"Sociaal Europa' is verwarrend; "Er is een hele wonderlijke constructie gekozen, maar resultaat mag er zijn'

ROTTERDAM, 13 DEC. Bij terugkeer uit Maastricht deden ze het thuisfront kond van louter successen (“Game, set and match for Britain”, aldus de Britse premier Major) of van “belangrijke stappen” voorwaarts op weg naar sociale harmonisatie in Europa (de Duitse bondskanselier Kohl). Het duurde even voordat de buitenwereld een blik werd gegund in het "protocol betreffende de sociale politiek'. Maar gisteren barstte een oorverdovende gekrakeel los over status, interpretatie en betekenis van het document dat in Maastricht werd gebrouwen om het "sociale gezicht van Europa' te redden, ondanks de Britse weigering daaraan mee te werken.

“Een uiterst merkwaardig stuk”, volgens de Europese werkgevers (Unice). “Paniekerig in elkaar geflanst”, meent hoogleraar Europees sociaal zekerheidsrecht dr. D.C.H.M. Pieters. “Een hele wonderlijke constructie”, aldus Europarlementariër B. Pronk (Europese christen-democraten).

Terug naar Maastricht. Daar werden de twaalf lidstaten het dinsdagnacht erover eens dat elf lidstaten doorgaan met Europees sociaal beleid. Deze elf gaven hun fiat aan een "overeenkomst' waarin de doelstellingen van Europees sociaal beleid zijn verruimd en de bevoegdheden van de Europese Commissie op sociaal terrein zijn uitgebreid. Bovendien is het aantal sociale onderwerpen toegenomen waarover met gekwalificeerde meerderheid (ten minste 44 stemmen in de raad) in plaats van unanimiteit moet worden beslist.

“Europa moet sociaal zijn, of er komt helemaal geen Europa”, aldus de Franse president Mitterrand twee jaar geleden. En velen, van Kopenhagen tot Lissabon, zeiden hem dat na. Maar is in Maastricht de weg naar dit sociale Europa ingeslagen? “Ik verwonder mij zeer over de gekozen protocol-techniek”, zegt Pieters. Krijgt Europa een nieuw verdrag waar het Verenigd Koninkrijk niet aan meedoet ? Zo ja, wat betekent dat dan voor de oude verdragsbepalingen? Komen die te vervallen of blijven oud en nieuw naast elkaar bestaan?

Pieters: “Ik kan het uit het protocol en de overeenkomst niet opmaken. Het stuk weerspiegelt geklungel om er op het laatste moment nog iets uit te halen. Stel, wat het meest waarschijnlijk is, dat het oude verdrag vervalt. Dan is er sprake van een enorme stap achteruit, want dan doet het Verenigd Koninkrijk niet alleen niet mee, maar dan kan het zich gans onttrekken aan enig sociaal beleid.” Uitbreiding van de bevoegdheden van de Commissie tot het domein van de sociale zekerheid, zoals in de nieuwe overeenkomst van de elf lidstaten voorzien, noemt Pieters “enorm vergaand”. “Blijkbaar zijn daar twee stappen tegelijk gezet zonder dat men zich de draagwijdte goed heeft gerealiseerd. Het lijkt met grote haast in elkaar geflanst.”

Pieters' Groningse collega in het Europees en economisch recht, prof.dr. L.W. Gormley, aarzelt niet de resultaten van Maastricht op sociaal terrein “een ramp voor de Europese Gemeenschap” te noemen. “In Maastricht is besloten tot een Europa van twee snelheden op sociaal gebied. Daardoor kunnen op den duur de concurrentieverhoudingen scheeftrekken, terwijl het juist de bedoeling van de EG is om concurrentievervalsing binnen Europa uit te bannen.”

Over de status van protocol en overeenkomst bestaat bij Gormley minder scepsis. Zijn aanvankelijke vrees dat het sociale domein een zuiver intergouvernementele zaak zou zijn geworden, zoals bijvoorbeeld met Schengen het geval is, is na lezing van het protocol weggenomen. Interessant wordt volgens hem de vraag of de Commissie van zijn verruimde bevoegdheden gebruik gaat maken en met nieuwe initiatieven voor Europese sociale regelgeving komt.

Europees parlementslid B. Pronk is aanzienlijk optimistischer over de uitkomsten van Maastricht dan Pieters en Gormley. “Er is een hele wonderlijke constructie gekozen, maar het resultaat mag er zijn. We hebben als Europees parlement toch succes gehad met al ons geroep dat we niet zullen meewerken aan de totstandkoming van een interne markt zonder sociale dimensie.” Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat de Britten over een paar jaar wel zullen bijtrekken, ongeacht de uitslag van de komende verkiezingen in Engeland.

Uitbreiding van het aantal onderwerpen waarover met gekwalificeerde meerderheid kan worden besloten, zal er volgens hem toe leiden dat “lang slepende kwesties” binnen afzienbare tijd worden opgelost, zoals minimum-voorschriften voor het informeren en consulteren van werknemers bij ver reikende beslissingen in grote bedrijven (Europese ondernemingsraden) en over maximum-voorschriften voor werktijden per dag en per week.

Pikant wordt de positie van de Britse Europarlementariërs als het over sociaal beleid gaat. “Er tekenen zich in Straatsburg nu al twee scholen af: ze mogen gewoon meepraten als ze maar zo verstandig zijn zich een beetje gedeisd te houden, of ze krijgen een status aparte, zoals voor de val van de Muur met de Berlijnse afgevaardigden het geval was. Die mochten wel meepraten, maar niet meestemmen”, aldus Pronk.

De Europese werkgevers, verenigd in Unice, zijn allerminst tevreden met Maastrichtse protocol over het sociale beleid. Dat is niet verwonderlijk, want schouder aan schouder met de Britten hebben zij zich van meet af aan verzet tegen uitbreiding van Brusselse bevoegdheden op sociaal terrein. “We krijgen nu de krankzinnige situatie dat het Verenigd Koninkrijk wel profiteert van de interne markt, maar niet hoeft mee te betalen aan Europees sociaal beleid. Dat beleid zal alleen beperkingen voor bedrijven opleveren, waaraan de Britse bedrijven vervolgens ontsnappen”, zegt Unice-directeur sociale zaken, B. Arnhold.

Behalve Britse Europarlementariërs kunnen volgens hem ook de Britse EG-commissarissen in een onmogelijke positie geraken. “Over een jaar is het Verenigd Koninkrijk voorzitter. Moet er dan onder Brits voorzitterschap worden beslist over sociale onderwerpen waar het Verenigd Koninkrijk geen enkele zeggenschap over wilde hebben?”

Een laatste ongerijmdheid zit volgens Unice in de voorwaarden die worden opgelegd aan landen die willen toetreden tot de EG. “De EG, inclusief het Verenigd Koninkrijk, verlangt van bijvoorbeeld Noorwegen, Zweden en Oostenrijk dat ze meedoen aan de sociale harmonisatie, waarvoor een prominent EG-lid, hetzelfde Verenigd Koninkrijk, zijn neus ophaalt”, aldus Arnhold.