Onderwijs vraagt steeds meer van leraren en leiding

DEN HAAG, 13 DEC. De bewindslieden van onderwijs vragen steeds meer van de leraren, zoals schaalvergroting, decentralisatie en basisvorming, terwijl de werkomstandigheden op de scholen juist slechter worden.

Dit is de teneur van de toespraken die de afgelopen week zijn gehouden door de voorzitters van de vier onderwijsbonden op hun jaarvergaderingen. Voorzitter C. van Overbeek van de katholieke bond KOV riep gisteren in Veldhoven zijn leden op om de uitvoering van beleid, zoals de integratie van regulier en speciaal onderwijs, via hun medezeggenschapsraden “desnoods te vertragen”. Van Overbeek sprak over de “bijna grenzeloze haast” waarmee de diverse plannen moeten worden uitgevoerd. “Mensen draaien door. Van hun inzet wordt misbuik gemaakt”, zei hij. Het KOV moest volgens hem prioriteit geven aan invoering van het formatiebudgetsysteem dat vanaf volgend jaar scholen in basis- en voortgezet onderwijs meer vrijheden geeft in hun personeelsbeleid.

G. Moll, voorzitter van het Nederlands Genootschap van Leraren, hekelde de ingrepen in de sociale zekerheid in het onderwijs zoals de voorgestelde verlaging van de wachtgelden en wijzigingen in de pensioenregeling. “Nooit eerder is een zo groot aantal voorstellen gelijktijdig gedaan die een verslechtering inhouden van de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren en onderwijsgevenden”, aldus Moll.

Moll vroeg de Eerste Kamer nog eens kritisch te kijken naar diverse onderdelen van de basisvorming, de nieuwe opzet van de eerste jaren van het voortgezet onderwijs die in 1993 moet worden ingevoerd. Het NGL, dat altijd een tegenstander is geweest van het voorstel, vreest dat het voortijdig schoolverlaten flink zal toenemen door invoering van het pakket van vijftien voornamelijk theoretische vakken en onduidelijkheid in de zogeheten doorstroomprogramma's. Deze moeten de overstap van het ene naar het andere schooltype vergemakkelijken.

De algemene bond ABOP gaat ervan uit dat de kritiek van het CDA in de Eerste Kamer op de basisvorming ,geblaas” en “niet meer dan bellenblazerij” zal zijn, zo zei voorzitter Vogelaar gisteren in Amsterdam. Ze zei te vrezen dat veel van de plannen van de overheid op het niveau van bestuur en management blijven steken en dat de leraren te weinig bij de onderwijskundige veranderingen worden betrokken. Net als Van Overbeek riep ze de leden op niet overhaast te werk te gaan bij de invoering van het formatiebudgetsysteem.

De protestants-christelijke PCO ten slotte deed, in de woorden van voorzitter E. de Jong, “een klemmend beroep op het CDA allerlei proefballonnen op het terrein van de bekostiging van het onderwijs achterwege te laten, omdat deze proefballonnen leiden tot onzekerheid bij personeel en schoolleiding.” De Jong doelde daarbij onder andere op de versnelde invoering van lump sum-financiering in het onderwijs die CDA-fractievoorzitter Brinkman bij de Algemene Beschouwingen in oktober voorstelde.