Schnittke op strooptocht in het berghok van de muziek

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Gennadi Rozdjestvenski. Programma: Haydn, symfonie nr. 45 in fis "Afscheidssymfonie' en Schnittke Eerste Symfonie (1969-72). Gehoord 12- 12 in de Grote Zaal van De Doelen. Herhaling 13 en 15-12 aldaar en 14-12 in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht.

In 1973 beschreef de Russische componist Alfred Schnittke de tragische situatie waarin de hedendaagse componist zich bevindt: “Een tragiek die er uit bestaat, dat het tegenwoordig principieel niet meer mogelijk is de klassieke vorm te herhalen, zonder daarbij in het absurde te vervallen. De naïeve diepgang van de gedachten en retorisch-filosofische ernst van het klassieke muzikale verleden kunnen niet meer vernieuwd worden binnen de overgeleverde monumentale vormen. Het enige wat nog mogelijk is, is het parodiëren van grote vormen of het zoeken naar nieuwe.”

In zijn in 1972 voltooide Eerste Symfonie, die gisteravond voor de eerste maal in Nederland werd uitgevoerd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Gennadi Rozdjestvensi, is Schnittke er op een bijzonder originele manier in geslaagd beide opties met elkaar te verenigen. Zelf omschrijft Schnittke zijn vierdelige "collage-symfonie' als “een vraagteken naar de levenskansen van de symfonie”. Hij ging hij op strooptocht in het berghok van de muziek: het middeleeuwse Dies Irae-thema, de walsen van Johann Strauss, de fanfare, een Concerto Grosso van Händel, Haydns Afscheidssymfonie, de avant-garde muziek en Tsjaikofski's Eerste Pianoconcert: alles wat hem maar aansprak gooide Schnittke in een grote schoenendoos. Daarna schudde hij de inhoud stevig door elkaar en toen hij het deksel tenslotte weer opendeed kwam er een humoristische lofzang op de chaos uit te voorschijn, die in alle tegenstrijdigheid overkomt als een wonder van harmonie.

Is Schnittke's Eerste Symfonie zowel een afscheid als een nieuw begin, de Afscheidssymfonie van Haydn stond aan de wieg van het genre. Toch neemt ook deze symfonie een aparte plaats in: op last van Haydn verlaten de musici tijdens de finale één voor één het orkest, totdat alleen nog maar de concertmeester is overgebleven. Daarmee is de cirkel rond, want ook in de Eerste Symfonie van Schnittke moeten de orkestleden het podium voortijdig aflopen.

Een mooier programma is nauwelijks denkbaar, vooral niet wanneer er dan ook nog eens zo'n fenomenale dirigent voor het orkest staat als Rozdjestvenski. In plaats van de maat te slaan, maakt Rozdjestvenski met iedere vezel van zijn lichaam muziek. Soms beweegt hij alleen maar een vinger of teen, dan weer knikt hij fel met zijn hoofd, terwijl zijn armen sierlijke vliegbewegingen maken. Maar ook al is zijn gestiek volkomen onorthodox, iedere beweging raakt de kern en het orkest begrijpt onmiddellijk waar Rozdjestvenski naar toe wil.

Zo klonk de Afscheidssymfonie van Haydn geconcentreerd en recht door zee, maar binnen dit bijna straffe kader wist Rozdjestvenski er steeds weer ander saillante details van de muziek uit te lichten. Werkelijk geniaal was zijn stoutmoedige aanpak van Schnittke's Eerste Symfonie: met de flair van een circus-directeur leidde Rozdjestvenski het Rotterdams Philharmonisch Orkest met een wervelende vaart door Schnitteke's muzikale rariteitenkabinet, waarbij het woeste intermezzo door een jazz-violist uit Frankrijk en een jazz-pianist uit Estland een van de vele hoogtepunten vormde.