De Amstel is er nog

Let maar op,' zei Aart Klein. Op iedere foto is een stukje van de Amstel te zien.''

We bekeken zijn prachtige boek De Amstel is er gelukkig nog, een fotografisch document, gemaakt tussen 1952 en 1991. De Amstel, d.w.z. een riviertje met nog altijd herkenbare oevers is er al veel langer. Ter hoogte van de Nieuwe Amstelbrug, misschien iets verder, op de plaats waar nu het Gemeentearchief is gevestigd in het vroegere Raadhuis van Ouderamstel, heeft Rembrandt een ets gemaakt. Zat hij in een bootje? Daar heeft hij in ieder geval de skyline van de hoofdstad vastgelegd zoals die in grote trekken bewaard is gebleven. De foto op het omslag van Aart Kleins boek laat zien waar het ongeveer moet zijn geweest.

Op zichzelf een wonder: een stad die in meer dan drie eeuwen geen enkele keer met de grond gelijk is gemaakt en die geen geweldige coulissen van torenhoogbouw heeft gekregen of daarachter verborgen gaat en ook niet wezenlijk van silhouet is veranderd doordat men er iets middenin heeft geplant. Laten we aannemen dat je op 14 november 1691 te paard langs de Amstel de stad naderde en op de hoek van de Ceintuurbaan plotseling in een auto werd getoverd, dan had je in ieder geval nog één zekerheid: daar ligt Amsterdam.

Zoals de Nijl is de Amstel een merkwaardige rivier omdat hij nergens ontspringt. De Nijl ontstaat bij Khartoem waar de Blauwe en de Witte Nijl samenkomen: de Amstel ten zuiden van Uithoorn, uit het samenvloeien van Drecht en Kromme Mijdrecht. Aan de oever van de plek waar de Nijl begint staat het Railway Hotel; bij Uithoorn zie je op de foto van Aart Klein alleen donker geboomte tegen de avondlucht. De hoogste machten mogen verhoeden dat daar een pretpark wordt neergezet.

Het boek heeft een goede titel: De Amstel is er gelukkig nog. Niet dat die verzameling foto's een document van nostalgie' zou zijn. Er staat genoeg in waaruit zijn instemming of bewondering blijkt voor wat er in de loop van de eeuwen en jaren is bijgekomen. Het gaat, dunkt mij, meer om de verrassing, gepaard aan tevredenheid als je vaststelt dat iets dat mooi is, aan barbaarsheid is ontkomen. Had de fotograaf in Dubrovnik gewoond dan had hij zo'n boek niet meer kunnen maken.

Op weg naar mijn werk kom ik langs het huis van een oude dame. Ze is vroeg op, 's winters is het licht aan, ze zit daar omringd door een zeer grote hoeveelheid bibelots, kastjes, stoelen, de buitengewoon ingewikkelde coulissen, dat systeem van toevalligheden zoals het in de loop van een leven nu eenmaal ontstaat. Zo bouwt iedereen zijn eigen Dubrovnik; een stad binnenskamers die haar eigen unieke systeem heeft. Met het leven van degene die er woont, gaat zo'n stad ten onder.

Het boek van Aart Klein is het onpolemisch document van iets dat nog in zijn volle fleur bestaat. Er is een foto bij van de nieuwste Amstelbrug, vlak bij het Amstelhotel. Het wegdek biedt niet veel bijzonders. Hij heeft de onderkant gefotografeerd, een vernuftig gewelf van beton. Gelukkig heeft hij het tunneltje van de Weesperzijde naar het Amstelhotel niet vastgelegd. Dat hoort niet tot de Amstel die er nog is.'' Dat is een lugubere smeerlapperij van graffiti; geweldpleging met verf.

In dit boek kun je niet alleen zien wat er nog is'' - en dat zonder een ondertoon van zielig zelfbeklag - maar ook begrijpen hoe gemakkelijk het in een oogwenk zou kunnen worden verwoest. De stad is een huis voor alle bewoners. Er zal altijd, onophoudelijk iets aan veranderen. Maar degenen die de stad beheren mogen niet toelaten dat willekeurige verbouwers er op willekeurige plaatsen de bewijzen van hun onwelkome geest achterlaten.

Van dit boek zou een pendant te maken zijn, een fotografisch document van alles wat je niet op Aart Kleins foto's ziet. De haren zouden je te berge rijzen. Het zou wel nuttig zijn als een andere fotograaf eens aan die onderneming begon.