Nevenfuncties rechters wettelijk geregeld

ROTTERDAM, 13 DEC. De lijst met nevenfuncties van rechters is openbaar, maar dat betekent nog niet dat belangstellenden dit register zomaar mogen inzien. “Belt u volgende week nog maar eens terug, want de president van de rechtbank is de hele week afwezig”, zegt een medewerkster van de rechtbank in Rotterdam.

In een ander arrondissement krijgt men te horen dat er inderdaad wel ergens zo'n lijst met nevenfuncties moet zijn, maar dat het niet de moeite waard is die in te zien. “Hij is al jaren niet bijgewerkt en daar hebben we voorlopig ook geen tijd voor”, aldus een secretaresse in Zwolle.

Meestal moet bij een verzoek tot inzage van het register toestemming worden gevraagd aan de president en kan pas daarna een afspraak voor inzage worden gemaakt.

Om de melding en registratie van nevenfuncties van leden van de rechterlijke macht overzichtelijker te maken en omdat de mogelijkheid tot inzage van de registers per rechtbank verschilt, maakte minister Hirsch Ballin (justitie), na vragen van VVD-Kamerlid Wiebenga, vorige week bekend dit wettelijk te zullen regelen. Volgens Wiebenga heeft het publiek er recht op, met het oog op eventuele "belangenverstrengeling', te weten in welke onderneming of organisatie rechters functies bekleden. Onder nevenfuncties verstaan de rechters en officieren “elke functie die niet gerekend kan worden tot de eigenlijke uitoefening van het rechterlijk ambt”.

Persrechter mr. H.J. te Strake van de rechtbank in Roermond noemt de huidige manier van registratie van nevenfuncties bij de verschillende rechtbanken nogal “lukraak geregeld”. Hij heeft geen bezwaar tegen een wettelijke regeling, maar “het kan ook zonder wet. Bij onze rechtbank ligt zo'n lijst die onder bepaalde condities kan worden ingekeken.”

Al in 1987 heeft de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) de rechterlijke colleges geadviseerd een voor ieder toegankelijk register van nevenfuncties aan te leggen. De rechtbanken, hoven en parketten in de negentien arrondissementen in ons land zijn echter vrij dit advies op te volgen of naast zich neer te leggen. Bij sommige rechtbanken is een register met nevenfuncties neergelegd in een openbaar register, bij andere bestaat geen register of is volstaan met een lijst waaruit desgevraagd inlichtingen kunnen worden verkregen.

Minister Hirsch Ballin zegt “thans geen behoefte te hebben aan een nader onderzoek”, maar wil met een aantal nieuwe bepalingen in de Wet op de rechterlijke organisatie paal en perk stellen aan de onduidelijke situatie. Overigens meent de minister dat het de leden van de rechterlijke macht vrijstaat nevenfuncties uit te oefenen, “mits deze niet uitdrukkelijk door de wet zijn verboden of qua karakter of tijdsbeslag in de weg staan aan een goede uitoefening van de rechterlijke taak. Het enkele feit dat voor een nevenfunctie een vergoeding wordt ontvangen diskwalificeert deze functie niet.”

Een vergoeding voor bepaalde functies kan best, vinden de rechters. Volgens de Rotterdamse persrechter mevrouw mr. L. de Bruin is dat bij haar rechtbank ook helemaal geen probleem. “Bij de jaarlijkse opgave van nevenfuncties moet bij onze rechtbank ook de vergoeding worden gemeld. Wij maken ons daar niet druk om, we hebben zelfs nog nooit vergaderd over hoe hoog zo'n vergoeding mag zijn.” Te Strake: “Een goede rechter weet of hij of zij een betaalde functie kan aannemen. Laat rechters nou maar onafhankelijk blijven in alle betekenissen van het woord”. Mevrouw mr. R.C. Lesink-Bosman, vice-president van de Rotterdamse rechtbank, voegt hieraan toe dat “een goede rechter nooit een zaak zal behandelen waar hij persoonlijk in verstrikt kan raken.”

De leden van de rechterlijke macht in het arrondissement Rotterdam ontvangen elk jaar in januari een briefje van de president waarin om opgave van eventuele nevenfuncties wordt verzocht. Enkele jaren geleden waren er plannen om voor plaatsvervangend rechters een afzonderlijk register in te stellen waaruit in beperkte mate informatie zou worden verstrekt. Volgens de NVvR zou die informatie “slechts op gemotiveerd verzoek van de direct belanghebbenden” mogen worden gegeven.

Nog verder gaat het gerechtshof in Den Haag in een brief aan de leden van de rechtbank waarin staat “geen registratie van raadsheren plaatsvervanger bij te houden aangezien de meesten advocaat zijn en als zodanig veel bindingen met diverse bedrijven hebben. Wij vertrouwen er dus maar op dat een advocaat zich zal verschonen indien hij merkt dat hij in een bepaalde procedure niet geheel vrij staat.” Registratie van nevenfuncties van plaatsvervangers vindt het hof “niet alleen principieel onjuist, doch ook weinig zinvol”.

Een apart register voor plaatsvervangers bij de Rotterdamse rechtbank is er niet gekomen. Zij staan gewoon in het alfabetisch register. Volgens rechter Te Strake terecht: “Wie rechterswerk doet moet ook maar meedraaien, als er een lijst van nevenfuncties is, dan ook voor iedereen.” Persrechter De Bruin ziet wel problemen voor plaatsvervangers: “Ik weet nog niet hoe die wetswijziging er uit gaat zien, maar ik vind niet dat voor hen dezelfde regels moeten gelden.”

Een blik in de Rotterdamse ordner leert dat er toch wel verschil is tussen de bijbanen van "gewone' rechters en de plaatsvervangers. Bij de eerste groep liggen de nevenfuncties veelal op justitieel gebied: medewerker Nederlands Juristenblad; lid geschillencommissie consumentenklachten of lid van de vereniging slachtofferhulp. Ook vervullen enkelen een kerkelijke functie, er is iemand bestuurslid bij de Bond tegen het vloeken, een van de rechters meldt het voorzitterschap van de Vereniging het Nederlandse trekpaard en er is een hoofdscheidsrechter bij de Internationale Tennis Federatie. Ook veel briefjes met de mededeling dat "geen nevenfunctie wordt vervuld'. Bij de plaatsvervangers komen meer commissariaten en functies in het bedrijfsleven voor. In één geval zelfs negen. Een enkele keer wordt verzocht de opgave "op te slaan in het speciale register voor plaatsvervangend rechters'. Ook meldt iemand dat “het openbaar maken van nevenfuncties een niet gerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer betekent”.

Volgens rechter De Bruin is voor de "gewone' rechter een open regeling geen enkel probleem. “Wij maken ons daar niet druk om. Ik ken hier ook geen rechter met dikbetaalde bijbanen. Maar iemand die niet zijn hoofdfunctie heeft bij de rechterlijke macht en die zelf voor een zitting maar 200 gulden krijgt, daarvan kun je niet verlangen dat hij zijn andere betaalde functies voor zo'n register wil opgeven.”