Wachten op een strijkkwartet; Het componeren van Willem Breuker

Twee maanden voor het Mondriaan Kwartet het Eerste strijkkwartet van Willem Breuker moet spelen, heeft het nog geen noot van het stuk gezien. “Ik weet nooit tevoren wat ik ga doen, hoe een stuk begint of afloopt”, zegt jazzmusicus, saxofonist, klarinettist, zanger en bandleider Willem Breuker over het componeren van muziek. Twee weken later hebben de leden van het Mondriaan Kwartet nog steeds geen idee hoe de compositie er uit zal zien. “Ik ben nog niet opgeschoten met m'n stringquartet”, schrijft Breuker uit de Verenigde Staten waar hij op tournee is.

Kasper Jansen volgde twee maanden lang de wordingsgeschiedenis van Breukers Eerste strijkkwartet, dat op 20 december in première gaat.

Het Mondriaan Kwartet speelt het Eerste strijkkwartet van Willem Breuker, het Tweede strijkkwartet van Francesconi, In memoriam Strawinsky van Schnittke en het Vierde strijkkwartet van Lobanov in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, 20 dec. 20.15 uur.

Maandag 7 oktober

Het Eerste strijkkwartet dat Willem Breuker componeert voor het Mondriaan Kwartet zal dan wel geen officieel opusnummer krijgen, maar Breuker zal het zeker inschrijven in een schrift waarin hij al zijn composities, bewerkingen en arrangementen bijhoudt, “als ze tenminste wat waard zijn.” In het schrift wordt alles genummerd. Precies weet hij de stand van zijn oeuvre niet, maar het loopt in de driehonderd.

“Ik heb al veel voor strijkkwartet geschreven, maar dan als filmmuziek, toneelmuziek of wat dan ook. Bij Gershwinconcerten hebben we de vier strijkers uitgebreid naar acht omdat het dan wat dikker klinkt tegen de blazers van het Kollektief, dat nogal ruig en hard speelt. Aan het omgaan met strijkers ben ik dus wel gewend. Voor de film van Freek de Jonge heb ik strijkers van het Concertgebouworkest geleend, dat werkt prettig, die mensen spelen goed.

“Ik weet niet of een strijkkwartet schrijven een uitdaging is, maar het is leuk om me ermee bezig te houden. De broers Eduard en Jan Erik van Regteren Altena, Edwin Blankestein en Annette van Bergen van het Mondriaan Kwartet kunnen bijzonder aardig spelen. De Van Regteren Altena's ken ik al lang. Alleen ze improviseren niet, ze spelen keurige partijen. We treden vaak samen op met hun verdubbelde kwartet, de Mondriaan Strings. En ik heb voor het Ricciotti Straatorkest, dat mede door Jan Erik is opgericht, laatst ook een stuk geschreven met strijkers erin. Daarmee zijn ze naar Amerika geweest.

“Het enige kwartet dat ik kan aanhoren, is een strijkkwartet. Ik haat klarinetkwartetten. Saxofoonkwartetten, daar kan ik absoluut niet tegen. En van die blaasmuziek van het Danzi Kwintet in de Kleine Zaal van het Concertgebouw ging je vroeger helemaal met een spijker in je hoofd naar huis. Een harmonieorkest is ook niet geweldig. Ik heb wel een stuk voor een brassband geschreven, want alléén maar koper, dat heeft wel iets. Maar na een tijdje gaat die klank toch vervelen. Bij een strijkkwartet gebeurt dat niet, daar kun je lang naar luisteren.

“Haydnkwartetten vind ik fantastisch, sommige Mozarts, Beethoven - de middenperiode - Schubert natuurlijk - op een van mijn eerste platen, toen ik twaalf was, stonden twee kwartetten van Schönberg door het Juilliard Kwartet - Bartók, het Vuurkwartet van Revueltas, het Vijfde van Pijper. En Webern, alles van Webern is ongelooflijk. Maar ik ga niet zo'n soort stuk maken, ik ga geen reeksen bedenken, ik ga natuurlijk een aardig stuk maken.”

Maar wat wordt het ongeveer? Iets dat verband houdt met de traditie, een hommage aan de voorgangers of juist iets wat tegen de traditie ingaat?

