Australië houdt ondanks "Dili' vast aan Realpolitik jegens Indonesië

JAKARTA, 14 DEC. Er is iets scheef gelopen in de verhouding tussen Jakarta en Canberra. Begin dit jaar haalde de Australische ambassadeur in Indonesië, Philip Flood, fel uit naar de pers in zijn eigen vaderland, die de goede betrekkingen tussen beide landen zou belasten met “gemanipuleerde berichten” over Oost-Timor. Diezelfde Flood sloot zich het afgelopen weekeinde aan bij de berichtgeving in de Australische media over het recente bloedbad in de Oosttimorese hoofdstad Dili. Na een onderzoek ter plaatse zei de ambassadeur dat het aantal dodelijke slachtoffers ten minste vijfmaal hoger ligt dan de negentien waaraan het Indonesische leger vasthoudt.

In Canberra huist sinds een half jaar een nieuwe Indonesische ambassadeur. Geen gepensioneerde militair maar een ex-journalist, de voormalige hoofdredacteur van de Jakarta Post, Sabam Siagian. Zijn benoeming werd destijds uitgelegd als een poging om de relatie met de Australische pers te verbeteren. Na de november-moorden in Dili kondigden Australische vakbonden een blokkade af van het ambassadegebouw in Canberra; Siagian kreeg geen post meer en protesteerde heftig bij de autoriteiten. Sinds begin deze week worden Indonesische lijnvluchten op een aantal luchthavens in Australië geboycot door het grondpersoneel.

"Dili' heeft de Australisch-Indonesische betrekkingen, in weerwil van de toenemende welwillendheid over en weer, danig onder druk gezet. De Australische premier Bob Hawke reageerde heftig op de schietpartij in de Oosttimorese hoofdstad, waarbij soldaten tientallen demonstranten doodschoten en waarbij zo'n honderd gewonden vielen. Tot voor kort noemde Canberra Oost-Timor een binnenlandse aangelegenheid van Indonesië, maar na "Dili' stelde Hawke zowaar eisen aan Jakarta. De Indonesiërs moesten een “gedegen onderzoek” instellen en besprekingen beginnen met de verzetsorganisatie Fretilin. Tegenover het Indonesische weekblad Editor liet hij weten dat Australië bereid is in VN-verband een vredeslegertje naar Oost-Timor te sturen.

Toch is vooral de toonzetting nieuw, de Australische politiek ten opzichte van Jakarta is op hoofdpunten niet veranderd. Canberra houdt vast aan zijn erkenning van Oost-Timor als een Indonesische provincie - een opmerkelijke stap die Australië al in 1979 zette en die premier Hawke in 1985 bevestigde. Minister van buitenlandse zaken Gareth Evans herhaalde deze week in het parlement het standpunt van zijn regering dat het bloedbad in november “geen vooropgezette berekende actie van de autoriteiten” was, maar “het gevolg van ondisciplinair gedrag van een groep binnen het leger”. Hij vond het daarom “uiterst onverantwoord” om stappen te zetten die de bilaterale betrekkingen zouden kunnen schaden. Evans komt volgende week naar Indonesië ter voorbereiding van een voor februari vastgesteld bezoek van premier Hawke en als het aan de minister ligt gaat dat bezoek gewoon door.

Het Australische beleid is momenteel de verwarrende resultante van strijdige overwegingen: de ras-politicus Hawke ziet zich gedwongen tegemoet te komen aan een verontwaardigde publieke opinie terwijl de diplomaat Evans probeert de schade te beperken en een breuk met de noorderbuur te voorkomen. Canberra krijgt nu de rekening gepresenteerd voor een Indonesië-politiek die in eigen land onvoldoende steun ondervindt.

Hoewel Australië en Indonesië slechts worden gescheiden door twee smalle zeestraten, de Zee van Timor en de Arafurazee, is de culturele afstand groot. Nog niet zo lang geleden stonden beide landen als het ware met de ruggen naar elkaar toe. Australië beschouwde zich zelf als een verre voorpost van Europa en Indonesië keek na de machtsoverneming van Suharto jarenlang niet over de grenzen.

Sinds de jaren '80 kwam daar verandering in. Indonesië kroop voorzichtig uit zijn zelf gekozen isolement en Australië ging zich zelf steeds meer zien als een Pacifische staat. Canberra zocht toenadering tot zijn buren en ontdekte het economische potentieel van het zo dichtbije en volkrijke Indonesië. Toen het vertrek van de Portugezen uit Oost-Timor in 1975 de territoriale status quo in het gebied op losse schroeven zette, koos Australië voor stabiliteit. De toenmalige premier Gough Whitlam liet via zijn ambassadeur in Jakarta weten geen bezwaar te hebben tegen een Indonesische annexatie van de voormalige kolonie. De vondst van grote aardolievoorraden in de Zee van Timor zal niet vreemd zijn geweest aan dit besluit. In 1989 sloten Indonesië en Australië een verdrag dat voorziet in de gezamenlijke exploitatie van deze olievelden, vooruitlopende op een volkenrechtelijke en territoriale regeling.

Canberra nam hiermee flinke risico's. Het ging in tegen een meerderheid in de Algemene Vergadering van de VN, die tot op heden de Portugese soevereiniteit over Oost-Timor erkent, en bruuskeerde de publieke opinie in eigen land. Australiërs hebben een zwak voor de Timorezen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog boden Australische commando's een jaar lang taai verzet tegen de opmars van de Japanners op Timor. Vele oud-strijders danken hun leven aan de steun van de Timorese bevolking, en dat zijn zij niet vergeten. Enkele duizenden Fretilin-aanhangers konden in 1975 uitwijken naar het Noordaustralische Darwin.

De pers en maatschappelijke organisaties in Australië hebben veel kritiek op Canberra's Realpolitik tegenover Jakarta. Australië is met Portugal het enige land waar krantelezers regelmatig op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen in Oost-Timor. Australische journalisten staan nogal eens onder kritiek van Jakarta, in 1986 werd David Jenkins, correspondent in Jakarta voor de Sydney Morning Herald, het land uitgezet na een publikatie over de rijkdommen van de familie Soeharto.

Intussen leidt de anti-Indonesische stemming in Australië tot nationalistische reflexen bij de noorderburen. Een landelijke jongerenorganisatie demonstreerde voor de Australische ambassade in Jakarta en opperbevelhebber generaal Try Sutrisno vond een zeer welwillend gehoor toen hij onlangs in het parlement uitvoer tegen verbrandingen van de Indonesische vlag in Canberra.

In een aantal Indonesische kranten is gesuggereerd dat de “pro-Fretilin-demonstratie” in Dili op 12 november mede op touw is gezet door een Australische hulporganisatie, Community Aid Abroad (CAA), die een aantal ontwikkelingsprojecten bestiert in Oost-Timor. Een van de demonstranten die zijn doodgeschoten, de in Maleisië geboren Nieuw-Zeelander Kamal Ahmed Bhammadhay, werkte voor CAA en zijn dood wordt in legerkringen voorgesteld als een geval van “eigen schuld”. Minister van defensie Benny Moerdani heeft deze week fel afwijzend gereageerd op het Australische verzoek om een consulaat te mogen openen in Dili. De Australische minister van buitenlandse zaken Gareth Evans krijgt het moeilijk als hij volgende week naar Jakarta komt om de schade te beperken.