Akkoord tussen Korea's laat veel vragen onbeantwoord

Het akkoord dat gisterochtend in Seoul werd getekend door de premiers van Noord- en Zuid-Korea betekent een doorbraak in de verhoudingen tussen de twee landen, maar het beantwoordt een groot aantal vragen niet.

Officieel bestaat er groot enthousiasme over het akkoord. Het geeft een nieuwe dimensie aan een relatie die de laatste decennia gekenmerkt is geweest door haat en nijd. De Noordkoreaanse premier, Yon Hyong Muk, sprak van een historische gebeurtenis: “We hebben een nieuwe basis gelegd voor vrede en nationale eenwording met het resultaat van deze vijfde ronde van de besprekingen op hoog niveau tussen Noord en Zuid.” Zijn Zuidkoreaanse collega liet zich niet minder positief uit.

De Zuidkoreaanse president Roh Tae Woo, die gisteren een gesprek van een half uur had met de Noordkoreaanse premier, heeft een oproep gedaan voor een spoedige topontmoeting met zijn Noordkoreaanse tegenvoeter, de 79-jarige Kim Il Sung, die al sedert 1945 regeert. Hij zou een persoonlijke boodschap voor Kim hebben meegeven, waarin hij een voorstel doet over een topontmoeting, waarvoor beide presidenten zich al eerder hebben uitgesproken.

In het gisteren gesloten akkoord staat dat Noord en Zuid-Korea elkaars systemen erkennen en respecteren en dat ze zullen ophouden elkaar te belasteren. Ze spreken af de huidige wapenstilstand geleidelijk om te vormen “tot een duurzame vrede tussen Noord en Zuid”. Om het niet-aanvalverdrag te effectueren zijn afspraken gemaakt voor de instelling van een gezamenlijke militaire commissie die vertrouwenwekkende maatregelen tussen de strijdkrachten van de twee landen zal moeten uitwerken. Daarbij denken de twee partijen aan het elkaar wederzijds informeren over militaire oefeningen en troepenverplaatsingen en een geleidelijke reductie van de bewapening. Er zullen directe telefoonverbindingen komen tussen de twee legers om zo te voorkomen dat per ongeluk vijandelijkheden uitbreken.

De twee Korea's gaan voorts werken aan een vrij verkeer van mensen tussen de twee landen. Ook zal men bezoeken bevorderen tussen families die door de deling van het land uit elkaar zijn geslagen en veelal veertig jaar elkaar niet meer hebben gezien. Afgesloten spoorlijnen en wegen zullen weer worden opengesteld.

De grote vraag is of geen grote spanning zal blijven bestaan tussen de veelbelovende woorden en de praktijk. Er bestaat namelijk geen enkel tijdschema voor de gemaakte afspraken. Veel waarnemers voorspellen dat Noord-Korea het feit dat nu over vertrouwenwekkende maatregelen en samenwerking gesproken gaat worden, zal gebruiken om eindeloos te blijven praten. Dat overleg zal Noord-Korea de mogelijkheid bieden om het internationale isolement waarin het land nu verkeert te doorbreken en mogelijk zelfs economische hulp opleveren voor de bankroete economie, zo vrezen vele sceptici, ook Zuidkoreaanse. Aan die hulp heeft Noord-Korea dringend behoefte nu de traditionele bondgenoten, de Sovjet-Unie en China, niet meer de noodzakelijk steun kunnen bieden. Pyongyang kijkt voor mogelijke hulp vooral naar Japan en de Verenigde Staten.

De meeste kritiek gaat echter naar het feit dat het akkoord niets zegt over het nucleaire potentieel waarover Noord-Korea zou beschikken. Alleen in een afzonderlijke verklaring, die bij het akkoord is uitgegeven, staat dat de twee landen zullen streven naar een kernwapenvrij Koreaans schiereiland. Al geruime tijd bestaat er ongerustheid over de mogelijkheid dat Noord-Korea bezig zou zijn aan het maken van kernwapens. Het land tekende in 1985 weliswaar het non-proliferatieverdrag, maar het heeft steeds geweigerd al zijn kerncentrales te laten inspecteren door de controleurs van het Internationaal Atoomagentschap, waartoe het NPV-lidmaatschap verplicht. Westerse inlichtingendiensten houden het erop dat Noord-Korea al enige tijd in staat is atoomwapens te maken. De critici van de Zuidkoreaanse regering zeiden dan ook dat Seoul zich te gemakkelijk geschikt heeft in de weigering van Noord-Korea om op dit punt concessies te doen.

Eind oktober bereikten de twee landen al een akkoord over de agenda van de nu afgesloten besprekingen, nadat de regering in Pyongyang zich eerder dit jaar had neergelegd bij het feitelijke bestaan van twee Korea's door afzonderlijk het lidmaatschap van de Verenigde Naties aan te vragen. Tot dat tijdstip had Noord-Korea zich op het standpunt gesteld dat er maar één Korea in de VN vertegenwoordigd diende te zijn. Een jaar geleden verwierp de Noordkoreaanse regering zelfs nog een voorstel van Zuid-Korea voor wederzijdse erkenning, omdat het land zich niet wenste neer te leggen bij de deling. Nu is de nood kennelijk zo hoog gestegen, dat men over alle bezwaren is heengestapt en de erkenning een feit heeft gemaakt door zelfs een verdrag te sluiten.

“Praten is goedkoop, laten we zien wat de Noordkoreanen doen”, zei een diplomaat gisteren in Seoul. Daarmee gaf hij een algemeen gedeeld tegenwicht tegen het officiële optimisme over het akkoord. Maar bemoedigend was in ieder geval dat het Noordkoreaanse persbureau een zakelijk verslag gaf van het bereikte akkoord en niet meer, zoals in het verleden gewaagde van “de oorlogsmaniakken” en de “criminelen” in het zuiden.