“Ik weet tevoren nooit wat ik ga doen, hoe een stuk begint of afloopt. Ook de stijl staat niet vast. Die verandert om de twee, drie jaar. Dat gaat ongewild en ongemerkt, ik zie het pas achteraf. Dan zijn er ineens andere noten en andere akkoorden dan vroeger. Ik durf nu meer. Aan de ene kant is mijn muziek humaner geworden, maar het is ook gecompliceerder. Je hoort dat niet, maar het is wel prettiger om te spelen. Het gaat nu niet meer recht op het doel af, er is wel eens een zijweggetje.

“De periode voor het schrijven is het ergste. Ik ben al zo blij als ik na twintig keer de kamer opruimen en honderdduizend smoezen om maar niet te hoeven beginnen, eindelijk toch ben begonnen. Dan gaat het meestal snel. Want het ene haalt het andere uit en leidt tot allerlei associaties. Dan is het deksel van de ketel, want voor het zover is denk je er wel over na.

“Soms wil het helemaal niet. Dat is geen luiheid, maar angst: je schrijft iets neer waarover je verantwoording moet afleggen. Tegenover jezelf, de mensen die het spelen en tegenover de luisteraars. Dat is met improviseren anders. Je weet absoluut niet wat je gaat doen, maar de avond komt toch weer om. Er gebeuren rampen en ongelukken, maar ook onverwachte dingen, die je niet tevoren had kunnen bedenken. Door die ervaring ben ik niet alleen aangewezen op de schrijftafel.

“Ik heb veel opdrachten. Voor het jubileum van de Nederlandse Orgelvereniging heb ik in tien dagen een orgelstuk in elkaar gezet. Een ontzettend lawaai, prachtig en veel te lang, bijna een half uur. Maar als ik eenmaal bezig ben denk ik: kwaliteit door kwantiteit. Als het je niet bevalt, scheur je er maar wat uit. De prullenbak is er niet voor niks.

“Dit strijkkwartet komt op een lastig moment. Het is erg druk, we reizen met het Kollektief over de hele wereld, we brengen platen uit, er is nu een eigen muziekuitgeverij. Overmorgen moeten we uit ons kantoor en repetitieruimte, omdat er een nieuwe fundering ingaat. Dan gaan we bijna een maand op tournee door Amerika, daarna heb ik het 5-decemberconcert in de Stadsschouwburg, daarvoor moet ik nieuwe noten bedenken en ook voor De Klap op de Vuurpijl, tussen Kerst en Nieuwjaar. Maar het is nooit anders geweest.”

Plotseling zegt hij: “Wat vind jij, hoe moet een strijkkwartet er in deze tijd uitzien, wat zou jij willen horen? Zeg het maar!”

Ik zeg dat ik me daarmee niet wil bemoeien, maar Breuker blijft vragen wat ik mooi vind, wat ik wil horen, een vorm, een beginakkoord. “Ik bied je de helft van het honorarium.” “Nee, ik word al betaald voor dit verhaal”. Uiteindelijk dwingt hij me toch te beloven erover na te denken.

Zaterdag 12 oktober

Het Mondriaan Kwartet, dat tien jaar bestaat, heeft meer dan veertig wereldpremières gegeven en is nu druk bezig met het nieuwe Eerste strijkkwartet van Henk van der Meulen. Het is de muziek bij een ballet van Guido Severien, dat over twee dagen in première zal gaan. Afgelopen zondag had in Hilversum de eerste concertuitvoering moeten plaatsvinden. Maar Van der Meulen had de laatste zestig seconden nog niet af. Inmiddels zijn die er wel, maar hij komt steeds weer met nieuwe correcties.

Het kwartet heeft zojuist met Breuker in Wenen gespeeld tijdens een Gershwin-concert dat door de tv werd opgenomen. Breuker heeft nog niets voor zijn Eerste strijkkwartet maar hij heeft wel beloofd over enkele dagen met een paar ideetjes te zullen komen. Zelf hadden ze onderweg naar Wenen ook wat voor hem verzonnen: een In memoriam Miles Davis of een In memoriam Zino Francescatti, de geliefde Franse violist die een paar weken eerder overleed.

Eduard van Regteren Altena: “Willem weet alles. In de bus luistert hij altijd met een walkman of discman naar muziek, alle soorten muziek. Hij vroeg ons "wat willen jullie precies?' Wij hebben gezegd: Jouw kracht is dat het goed klinkt, daarop moet je je concentreren. We maken vaak mee dat componisten iets intelligents in gedachten hebben maar dan niet weten hoe het precies tot klinken komt.”

