"Verlies van kennis en ervaring niet langer te dragen'; Chemieconcern kiest met afschaffen Vut voor confrontatie met vakbonden

ARNHEM, 13 DEC. Afschaffing van de Vut voor de eeuwwisseling en inlevering van vrije tijd door zieke werknemers. Dat zijn twee belangrijke voorstellen die het chemieconcern Akzo gisteren aan de vakbonden heeft gedaan voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst.

Uit de voorstellen blijkt verder dat Akzo bereid is tot een loonsverhoging conform de marktontwikkeling. De vakbonden eisen bij Akzo tussen 4,5 en 5,5 procent loon erbij. Voorzitter dr. A. van Es van de directie van Akzo Nederland (23.000 werknemers) wil daar (nog) niet op ingaan. Maar zegt in een toelichting op de voorstellen wel: “We kunnen onze ogen niet sluiten voor wat er met de lonen om ons heen is gebeurd”. De aflopende Akzo-CAO bevatte voor dit jaar een loonsverhoging van 2,5 procent, wat achteraf (en zonder meetelling van de winstdeling) niet genoeg blijkt voor behoud van koopkracht, doordat de inflatie op ongeveer 3,5 procent zal uitkomen.

Spraakzamer is Van Es over de Vut, die volgens hem geen toekomst heeft. Financieel valt het misschien nog wel op te brengen, maar maatschappelijk is het niet langer verantwoord dat werknemers massaal voor hun 65ste ophouden met werken. “Als onderneming raken we een heleboel kennis en ervaring te vroeg kwijt en dat kunnen we ons op termijn eenvoudig niet permitteren. Akzo niet en Nederland evenmin”, aldus Van Es.

Akzo kiest met zijn pleidooi voor afschaffing van de Vut voor een confrontatie met de bonden. Die lieten vorige week weten dat zij in het komende CAO-overleg bij Akzo juist een verlaging van de Vut-leeftijd zullen eisen. Twee jaar geleden slaagde Akzo erin de Vut-leeftijd, die sinds de introductie van de regeling in 1979 was gedaald tot 60 of 61 jaar (al naar gelang de functie), te verhogen naar 62 jaar. Deze afspraak geldt tot 1995. In de nieuwe CAO willen de bonden vastleggen dat de Vut weer bij 60 jaar kan ingaan. “Die eis leeft heel sterk bij onze mensen”, aldus onderhandelaar B. Roodhuizen van de Industriebond FNV.

Het argument dat door de Vut kostbare kennis en ervaring verloren zou gaan, deugt niet, zeggen de bonden. Volgens Roodhuizen zet Akzo bij reorganisaties stelselmatig ervaren oudere werknemers aan de kant en maakt het concern voor werknemers tot 62 jaar met enige gretigheid gebruik van de wachtgeldregeling in de werkloosheidswet (die goedkoper is dan de Vut).

Van Es noemt deze beschuldiging echter “volstrekt misplaatst”. Zeker, afslanking doet pijn, maar kan noodzakelijk zijn. “Dat was zo, dat is zo en dat zal zo blijven”, zegt hij. Zo zullen in de vezeldivisie in Nederland de komende twee jaar nog zo'n 500 banen worden geschrapt. “Dan heb je een sociaal probleem, dat je bespreekt met de vakbonden. In overleg valt dan vrijwel altijd de keuze op ouderen. Daar kloppen we ons niet voor op de borst, maar het is niet terecht wanneer diezelfde vakbonden nu roepen dat dat niet mocht.”

Akzo deelt de kritiek die het NCW begin deze week op de Vut leverde. Van Es: “Nederlanders werken internationaal gezien veel te kort. Het is toch bizar dat hier wordt gedaan alsof je de klos bent wanneer je er als werknemer niet in slaagt om ruim voor je 65ste met werken op te houden. Wat is dat voor mentaliteit? Als we daarmee doorgaan, gaat het niet goed met Nederland in Europa en in de wereld.”

Het chemieconcern wil geleidelijk terug naar de situatie van voor 1979, toen het gebruikelijk was tot je 65ste te werken. Met de bonden wil Akzo zoeken naar mogelijkheden om individuele wensen van werknemers, die er eerder mee op willen houden, te honoreren. Werknemers die eerder (eventueel gedeeltelijk) uit het arbeidsproces willen stappen, zouden dan wel tijdig in de gelegenheid moeten worden gesteld zelf voorzieningen te treffen voor een aanvullend inkomen, waarbij inbegrepen de opbouw van pensioenaanspraken.

Een dergelijke 'flexibilisering', die volgens Van Es aansluit bij de individualiseringstrend in de samenleving, zou volgens Akzo in de loop van de jaren negentig gestalte moeten krijgen, zodat de Vut langs de weg der geleidelijkheid uiteindelijk rond de eeuwwisseling kan worden begraven.

Het ziekteverzuim bij Akzo is met 6,5 procent in vergelijking met het landelijk gemiddelde (9 procent) relatief laag, maar verdere verlaging blijft zeer gewenst, zegt Van Es. “We willen ziek-worden uit de anonimiteit halen. Dus geen ziekmelding meer bij de portier, maar bij de baas. Dat zou kunnen helpen om het frequente korte verzuim, zeg maar het Kortjakje-syndroom, te bestrijden. Van werknemers die tien keer twee dagen ziek zijn moet je je toch in gemoede afvragen of ze echt ziek zijn of dat het eigenlijk baaldagen betreft. De baas zou dat moeten kunnen doorprikken.”

Als "arbeidsvoorwaardelijke stimulans' voor de aanpak van het ziekteverzuim denkt Akzo aan “enkele lichte prikkels”. Zo wordt voorgesteld de opbouw van vakantiedagen (een maand werken geeft recht op gemiddeld ongeveer twee vakantiedagen) te stoppen voor werknemers die langer dan een half jaar ziek zijn. Bovendien wil Akzo de opbouw van verlofdagen (een maand werken levert, afhankelijk van de baan, één à anderhalve verlofdag op) van zieke werknemers staken. Wie zeven maanden ziek is, raakt in Akzo's voorstel twee vakantiedagen en acht verlofdagen kwijt.