Zeespiegel daalt door opwarming

ROTTERDAM, 13 DEC. Uit boorkernen uit de zeebodem bij Antarctica is gebleken dat de Antarctische ijskap zich tijdens het warme postglaciale klimaatoptimum, toen de temperatuur gemiddeld 2 ß8C hoger was dan nu, groter was dan nu. Dit blijkt uit onderzoek van E.W. Dormack (Hamilton College, Clinton, N.Y.), A.J.T. Jull (Universiteit van Arizona, Tuscon) en S. Nakao (Geologische dienst van Japan) dat gepubliceerd is in het wetenschappelijke maandblad Geology. (nov.).

Het is reeds lang bekend dat in het midden van het Holoceen, de tienduizend jaar sinds het einde van de laatste ijstijd, de temperatuur in Europa ongeveer 2 ß8C hoger was dan thans. Aanvankelijk werd dit afgeleid uit fossiele overblijfselen van planten, later is het door tal van andere gegevens bevestigd. Dit interval met hogere temperaturen wordt aangeduid als het hypsithermale interval, vroeger ook wel postglaciale klimaatoptimum of thermisch maximum genoemd.

Om te onderzoeken welke gevolgen deze warme periode heeft gehad voor het Zuidpoolgebied, werd een aantal boorkernen uit de zeebodem rond de grote Oostantarctische ijskap onderzocht. De kernen, met behulp van radioactieve koolstof op verschillende niveaus gedateerd, laten alle omstreeks 4.000 jaar geleden een markante verandering in het sedimentbeeld zien: van aanvankelijk gletsjerafzettingen afkomstig van het land naar fijn slib dat grotendeels bestaat uit kiezelschaaltjes van ééncellige algen. Met andere woorden, omstreeks 4.000 jaar geleden kwam de onderzochte zeebodem in open water te liggen, zoals nu, terwijl dit gebied tijdens het warme interval nabij of onder de afschuivende ijstongen lag.

Een van de onderzochte kernen was lang genoeg om te laten zien dat deze toestand omstreeks 7.000 jaar geleden begon. Daarvoor heerste ter plaatse, evenals nu, open zee. De datering tussen 7.000 en 4.000 jaar geleden stemt goed overeen met het hypsithermale interval.

Terwijl gebergtegletsjers zich tijdens de warme periode terugtrokken, breidde de Antarctische ijskap zich blijkbaar juist uit. Verhoogde neerslag door de iets hogere temperatuur (maar nog altijd ver onder nul) kan hiervoor een verklaring zijn. De ijskap op de Zuidpool legt meer water vast dan alle gebergtegletsjers en de ijskap van Groenland bij elkaar.