Woensdag 16 oktober

Bij Breuker thuis, waar de achterkamer vol staat met duizenden lp's, bandjes en cd's, zeg ik dat ik niet ga vertellen wat voor soort strijkkwartet ik zou willen horen. Als ik hem iets zou opgeven, een idee, een vorm of een akkoord, dan is het niet meer van hemzelf. En bij een strijkkwartet voor het concertpodium moet alles een schepping zijn van de componist zelf. Hij heeft het er verder niet meer over.

Breuker vertelt dat hij 's nachts in een helder moment opeens dacht iets te hebben, een middendeel van het Strijkkwartet. Maar 's morgens was het allemaal weer weg. Hij is ook gevraagd een stuk te schrijven voor het bezoek dat de koningin in november brengt aan de Raad voor de Kunst. Maar hij twijfelt sterk of hij dat zal doen. Ik zeg dat hij dit volgens mij niet kan weigeren.

Nu er nog geen begin van het kwartet is, spreken we uitvoerig over allerlei andere muziek. We besluiten nog wat platen uit te wisselen. Ik ga naar huis met Gershwin en Weill.

Donderdag 17 oktober

Zoals gisteren beloofd breng ik Breuker de twaalf cd's met de complete opnamen van Caruso, uit de jaren 1902-1920. Ik geef ook een stuk mee dat ik verleden jaar in de krant schreef over Grieg en trollen, dat Breuker kan lezen als hij morgen naar Noorwegen vliegt. Hij gaat daar praten over het schrijven van muziek bij een ballet. Zijn eigen pand is inmiddels geheel uitgebroken en Breuker zit als baas van het platenlabel BV HAAST ergens om de hoek samen met Kollektief-leden cd-tjes van Heibel in te pakken. Ze gaan in zo'n rond dun houten doosje waarin de Fransen hun camembert stoppen.

Ik krijg er ook een mee. Thuis zie ik dat er ook Der Kritiker op staat, een mini-opera die Breuker schreef in opdracht van de Nord Deutsche Rundfunk en het cultureel centrum Fabrik in Hamburg. Er wordt gezongen door Greetje Bijma en Willem Breuker. Behalve met de titelheld wordt de draak gestoken met diverse componisten en muziekstijlen.

Vrijdag 25 oktober

Terwijl Breuker en zijn Kollektief aan hun Amerikaanse tournee zijn begonnen, speelt het Mondriaan Kwartet in het Amsterdamse theater Frascati bij een Dansproduktie. Het nieuwe Strijkkwartet van Henk van der Meulen klinkt mooi en spreekt direct aan. Er is een prachtig langzaam deel en er wordt verder vaak stevig gespeeld. Het stuk kwam tegelijk met de choreografie van Guido Severien tot stand. De ontbrekende zestig seconden muziek heeft Van der Meulen er op het laatst nog voorgezet. Na afloop in café de Blincker blijkt dat het kwartet nog niets van Willem heeft gehoord. “Hij zou woensdag naar de voorstelling komen, maar we hebben hem niet gezien.”

Maandag 4 november

Een brief van Willem Breuker uit Louisville, Kentucky, gedateerd 2 november. “Ik ben nog geen centimeter opgeschoten met m'n stringquartet. Denk er wel aan en hoor soms midden in de nacht (dat denk ik althans) hoe het moet worden. Maar de moed om op te staan, bij al dat weinige geslaap, heb ik niet. Dus de volgende morgen ben ik het weer kwijt. Zo schiet je lekker op.

Ook aan de fanfare voor de koningin heb ik nog niets gedaan. Ik maak het voor tenorsax, trompet en trombone. Dat moet luid en duidelijk kunnen zijn en wat getetter tussen al die vriendelijke plichtplegingen kan verhelderend werken. We vertrekken zometeen naar Chicago (that wonderful town). Het concert hier gisteren in Louisville was in een fantastische zaal voor 600 man, die er ook waren. Veel oudere mensen die de avond van hun leven hadden. (-) Strijkkwartet, dat zijn toch twee violen, een alt + zo'n knievedel? Of zit ik ernaast?''

Verder somt Breuker een deel van de veertig platen op die hij in Rochester heeft gekocht: Leibowitz met Socrate van Satie, Foss, Milhaud, Antheil, Janácek, Die Frau ohne Schatten met Karl Böhm en Birgit Nilsson. “Ook nog wat Toscanini en A touch of Venus van Kurt Weill, vijf 78-toerenplaten in een prachtig album. Het is net zo oud als ik, puntgaaf (ik niet). Totaal prijs: $ 2,-.”

