Winter in Lissabon, door Antonio Munoz Molina, ...

Winter in Lissabon, door Antonio Munoz Molina, 206 blz. Uitg. Agathon. Vert. Jacqueline Hulst en Ester van Buuren. Prijs ƒ 39,90.

Javier Marias: Een man van gevoel. Vert.Alina Glastra van Loon. Uitg. Meulenhoff, 143 blz. Prijs ƒ 29,50.

Carlos Fuentes: Aura, Vert. Mieke Westra. Uitg. Meulenhoff, 93 blz. Prijs ƒ 22,50.

Camilo José Cela: De nacht van San Camilo. Vert. Ton Ceelen. Uitg.Meulenhoff, 373 blz. Prijs ƒ 49,50.

Laura Esquivel: Rode rozen en tortilla's. Vert. Francine Mendelaar en Harriët Petri. Uitg. Arena, 250 blz., Prijs ƒ 39,50.

Een eenzame jazz-pianist, de troosteloosheid van de grote stad, rokerige nachtclubs, elkaar mislopende geliefden, een paar moorden, en veel alcohol: Winter in Lissabon bevat alle ingrediënten van een "film noir'. Af en toe wordt er ook geknipoogd naar dit genre: “Ze vroeg me hoe ik wist dat dit onze laatste ontmoeting was. "Uit de film', zei ik, "als het zo hard regent gaat er altijd iemand voorgoed weg'.” Het boek speelt zich voor het grootste deel af in Spanje, maar heeft niets specifiek-Spaans. Ook dat is inherent aan de cinéma noir: het verhaal speelt zich af op de vierkante millimeter. Intrige, plot, gevoelens en binnen-sfeer zijn het belangrijkst.

Winter in Lissabon is een liefdesgeschiedenis verpakt in een detective-verhaal. Hoewel het over liefde en muziek gaat is het nergens sentimenteel. De hoofdpersoon is Biralbo, een jazz-pianist die verliefd wordt op een getrouwde vrouw, en zij op hem. Zij verliezen elkaar uit het oog, vinden elkaar terug en raken elkaar vervolgens weer kwijt. Daardoor heen veel muziek en een thriller-achtige intrige. De grondtoon van het boek - en van alle personages - is somber. “Muziek geeft niet om ons. Ze geeft niets om het verdriet of het enthousiasme dat we in haar leggen als we haar spelen of beluisteren. Ze gebruikt ons, als een vrouw een minnaar die haar koud laat.” Maar de gelatenheid leidt niet tot verslagenheid. Biralbo opereert met “een doffe vasthoudendheid die hij vroeger wanhoop genoemd zou hebben”.

De geschiedenis wordt verteld vanuit een opvallend perspectief: door een ik-persoon, die in het verhaal slechts een minieme rol vervult. Hij staat langs de zijlijn en becommentarieert, als het koor in een Griekse tragedie, de gebeurtenissen. Het is een "alwetende ik' - hij weet, zelfs wanneer hij niet aanwezig is in een bepaalde scène, wat er gebeurt, en wat de gevoelens zijn van de overige personages: “Opnieuw raakte Biralbo het besef van tijd kwijt: hij moest een andere manier vinden om die te meten als hij bij haar was. De vorige avond, zijn ontmoeting met Floro Bloom en mij, alles wat er gebeurd was vóór hij Lucrecia belde, behoort tot een verleden.”

"Winter in Lissabon' zit goed in elkaar. Het verhaal is spannend, er wordt treffend en niet-pretentieus over muziek geschreven, en het is ook nog mooi vertaald.

Winter in Lissabon, door Antonio Munoz Molina, 206 blz. Uitg. Agathon. Vert. Jacqueline Hulst en Ester van Buuren. Prijs ƒ 39,90.

Javier Marias wordt gerekend tot de nieuwe generatie "veelbelovende jonge schrijvers' in Spanje. Zijn roman Een man van gevoel, uit 1986, is enkele weken geleden in Nederlandse vertaling verschenen. De roman werd in Spanje bekroond met de "Premio Heralde de Novela'. De flaptekst van de Nederlandse uitgave citeert Le Figaro: "Een inventieve, trefzekere, vloeiende en muzikale schrijftrant'. Spreken wij over het zelfde boek?

Marias schrijft een hortend soort proza, met ellenlange zinnen, te veel tussenvoegsels en te veel bijzinnen. De bladzijden wemelen van de gedachtenstreepjes en tussen-haakjes. Dat stoort nogal, met name omdat veel van wat tussen haakjes of streepjes staat zonder bezwaar weggelaten had kunnen worden. Schrappen was het boek ten goede gekomen. Nu de schrijver ons geen van zijn gedachten of invallen onthoudt krijgt de lezer niet de kans om de grote lijn te pakken te krijgen. De vele details verhelderen of verdiepen het beeld van de personages niet, maar belemmeren juist het zicht op het geheel, waardoor de lezer zich op geen enkel moment met het verhaal of met de personages kan identificeren.

