Rapport: steun Nederlandse popplaten

AMSTERDAM, 13 DEC. Een op te richten Stimuleringsfonds Nederlandse Popmuziek moet het financiële risico verkleinen dat platenmaatschappijen lopen bij het uitbrengen van geluidsdragers van Nederlandse popgroepen en -artiesten. Dit is de belangrijkste aanbeveling van het rapport "Nederlandse Popmuziek op de Binnen- en Buitenlandse Markt' dat gistermiddag in Amsterdam werd gepresenteerd. Het rapport werd in opdracht van het ministerie van WVC opgesteld door de onderzoekers Paul Rutten en Gert Jan Oud van het Persinstituut - Instistuut voor Massacommunicatie van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Rutten en Oud onderzochten over de periode 1985-1989 het aandeel van Nederlandse popmuziek in achtereenvolgens de programmering van concerten, de verkoop van geluidsdragers (lp, cd en mc) en de aandacht van de media, met name de radio. De gunstige positie van Nederlandse groepen op de concertmarkt - Nederlandse bands trekken meer publiek dan buitenlandse - blijkt niet te leiden tot een vergelijkbare positie op de geluidsdragersmarkt of in de media. Zo was in 1989 de omzet in Nederland van geluidsdragers van Nederlandse groepen in vergelijking met die van buitenlandse popmusici klein: 43 miljoen gulden tegenover 613 miljoen. En op de radio, het belangrijkste medium voor de verspreiding van popmuziek, wordt vier keer zoveel buitenlands repertoire gedraaid als Nederlands.

De oorzaak van de sterke positie van Nederlandse bands op de concertpodia is volgens de onderzoekers de subsidieregeling van de Stichting Popmuziek Nederland die in 1985 is ingesteld. Dit "Podiumplan' is een garantiesubsidie die het verlies compenseert dat zalen eventueel lijden bij concerten van professionele, Nederlandse groepen.

De ondergeschikte positie van Nederlandse groepen op de geluidsdragersmarkt hangt samen met de geringe omvang van de Nederlandse markt. Voor een platenmaatschappij is het risico bij het uitbrengen van Nederlandse groepen groot: de produktie- en marketingkosten zijn bijna altijd hoger dan de opbrengsten. Rutten en Oud pleiten daarom voor een Stimuleringsfonds Nederlandse Popmuziek dat op het gebied van geluidsdragers een vergelijkbare rol moet spelen als het "Podiumplan' op de concertmarkt.

Het overwicht van de vooral Engelse en Amerikaanse produkties in het aanbod van de platenmaatschappijen weerspiegelt zich in de programmering van Radio 3. Daar geldt bovendien dat de verschillende zenders zich ten opzichte van elkaar willen profileren; hoewel ze wel allemaal Madonna en U2 draaien zal een Nederlandse band bij de ene zender juist nét gedraaid worden als een ander hem al heeft opgepikt.