet EG-plan van belang geacht in de onderhandelingen met de Verenigde Staten, waar het thema energiebesparing veel minder van belang wordt geacht.

De EG-landen hebben gisteren ook afgesproken dat ze uiterlijk in april naar de Europese Commissie hun nationale programma's voor het beperken van de CO2-emissie en andere broeikasgassen zullen sturen. Een aantal landen moet een dergelijk programma nog maken.