Strindbergs eenakter De sterkste; Een druk pratende en een superieur zwijgende vrouw

Voorstelling: De sterkste van August Strindberg door Theater aan de Haven, Bellevue-Nieuwe de la Mar. Vertaling: Karst Woudstra; regie: Michael Ratomski; spelers: Ellen van Rossum en Patty Pontier. Gezien 11- 12 Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien t-m 20-12 aldaar; 23-31-12 Den Haag, Koninklijke Schouwburg. Aanvang 12.30u.

Een paar jaar geleden regisseerde Marcelle Meuleman alle eenakters van Strindberg in een reeks gewaagde, brutale voorstellingen. Door de telkens wisselende rolbezetting en regie werd op iedere eenakter een ander licht geworpen. De voorstellingen gingen zelfs in dialoog met elkaar: was de ene modernistisch, de andere werd weer heel traditioneel gespeeld. Sinds die prachtige hommage aan de Zweedse auteur was hij een tijdlang van het repertoire verdwenen. Marcelle Meuleman had iets opvallends verricht dat niet zomaar geëvenaard kon worden.

Wat vooral bleek, is dat het toneelwerk van Strindberg buigzaam en krachtig materiaal is. De eenakters, kort na elkaar in 1889 geschreven, behelsden stuk voor stuk ideale krachtmetingen tussen twee of drie acteurs. Het treffendste voorbeeld daarvan is De sterkste, een korte explosieve monoloog van de ene vrouw tegen de andere, die onophoudelijk zwijgt. De dramatische ironie wil dat de zwijgende partij de krachtigste is: degene die spreekt en spreekt, doet dat uit angst en onzekerheid. Nu is De sterkste te zien in de regie van Michael Ratomski. De sprekende actrice, Ellen van Rossum, heeft aan het zwijgende doelwit, Patty Pontier, kennelijk niet genoeg. Zij betrekt de toeschouwers in de zaal bij haar spel; ze epateert, toont haar kunnen, bewijst vooral dat ze acteren kan met overgangen, oogbewegingen en al. Dat is teveel. Mij leidde deze bijna ijdele overdaad af van de tekst. Niet mijn buurvrouw of ik moet toegesproken worden, maar de vrouw die zwijgend op haar stoel zit en met haar zwijgen een genadeloze kracht uitstraalt. Acteren is altijd het mooist wanneer het een onopvallende vanzelfsprekendheid en souplesse uitstraalt. De toeschouwer moet als het ware niet zien dat er gespeeld wordt. Regisseur Ratomski heeft in zijn spelopdracht het didactische element niet van het artistieke kunnen scheiden. Hij lijkt ons ervan te willen verzekeren dat Ellen van Rossum alles kan. Je moet niet alles willen kunnen; een speelstijl perfect beheersen is belangrijker.

Het tijdsverloop van de voorstelling viel hierdoor vreemd uit. Op het moment dat het spel serieuzer en beklemmender werd, was De sterkste al afgelopen. De zelfonthulling van het sprekende personage kwam uiteindelijk wel, maar te laat. Ik concentreerde van lieverlede mijn aandacht op de blonde zwijgende vrouw, die met een enkele oogbeweging of een trekje met haar mondhoek de juiste superioriteit suggereerde die haar rol nodig heeft. De sterkste is een strijd tussen twee karakters, niet tussen speelstijlen. Meer rust en minder gefladder met stembuiging en oogopslag door de sprekende vrouw, had de voorstelling beslist gered.