Personeel Campina alleen in actie bij gedwongen ontslag

GOUDA, 13 DEC. In de Goudse vestiging van Campina Melkunie wijst niets erop dat het bedrijf zijn laatste maanden doormaakt. Er wordt geen actie gevoerd, er is geen spandoek te bekennen. Woensdag maakte de concerndirectie van de zuivelcöoperatie bekend dat de boter- en melkpoederfabriek uit Gouda gesloten zou worden. Er vallen geen gedwongen ontslagen, en voor de 120 werknemers wordt een nieuwe werkkring gezocht binnen het concern.

“Dat die reorganisatie nodig is, begrijp ik wel, maar gedwongen ontslagen zijn echt voor niemand bespreekbaar. Als die er komen, denk ik dat er wel stront komt”, zegt Dirk Vermeulen, kwaliteitscontroleur in de Goudse vestiging. Volgens hem had het personeel de reorganisatieplannen al zien aankomen. “Dat er iets moest gebeuren, was wel duidelijk, we werken hier al jaren met een overcapaciteit. En die fusie in '89 van Campina en Melkunie gebeurt ook niet zomaar. Van de zomer zijn dan ook nog die boeren uit de cöoperatie gestapt omdat ze te weinig geld per kilo melk kregen. We hoopten alleen dat het niet deze vestiging zou zijn.”

In juli zegden 400 boeren hun lidmaatschap van Campina Melkunie op, omdat zij bij andere cöoperaties twee cent per kilo melk meer konden krijgen. Dit vormt voor het Zuidnederlandse bedrijf de reden om de reorganisatie, die pas voor 1993 was voorzien, vervroegd door te voeren. Door de reorganisatie zullen 800 van de 6800 banen verdwijnen. Tien van de 27 vestigingen van het concern gaan dicht. Op die manier wil Campina Melkunie de boeren tonen dat zij alles in het werk stelt om de melkprijs op een concurrerrend, hoog niveau te houden. Op dit moment betaalt de cöoperatie de boeren ongeveer 76 cent per liter.

Campina Melkunie, met een omzet van 4,6 miljard gulden in 1990 de grootste zuivelcöoperatie van Nederland, is niet de enige met problemen. Friesland Frico Domo kondigde in oktober aan dat het 550 overtollige arbeidsplaatsen had en het Oostnederlandse Coberco zal deze maand ook reorganisatieplannen bekend maken.

Vooral sinds de invoering van de superheffing in 1984 en de "quotering', de produktiebeperking voor melk, zijn Nederlandse veehouders minder melk gaan produceren. Momenteel leveren de veehouders nog maar 81,5 procent van hun omzet in 1984. Daardoor werken de zuivelfabrieken al jaren onder hun niveau. Dat geldt ook voor de Goudse vestiging van Campina Melkunie.

Vermeulen: “Vroeger kreeg je per week gemiddeld 5 tot 6 miljoen kilo melk aangeleverd, nu zitten we op ongeveer 500.000 kilo per week.” De sluiting gaat Vermeulen aan zijn hart, hij kwam op 19-jarige leeftijd bij de toenmalige Melkunie in dienst en werkt er al twaalf jaar. Hij heeft er zijn vak geleerd. Af en toe bekijkt hij de personeelsrubrieken van de krant, maar hij wacht, net als al zijn collega's, liever op de beloofde herplaatsingsmogelijkheid binnen het bedrijf. “Het is niet gemakkelijk om een goede functie terug te krijgen. Ik heb vooral verstand van de zuivel. Verder werk ik, net als de meesten hier, in ploegendiensten en een gewone dagtaak betaald niet zo goed.”

Foto; Boterproduktie in de Goudse vestiging van Campina Melkunie. De boter- en melkpoederfabriek, waar 120 mensen werken, zal in de loop vvan de reorganisatie verdwijnen 800 van de in totaal 6.800 banen bij de zuivelcoöperatie.(Foto NRC Handelsblad-Leo van Velzen)