Wisselkoersen negeren Maastricht

De recente besprekingen in Maastricht over onder meer de toekomstige EMU en de rol van de ECU hebben de valutamarkten in de periode 29 november tot en met 12 december eigenlijk weinig beroerd. Zowel voor als tijdens ''Maastricht'' werden de wisselkoersen vooral beïnvloed door andere ontwikkelingen. Ten eerste uiteraard door de Amerikaanse economie. Die blijft kwakkelen, wijfelend tussen mager herstel en terugval in recessie. De roep om verdere renteverlaging door de FED werd er alleen maar sterker om. Zwaar tegenvallende werkgelegenheidscijfers op 6 december lokten een verlaging van de "FED funds rate' uit met 0,25 procentpunt tot 4,5%. Door velen wordt nu dinsdag een disconto-verlaging met 0,5 procentpunt tot 4% verwacht. Het renteverschil met Europa zou daarmee nog groter worden, hetgeen de dollar verder onder druk zou kunnen zetten.

Tegelijkertijd blijven speculaties over een Duitse renteverhoging bestaan. Door sommigen werd die stap al op 5 december verwacht, maar de Bundesbank greep die gelegenheid - wellicht met het oog op het topoverleg in Maastricht - slechts aan om de geldgroeidoelstelling voor 1992 te openbaren. De Duitse geldhoeveelheid mag volgend jaar met 3,5 tot 5,5 procent groeien, hetgeen iets ruimer is dan de huidige bandbreedte van 3 tot 5 procent, maar in het licht van de verwachte inflatie is de doelstelling voor 1992 toch wel degelijk restrictief. De Duitse mark vaart voorlopig wel bij de rentespeculaties, maar blijft hinder ondervinden van de situatie in de voormalige Sovjet-Unie. De aankondiging door de Vneshekonombank dat zij voorlopig haar afbetalingsverplichtingen niet kan nakomen, alsmede de uiterst wankele positie van Gorbatsjov, geruchten over een naderende machtsgreep en de mogelijkheid van het uitbreken van gewapende conflicten à la Joegoslavië, wegen bepaald zwaar op de Duitse munt.

De Japanse yen werd sterker ten opzichte van de dollar, maar moest toegeven op de Duitse mark en de gulden. De mening van Japanse officials dat de yen duurder moet worden ten opzicht van de dollar om het handelsoverschot met de VS te verkleinen, en de verwachting dat op korte termijn de Japanse rente niet omlaag gaat, waren hiervoor verantwoordelijk. In de afgelopen dagen liep de yen echter schade op als gevolg van geruchten over problemen bij Yamaichi Securities, die overigens ontkend werden door het Ministerie van Financiën. Binnen het EMS bleef het Britse pond de zwakste munt. Alleen tijdens dollar-rallies weet sterling wat te herstellen. De ruimte voor een renteverlaging op korte termijn is volstrekt nihil. Er moet - bij aanhoudende pondenzwakte en zeker in geval van een Duitse renteverhoging - toch rekening worden gehouden met een Britse renteverhoging.

Ook de lire kwam verder onder druk, waarbij de Italiaanse centrale bank wederom naar het interventiewapen moest grijpen. De peseta verloor wat aan kracht, maar bleef de koppositie behouden. Aan de periferie doet de Portugese escudo het de laatste tijd minder goed. Ten dele is dit te wijten aan de achterdocht die valutahandelaren sinds de devaluatie van de Finse markka koesteren jegens quasi-EMS valuta, maar het houdt ook verband met de afnemende sterkte van de peseta.

De Zweedse centrale bank verhoogde op 5 december haar tarieven met maar liefst 6 procentpunten tot 17,5%, teneinde de krone te ontlasten van de speculatiedruk die na de Finse devaluatie was ontstaan. Blijkbaar vonden valutahandelaren dat de Zweedse munt eraan moesten geloven. Voorlopig lijkt het gevaar echter bezworen.

Bron: Rabobank Nederland- Directoraat Financiële Zaken