Betreft: Jonge werklozen

Zeer geachte mr. Koning, Vandaag hebben wij voor u gekeken bij de Jongerenpool "Rotterdam werkt'. Acht mannen en vrouwen tussen folders en dossierkasten in een klein kantoor aan de Meent. Hun taak is het scheppen van tijdelijke banen voor jongeren die op geen enkele andere manier aan de slag hebben kunnen komen.

Zoals u weet trad op 1 september van dit jaar de Jeugd Werk Garantiewet (JWG) in werking. Doel van de wet is ervoor te zorgen dat geen jongere in Nederland langer dan een half jaar werkloos is. Vindt een jongere geen baan via de bestaande kanalen, dan is er als laatste "vangnet' de JWG. Het zijn geen reguliere banen die de Jongerenpool in Rotterdam moet bedenken, maar klussen die anders niet gedaan worden. De garantiebanen mogen immers niet voor concurrentievervalsing op de arbeidsmarkt zorgen. “Poep scheppen”, zeiden de jongerenorganisaties, die aanvankelijk veel kritiek op het plan hadden. Ook de sanctie dat jongeren die een garantiebaan weigeren hun uitkering 13 weken kwijtraken, leidde tot verzet. Hoe werkt deze wet nu in de praktijk?

Mevrouw E. van de Heetkamp, de "vestigingsmanager' van de Jongerenpool, nam ons mee naar buurthuis Kreater in Rotterdam Noord. Daar werkt de 18-jarige Rachid Benhammou op een garantiebaan. Tussen een strijkplank en een opgeklapte ping-pongtafel vertelt Rachid hoe hij in mei vorig jaar van de MAVO kwam: “Ik had geen idee wat ik wilde”. Op een voorlichtingsavond kwam hij Van de Heetkamp tegen. Zij regelde voor hem de garantiebaan in het buurthuis. Disco-avonden en spelletjes voor tieners organiseert hij nu. “Hartstikke leuk”, vindt hij het.

Rachid is voor tienerwerker gaan studeren en binnenkort denkt hij een "echte' baan in het vak te vinden. “Wij proberen al bij de intake een stuk beroepsbeeld te geven”, zegt Van de Heetkamp in haar eigen taal. Bij de gemeentereiniging of de plantsoenendienst heeft ze haar jongeren niet werken. De banen moeten "perspectief' bieden, vindt ze. “Daar is de wet ook voor bedoeld. Ze moeten ervaring opdoen met het soort werk waarnaar ze later kunnen doorstromen.”

Van de Heetkamp geeft toe: niet alle jongeren zijn even gemotiveerd als Rachid. Of als Sandra, die wij stralend tussen de krijsende baby's ontmoeten. Sandra heeft een garantieplaats in "Het Kinderparadijs', een kinderdagverblijf aan de Schiedamsesingel. Kinderleidster wil ze worden. Maar ze houdt niet van hele dagen op school. Nu doet ze ervaring op in het Kinderparadijs en volgend jaar begint ze een opleiding: part-time, via het leerlingenstelsel. Ze vindt het wel "klote' dat ze dan de JWG uit moet. Want wie in het leerlingstelsel zit, zo schrijft de wet voor, mag niet werken op een garantieplaats. Misschien dat ze die opleiding dan toch maar niet doet.

“Soms worden we wel eens 's ochtends gebeld”, vertelt Van de Heetkamp. Dan is één van haar jongeren niet op zijn werk verschenen. “Dan gaan we hem even uit zijn bed sleuren. Hij moet nog aan de discipline wennen.” Zo'n garantiebaan doe je tenslotte niet vrijwillig. Toch is het bij de 300 jongeren die de Jongerenpool sinds september aan een garantiebaan heeft geholpen nog niet voorgekomen dat zo'n kind zegt: "Je kan m'n rug op, ik kap ermee'. Volgens Van de Heetkamp loopt het tot nu toe “dus behoorlijk lekker”.

Na ons bezoek aan de Jongerenpool zijn we voor u gaan kijken op het arbeidsbureau in Rotterdam Noord. De taak van de arbeidsbureau's is om jongeren die in aanmerking komen voor een garantieplaats uit de bestanden op te graven. Wij spraken de heer H. van Enden. Zijn kantoor op de tweede verdieping was behangen met computervellen vol namen. Zoals de wet voorschrijft heeft hij alle werkloze jongeren van 16 en 17 en alle schoolverlaters tot en met 20 jaar die langer dan een half jaar werkloos zijn op lijsten gezet. Met gele stift heeft hij aangekruist wie afvalt voor doorverwijzing naar de Jongerenpool. En wat blijkt? De computeruitdraaien van de heer Van Enden zijn kanarie-geel. Van de dikke driehonderd jongeren die hij voor Rotterdam Noord had uitgedraaid, hield hij slechts 50 tot 60 jongeren over die in aanmerking komen voor een garantieplaats.

Het gros van de jongeren viel af. Een aantal had inmiddels een baan gevonden. Anderen waren een opleiding begonnen. Maar het overgrote deel moest Van Enden laten vallen omdat de jongeren lánger dan een jaar werkloos waren. “Het is een absurde situatie”, legt Van Enden uit. De bedóéling van de wet is dat geen enkele jonge schoolverlater langer dan een half jaar werkloos hoeft te zijn. Tussen de zes maanden en een jaar nadat hij van school af is moet zo'n jongere door de JWG worden opgevangen. De wettekst is echter zo geformuleerd dat schoolverlaters die lánger dan een jaar werkloos zijn nu buiten de wet vallen. Met zijn vinger wijst Van Enden aan: Art. 2b lid 1. "Binnen een tijdvak van 12 maanden na beëindiging van dat onderwijs (..) zes maanden of langer werkloos is geweest', staat er. “Dus”, zegt Van de Ende: “Er is een hele generatie die nu voor eeuwig uit de boot valt. Dat kan de bedoeling van de wet toch niet zijn? De JWG-wet wil voorkomen dat kinderen verloederen. En juist de kinderen die langer dan een jaar werkloos zijn hebben zo'n JWG het hardste nodig”.

We vroegen Van de Ende of hij dan niet wat meer "flexibel' met de wettekst om kon gaan. Dit is onmogelijk volgens hem, omdat er anders "gedonder' komt met de accountantsverklaring. De Jongerenpool kan dan geen geld meer krijgen van het ministerie van sociale zaken. “Met een beetje meer gezond verstand en een beetje minder bureaucratie was de start van de JWG een stuk soepeler geweest.” De heer van de Ende stelt voor in vliegende vaart iets te bedenken waardoor deze "lost generation' alsnog wordt opgevangen.

Met gepaste hoogachting, MARJON VAN ROYEN