"Een kantoor in Moskou is niet meer voldoende'

ROTTERDAM, 14 DEC. Hoelang zou het oude Sovjet-systeem onder een Breznjev-achtige leiding nog hebben voortgesukkeld, als er geen Gorbatsjov was geweest om een crisis in dat systeem te forceren? Tijdens de conferentie "Handel met Oost-Europa' die het Nederlands Centrum voor Handelsbevordering de afgelopen week organiseerde, antwoordde een gemêleerd gezelschap van ondernemers, handelaren en Oost-Europa-deskundigen in grote meerderheid op deze hypothetische vraag: nog wel 20 tot 25 jaar.

Conferentievoorzitter drs. H.G. van Buren: “De enorme historische verdiensten van Michail Gorbatsjov staan buiten kijf. Vanuit de ooit zo machtige positie van partijsecretaris had hij zich evenals zijn voorgangers kunnen beperken tot pappen en nathouden. Maar hij had de moed om als ultieme exponent van het systeem datzelfde systeem ter discussie te stellen en daarmee een crisis te forceren. Had hij dat niet gedaan, had hij het geleidelijke proces van uitholling en aftakeling op zijn beloop gelaten, dan was de klap in de toekomst nog veel harder aangekomen.”

E.H. van Eeghen, koopman te Amsterdam, die Gorbatsjov en Jeltsin persoonlijk kent, laat weten: “Zonder Gorbatsjov zaten wij nog in de Koude Oorlog. Hij had de moed om de patstelling met het Westen te doorbreken. De uiteindelijke gevolgen voor hem zijn vreselijk. Het is maar goed dat hij dit niet van tevoren wist. Dan zou hij er misschien niet aan zijn begonnen. Maar hij deed dat wel en dat maakt hem tot een reus in de geschiedenis”.

Nu de reusachtige Sovjet-bureaucratie wegvalt en plaats maakt voor een veel losser Gemenebest, moeten er direct zaken worden gedaan met de republieken. Is dat een voordeel of een nadeel? “Het wordt in ieder geval ingewikkelder”, meent Van Eeghen. “Vroeger kon je direct zaken doen in Moskou en dat wordt nu natuurlijk veel minder. Met een kantoor in Moskou alleen kom je er niet meer. Je zult de trein of het vliegtuig moeten nemen naar Minsk, Omsk, Kiev of Alma Ata. Een ander verschil is dat in directe contacten met de republieken meer mogelijkheden tot ruilhandel zijn. Dat werd door Moskou om begrijpelijke reden nooit bevorderd”.

Directie-woordvoerdster C. van Schie van Cebeco International Projects ziet alleen maar positieve gevolgen. Zij zegt: “Wij werkten de laatste jaren in onze landbouwprojecten toch al decentraal, en dat zal nu steeds meer gebeuren, omdat de republieken nu meer naar hun eigen voedselvoorziening kijken. Zo wil bij voorbeeld Kazachstan onze assistentie bij de verbouw van aardappelen, en zo zijn er meer voorbeelden”.

H.G. van Buren, die als directielid van het Arnhemse handelshuis PEJA al bijna een kwart eeuw zaken doet in de voormalige Sovjet-Unie, ziet niet zulke grote veranderingen, althans niet voor zijn onderneming. Hij zegt: “In de praktijk ging de decentralisatie in de oude Sovjet-Unie al veel verder dan in de meeste Oosteuropese landen. Wij waren dus al gewend om door het land te trekken en dat komt de zaken ten goede. Want in de regio laat men Moskou er liever buiten.

Een vraag blijft of met het verdwijnen van de enorme Sovjet-bureaucratie het zaken doen met de afzonderlijke republieken ook minder bureaucratisch en soepeler zal verlopen. Van Eeghen gelooft van niet. “De bureaucratie heeft altijd een zeer grote rol gespeeld in Rusland, ook onder de tsaren, en het marxisme haakte daar gretig op in. Nu het marxisme wegvalt zal die neiging tot bureaucratie gewoon voortbestaan.”