Een man van gevoel gaat over een operazanger die tijdens een tournee verliefd wordt op de vrouw van een Vlaamse bankier. De zanger en de vrouw ontmoeten elkaar overdag, wanneer de bankier aan het werk is. Zij worden steeds vergezeld door de vaste begeleider van het bankiersechtpaar, die als belangrijkste taak heeft de verveling van de vrouw te verdrijven. De begeleider houdt zijn baas nauwkeurig op de hoogte van de escapades van zijn vrouw en de operazanger. De tirannieke bankier probeert het tij te keren door de minnaar van zijn vrouw op het matje te roepen. Wanneer dit geen effect heeft schiet hij zichzelf dood.

De pretentieuze schrijftrant suggereert dat er onder dit simpele verhaal nog een diepere betekenis ligt. Ik heb hem niet gevonden.

Javier Marias: Een man van gevoel. Vert.Alina Glastra van Loon. Uitg. Meulenhoff, 143 blz. Prijs ƒ 29,50.

Anders dan Janvier Marias is de Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes juist een meester in het schrappen. Zijn klassiek geworden novelle Aura (1962) beslaat slechts vijftig pagina's, maar laat na lezing de indruk achter van een grote roman. Dat komt omdat naast wat in die vijftig pagina's expliciet wordt gezegd, in het hoofd van de lezer nog honderden pagina's worden gevuld met wat de schrijver net niet zegt.

Aura is het verhaal van Felipe Montero, een jonge historicus die reageert op een raadselachtige advertentie in de krant en zo terecht komt bij een zieke, stokoude vrouw die hem vraagt de memoires van haar overleden man te redigeren. Er is haast met de klus en de vrouw staat er op dat Felipe tijdelijk bij haar zijn intrek neemt om snel en ongestoord te kunnen werken. Felipe aarzelt, totdat hij het nichtje van de oude vrouw, Aura, ontmoet die bij haar tante in huis woont. Vervolgens speelt zich in het schimmelige, schemerige huis een lugubere en fantastische geschiedenis af tussen de drie, die uiteindelijk twee personen blijken te zijn: de oude vrouw en het meisje zijn afsplitsingen van één wezen.

Alles is tegelijk zijn tegendeel. Iedereen draagt in zich wat hij is geweest en wat hij zal zijn. Deze twee ideeën vormen de kern van Aura.

Bij Meulenhoff is onlangs een uitgave verschenen met achter het verhaal een essay van Carlos Fuentes uit 1988, over de oorsprong van zijn novelle. In dit essay vertelt Fuentes het Japanse verhaal "Het huis in de rietvelden' (uit 1734) waarop hij Aura heeft gebaseerd. Verder noemt hij cineast Luis Bunuel als bron van inspiratie. Maria Callas heeft een rol gespeeld, en de roman La dame aux camélias van Alexandre Dumas. “Maar”, zegt Fuentes, “het is u natuurlijk al opgevallen dat de echte auteur van Aura Francisco de Quevedo y Villegas heet, die op 17 september 1580 te Madrid werd geboren... de satirische en scabreuze broer van Swift, maar ook de ongeëvenaarde dichter van onze dood en liefde, onze Shakespeare, onze John Donne... de obscene, de sublieme Quevedo, dood in zijn stoïcijnse toren.”

Gisteren is voorbij, morgen is niet

gekomen;

Vandaag verstrijkt eindeloos.

Ik ben een ik-was, een ik-zal-zijn

een vermoeid wezen.''

Carlos Fuentes: Aura, Vert. Mieke Westra. Uitg. Meulenhoff, 93 blz. Prijs ƒ 22,50.

In 1989 ontving de Spaanse schrijver Camilo José Cela de Nobelprijs voor literatuur. Dat was een belangrijke gebeurtenis voor de Spaanse letteren waar na de Burgeroorlog (1936-1939) lange tijd weinig opzienbarends gebeurde. De strenge censuur van het Franco-régime belemmerde de ontwikkeling van de kunsten, in het bijzonder die van de literatuur. Dat Cela na de oorlog zelf korte tijd censor was is een zwarte bladzijde, maar hij heeft zich gerehabiliteerd door zich op verschillende manieren in te zetten voor de culturele vrijheid, onder andere door de oprichting van het tijdschrift Papeles de Son Armadans.

