Selectie

“Goeiemorgen, mijnheer Van Cleef, ik heb gisteren uw vrouw beloofd een boodschap in te spreken in het antwoordapparaat. Mijn naam is Marja Zomer van het Hilton Hotel en wij nodigen u uit om kosteloos te ontbijten, lunchen, dineren en brunchen in al onze restaurants, plus een gratis overnachtiging voor twee personen, inclusief Amerikaans ontbijt. U bent namelijk geselecteerd om lid te worden van onze Hilton Gold Club. Het jaarlijkse lidmaatschap voor een persoonlijke kaart kost slechts driehonderdvijftig gulden ex BTW. Bedankt en de groeten aan uw vrouw.”

Dag mevrouw Zomer. Met Van Cleef. Ik hoor net uw boodschap op mijn antwoordapparaat. U heeft met mijn vrouw gesproken?

“Inderdaad.”

Maar ik heb geen vrouw.

“Even mijn notities... Aha, het staat op mijn lijstje, er is inderdaad een mevrouw die Van Cleef heeft geheten maar dat is niet uw vrouw geweest. En zodoende.”

Ik ben geselecteerd?

“Ja, samen met 1.500 andere eigenaren, directeuren en zakenlui. Het is een vrij exclusieve club, ziet u. Het gaat dan ook om gerenommeerde restaurants. De voorwaarde is wel dat u altijd voor eigen rekening iemand meeneemt.”

Gratis eten en overnachten is wat veel gezegd als ik eerst voor driehonderdvijftig gulden ex BTW lid moet worden.

“Hotels in Nederland zijn duur, dus die overnachtiging is eigenlijk een presentje. Bovendien, als wij aan die kaart geen geld zouden koppelen, verliest hij zijn waarde, dan zou iedereen er wel mee rond kunnen gaan lopen.”

Ik ben geen eigenaar of directeur. Hoe komt u aan mijn naam?

“U staat op onze invitatielijst. U heeft ongetwijfeld zakelijke belangen. Verder weten wij niets van u hoor.”

Ik heb geen belangstelling. Dag mevrouw Zomer.

“Dag mijnheer Van Cleef en mocht u zich nog bedenken: u heeft mijn nummer.”