Feit blijft dat met het wegvallen van de Unie ook een goed deel van de handelswetgeving moet worden herschreven. Boris Jeltsin maakte daar op 15 november al een begin mee toen hij bij decreet bepaalde dat Russische bedrijven voortaan vrije contacten mogen aangaan met Westerse ondernemingen, een maatregel die door de overige leden van het nieuwe Gemenebest “in principe” wordt nagevolgd.

Van Buren van handelshuis PEJA verwacht dat Jeltsins nieuwe Gemenebest zich daarbij vooral zal laten inspireren door het Westen. Hij vertelt: “Managers, parlementariërs, journalisten en studenten uit de voormalige Sovjet-republieken bezoeken nu in groten getale het Westen of volgen daar opleidingen. Omgekeerd brengen Westerse financiële instellingen en landen hun ideeën in het Oosten volop aan de man. De Westerse structuren vormen zo het voornaamste houvast voor het nieuwe Gemenebest.”

Maar drs. G.P. van den Berg, wetenschappelijk hoofdmedewerker Oosteuropees Recht aan de Rijksuniversiteit van Leiden, heeft zo zijn twijfels. Hij legt uit: “Wat er aan nu aan wetgeving uitkomt op het terrein van het ondernemingsrecht bevat restanten van het oude communistische systeem en grijpt ook terug naar de situatie van vóór de Oktoberrevolutie van 1917. Het is blijkbaar moeilijk om over te schakelen”.

Volgens Van den Berg vormt Jeltsins decreet van 15 november een goede illustratie. In de communistische tijden, zo legt hij uit, waren ondernemingen als staatsondernemingen tegelijk rechtspersonen. Vennootschappen bestonden toen niet. In het Westen is dat precies omgekeerd. Daar gelden alleen vennootschappen als rechtspersonen, terwijl de onderneming geen juridisch begrip vormt. Nu zijn er ook in de voormalige Sovjet-Unie vennootschappen mogelijk. Toch geeft Jeltsin in zijn recente decreet het recht op vrije handelsactiviteiten met het Westen weer aan ondernemingen en niet aan vennootschappen.

En wat de pre-communistische invloeden uit de tsaristische tijden betreft wijst Van den Berg op het antiquarische voornemen van de Russische Federatie om weer aandelen op naam uit te geven. Dat bevordert zeker de mogelijkheden van overheidscontrole, maar zeker niet de verhandelbaarheid van de aandelen. Van den Bergs advies aan de Nederlandse ondernemers die nu in Jeltsins prille Gemenebest aan de slag willen: “Stel je van tevoren bijzonder goed op de hoogte van de partner met wie je zaken wil doen en sluit in deze instabiele tijden vooral geen langer lopende akkoorden”.

PEJA's directielid Van Buren heeft er ook één: “Ga als Nederlandse firma niet zomaar door dat gigantische land trekken maar concentreer je op een bepaalde regio. Dan zijn er wel degelijk zaken te doen, tenminste als je daar ervaren bent. Ben je dat niet en heb je bij voorbeeld nog nooit zaken gedaan in Spanje, dan kun je daar beter eerst aan de slag gaan”.

De kleine ondernemer ondergaat overheid en politiek echter als het weer, meent Piet Klaver: “Het is er nu eenmaal en je verandert er niet veel aan.” Een Taiwanese ondernemer, aldus de Makro-manager, denkt net als andere Chinezen niet conceptueel. “Hij verandert snel, investeert niet in ervaring. In tegenstelling tot Japanners, die strategisch denken, zijn Chinezen puur commercieel ingesteld. Het zijn handelaren, die snel kunnen inspelen op kansen.” Maar investeren in projecten die zichzelf pas in vijftien of twintig jaar terugverdienen? Liever niet.