Agrarische termijnmarkt ziet groeikansen door EG

AMSTERDAM, 14 DEC. De Agrarische Termijnmarkt Amsterdam wil verder groeien door de professionele deelname te vergroten en kijkt daarbij ook over de landsgrenzen. Grote belangstelling van particuliere beleggers heeft de grootste agrarische termijnmarkt van Europa daarbij niet nodig. “We zijn geen pur sang beleggingsinstituut als de effecten- of optiebeurs”, zegt directeur R.R. Muller van de Algemene Stichting Termijnhandel (AST).

De AST ziet na het opengaan van de EG-grenzen kansen voor de Agrarische Termijnmarkt Amsterdam, op dit moment verreweg de grootste termijnmarkt voor aardappelen in Europa. Alleen Engeland (Londen) en Frankrijk (Lyon) kennen enigszins vergelijkbare markten. Dit jaar worden circa 55.000 varkenscontracten verhandeld, wat overeenkomt met 5,6 miljoen beesten, circa een kwart van de totale Nederlandse varkenspopulatie. Via de termijnmarkt wordt de helft van de totale aardappeloogst van Nederland verhandeld, ofwel 2,5 miljoen ton.

De AST is geassocieerd lid geweest van de Nederlandse Vereniging voor de Goederentermijnhandel (NVG), die deze zomer uiteenviel als gevolg van onderlinge conflicten en ruzies. De agressieve verkoopmethoden van veelal jonge makelaars die particuliere beleggers bij voorbeeld olie- of goudcontracten op buitenlandse beurzen trachten aan te smeren, vormden de grootste aanleiding tot de onderlinge twisten.

Om te beklemtonen dat de Amsterdamse handel in aardappelen en varkens hier buiten stond, zegde de AST onmiddellijk het lidmaatschap op. Muller: “Cold calling gebeurt bij ons niet, we moeten het immers primair hebben van de agrarische professional.”

Desondanks zijn er toch particuliere beleggers die hun weg vinden naar de stijlvolle gewelven van de beurs van Berlage, waar de winstgevende agrarische termijnhandel zich afspeelt. Hoewel de beursvloer van bescheiden omvang is, zijn de omzetten dat niet. De verhandelde contracten vertegenwoordigden in 1990 een waarde van circa twee miljard gulden.

Muller stelt dat de termijnmarkt “primair een markt zal blijven voor professionele beleggers uit de agrarische wereld”. De situatie in de VS, “waar veel huisvrouwen een aantal contracten frozen orange juice in de kast hebben liggen”, acht hij niet aantrekkelijk.

Muller: “Particulieren missen de referentie om op de goederentermijnmarkt te handelen. Het is voor een particulier veel moeilijker kennis over agrarische markten te vergaren dan over bij voorbeeld Philips.”

De AST vreest dat een toestroom van speculatief ingestelde particulieren, die even snel veel geld willen verdienen, ertoe zal leiden dat de relatie tussen de termijnmarkt en de effectieve (buitenbeurs-) markt verdwijnt. Muller: “Als het prijspeil door speculanten onrealistisch hoog wordt opgedreven, haken de professionele gebruikers af.”

Producenten en afnemers van bintjes (aardappelen) en slachtvarkens gebruiken de termijnmarkt om zich in te dekken, ofwel hedging, tegen prijsschommelingen. Speculanten worden vooral aangelokt doordat met een relatief geringe investering grote winsten te behalen zijn. Een rendement van enige honderden procenten binnen enkele maanden komt voor. Daar kan geen spaarbank of aandelenbeurs tegenop. Maar zeer grote verliezen zijn ook mogelijk.

De professionele belegger krijgt als gevolg van het wegvallen van de landsgrenzen en de voorgestelde afschaffing van landbouwsubsidies te maken met landbouwprijzen die veel sterker dan voorheen zullen fluctueren. Daardoor neemt het aantal produkten, geschikt voor termijnhandel, toe.

Zo is bij voorbeeld graan uitermate geschikt voor termijnhandel doordat grote bulkvoorraden beschikbaar zijn, de informatie over het produkt redelijk inzichtelijk is en de prijzen voldoende fluctueren. Muller: “Koeien zijn daarentegen als gevolg van de geringe omloopsnelheid ongeschikt. Bovendien is het aantal handelaren niet groot.”

In het verenigde Europa zullen de deelnemers kiezen voor de agrarische termijnmarkt met de grootste liquiditeit (verhandelbaarheid van contracten). “Vooral in Duitsland voeren we daarom onze aanwezigheid op agrarische vakbeurzen op”, vertelt Muller.

Toch ziet Muller nog verscheidende obstakels voordat Duitse, Deense of Belgische partijen via Amsterdam kunnen handelen. In de vaak wat conservatief ingestelde agrarische wereld wordt al snel gekozen voor de eigen markt. “Daar komt bij dat de agrarische wereld nieuwe produkten traag accepteert. De start van termijnhandel in een produkt mag niet teveel kosten”, vertelt Muller. Na de start van de handel in slachtvarkens, twaalf jaar geleden, gingen in het eerste jaar maar 6.000 contracten om. De dit voorjaar gestarte handel in biggen komt door dezelfde reden maar langzaam op gang met een gemiddelde dagomzet van tien à twaalf contracten.

Een ander obstakel zijn ziektes. Voor agrarische produkten komen vanaf 1993 specifieke zones op het gebied van gezondheid. Agrarische produkten mogen een dergelijke zone niet zo maar verlaten. Daarnaast kent een land als Duitsland een veelvoud aan aardappelrassen, wat de verhandelbaarheid bemoeilijkt.

Een stimulans voor agrarische termijnmarkten is dat ook bij het Europese bankwezen het besef doorbreekt dat de kredietwaardigheid van boeren toeneemt als ze hun prijsrisico's met termijncontracten afdekken. “In de VS verlangen banken van boeren dat ze het grootste deel van hun oogst afdekken met termijncontracten.”

Traditioneel was in Nederland vooral de Rabo Bank actief als kredietverschaffer voor boeren, maar ook ABN Amro breidt op het moment de agrarische divisie sterk uit. “Ze zien steeds meer in het gegeven dat een gehedgede boer meer waard is dan één die het niet is”, zegt Muller.