Maandag 18 november

Een ansicht van Breuker met een luchtfoto van Salt Lake City, verstuurd uit Los Angeles op 10 november: “Door alle vliegtuigvertragingen, elke dag concert en weinig slaap blijft er niet veel tijd over om muziek te schrijven. Ik begin 'm behoorlijk te knijpen. We zullen zien. Het maagpijnniveau vertelt me hoe laat het is. Groeten.”

Dinsdag 19 november

Breuker, net terug uit Amerika, brengt in Den Haag bij het bezoek van de koningin aan de Raad voor de Kunst op de trap in de monumentale hal de voor deze gelegenheid gecomponeerde fanfare Wij ten gehore, samen met Boy Raaymakers en Bernard Hunnekink. De titel slaat op de aanhef "Wij, Beatrix', waarmee de Nederlandse wetten beginnen. De voorzitter van de raad, oud-minister Job de Ruiter, biedt daarna de koningin de originele partituur aan en een bandje van Wij, alles in luxe verpakking.

Breuker: “De koningin bedankte ons hartelijk en vond het prachtig. We hebben nog even staan praten en ze zei dat ze me kende van de televisie. De opname hadden we op de laatste dag van de Amerikaanse tournee in Portland, Maine gemaakt. In maart '93 gaan we weer terug naar Amerika, want we zijn bijna overal teruggevraagd.”

Zaterdag 23 november

De leden van het Mondriaan Kwartet ontvangen elk dezelfde ansicht uit Oregon met een houttruck, gepost op 18 november in Boston. Op de ene kaart staat: Een viool is maar 1 viool is maar 1 viool.

De andere luidt: Op op, af, op Af, op, op, af, af

Zou hij met die op- en afstreken bedoelen dat hij nu een ritme in zijn hoofd heeft?

Dinsdag 26 november

Breuker belt. “Ik heb nog niets. Goed hè?”, grinnikt hij. “Ik ben nu druk bezig met het optreden op 5 december in de Stadsschouwburg. Theo Olof speelt daar de Romance in F van Beethoven en Adriaan van Dis gaat sneldichten en zingen. Voor 2 januari moet ik ook nog een stuk maken voor het feestje van Nico Schuyt in De IJsbreker. De opname van Wij komt ook al snel uit op cd, bij het decembernummer van Entr'acte, waarin ook een interview met mij staat. Maar binnenkort zal het met dat strijkkwartet wel moeten gebeuren, want ik kan de jongens toch niet in de steek laten.”

Zaterdag 30 november

De jongens van het Mondriaan Kwartet hebben na een boodschap op zijn antwoordapparaat nog niets van Breuker gehoord en worden wat zenuwachtig. Van deze en gene horen ze dat Breuker nergens meer wordt gesignaleerd en daaruit leiden ze af dat hij nu echt voor hen bezig is. Eduard van Regteren Altena wil hem daarbij niet storen maar is toch van plan een aanmoedigende fax te sturen.

Een beetje jammer dat ze nog geen enkele noot hebben is het wel. Morgenochtend speelt het kwartet op de VPRO-tv in het programma van Han Reiziger, die een stukje Breuker had willen horen. Nu spelen ze wat van Alfred Schnittke, een van de stukken op de nieuwe cd van het Mondriaan Kwartet. Breuker geeft intussen in Utrecht een kinderconcert.

Woensdag 4 december

Het Mondriaan Kwartet heeft nog steeds niets van Breuker gehoord. Het dringt nu, er moet toch zeker een week worden gerepeteerd.

Donderdag 5 december

In de Stadsschouwburg geeft het Willem Breuker Kollektief het traditionele Sinterklaasoptreden. “Theo Olof speelde Beethoven mooi en Adriaan van Dis was erg op dreef.” Van Dis zong het lied Heel de wereld wil ik mijn geheim vertellen van Benny Vreden waarmee Corry Brokken in 1958 het Eurovisie Songfestival verloor. Het succes was nu zo groot dat het moest worden gebisseerd. “De tweede keer zong Adriaan zo vals als een kraai, maar dat gaf niet.”

Zondag 8 december

's Avonds half twaalf belt Breuker op. “Ik ben begonnen met een fis, schrijf dat maar op. Verder heb ik nog niets, droevig maar waar. Het is nu een kwestie van doorgaan, niks aan de hand. Ik heb een soort wintervakantie, zaterdag moet ik spelen in Hannover en voordien moet er wat op papier staan.”

Voor welk instrument is die fis?

“Ik denk voor de altviool. Het is het begin van een mislukte melodie. Maar het zegt nog allemaal niets. Hier naast mij staat de prullenbak.”