Drie jaar na de Spaanse Burgeroorlog, in 1942, debuteerde Camilo José Cela op twintigjarige leeftijd met zijn beroemd geworden roman De familie van Pascual Duarte. Het boek zette de toon voor een nieuw soort literatuur in Spanje, dat wel wordt aangeduid met het woord "tremendismo', een vorm van realisme die de nadruk legt op de macabere, rauwe kanten van het leven. Pascual Duarte was onmiddellijk een succes in Spanje, maar werd na een jaar verboden door de censuur. Negen jaar later verscheen De Bijenkorf. Opnieuw een zeer geslaagd boek, dat ook in Nederland (waarschijnlijk mede dankzij de verfilming van het boek) met veel enthousiasme werd ontvangen.

De nacht van San Camilo, dat onlangs in Nederlandse vertaling is verschenen, doet in bepaalde opzichten denken aan De Bijenkorf. Beide boeken hebben een fragmentarische structuur. De schrijver schetst een mozaïek van personages en gebeurtenissen. De Bijenkorf geeft een kaleidoscopisch beeld van de periode kort na de burgeroorlog. In De nacht van San Camilo geeft Cela door middel van flarden van gesprekken, gedachten en herinneringen, zijn personages gestalte in een kroniek van de eerste dagen van de Burgeroorlog. De fragmenten worden in een ademloze stroom over de lezer uitgestort. Zij vormen een felgekleurde ondergrond voor de scherpe feiten die als zwart-wit-flitsen het verhaal van de Burgeroorlog vertellen. Als Alfred Hitchcock voert de schrijver zichzelf op als figurant in het verhaal ("Camilo José Cela schrijft ook poëzie maar heeft die tot dusverre nergens kunnen publiceren'). Het boek is een afwijzing van politieke ideologieën en een pleidooi voor het leven. Met veel humor en veel erotiek.

Camilo José Cela: De nacht van San Camilo. Vert. Ton Ceelen. Uitg.Meulenhoff, 373 blz. Prijs ƒ 49,50.

Rode rozen en tortilla's is een raar boek. Het deed mij onmiddellijk denken aan een ander raar boek, dat ik had als kind. Dat boek is helaas verdwenen, en ik herinner mij de titel en de schrijfster (het móet een vrouw geweest zijn) niet meer. Maar ik zie het nog wel voor me: vrij groot, met een harde, lichtblauw geruite kaft. Het was een weinig opzienbarend verhaal over een meisje, een zusje en een moeder. Ik geloof niet dat de vader een rol speelde in het geheel - vermoedelijk omdat vrijwel het hele boek zich afspeelt in de keuken, waar vaders in de tijd dat het boek geschreven werd nog niet zo vaak kwamen. Het was een opgetuigd kookboek: het verhaal verbond een aantal speciaal voor kinderen geschreven recepten met elkaar, meer niet. Maar het was een heerlijk boek.

Rode rozen en tortilla's is ook een opgetuigd kookboek. Maar dan voor grote mensen - want met liefde en met seks. Tita en Pedro zijn verliefd op elkaar, maar zij mogen niet met elkaar trouwen omdat Tita als jongste van drie dochters de taak heeft haar moeder tot aan haar dood te verzorgen. Om toch in de buurt van zijn geliefde te kunnen zijn trouwt Pedro dan maar met haar zusje Rosaura. Dan is er nog een zus Gertrudis, die eindigt op de wallen, een kokkin, Nacha, en een zachtmoedige dokter John, met wie Tita bijna trouwt. Wij volgen het wel en wee van de familie, en tussen wel en wee in wordt er gekookt. Traditionele Mexicaanse gerechten. Af en toe wordt er een handige huishoudelijke tip gegeven (zoals remedies tegen brandwonden en wandluizen).

Er zitten aardige momenten in het verhaal: mooie sprookjesachtige beelden en gedachten, die hier en daar wat aan beschrijvingen van Gabriel Garcia Marquez doen denken. Maar het keukenmeidenromanachtige overheerst. Idioot zijn de plotselinge stijlwisselingen, wanneer de schrijfster overstapt van het verhaal naar een recept: “Tita maakte het gerecht ieder jaar, als een offer aan de vrijheid die haar zus had verkregen, en ze besteedde extra veel zorg aan de garnering van de kwartels. Schik de kwartels op een schaal, giet er de saus overheen...”.

De betekenis van de indeling in twaalf maandelijkse afleveringen ontgaat mij volledig.

Laura Esquivel: Rode rozen en tortilla's. Vert. Francine Mendelaar en Harriët Petri. Uitg. Arena, 250 blz., Prijs ƒ 39,50.