Mozambique.

Mozambique

“Adriaan van Dis, wat een nummer, wat een fantast.” Zo begint de bijdrage van pater Dik Kooloos in het novembernummer van het blad Bijeen. De derde wereld en wij. Het blad, uitgegeven door de Stichting Gezamenlijke Missiepubliciteit, heeft een rubriek "Wereldpost' met brieven van lezers. Kooloos is pater in Mozambique en heeft zich geërgerd aan Van Dis' weergave van zijn bezoek aan de missiepost in het boek In Afrika. Bij Van Dis loopt de pater in onderhemd, staan in zijn huis Mariabeeldjes en de paters zouden de Wereldomroep vergoddelijken en 's avonds cryptogrammen oplossen. “Dat is de dank dat je een schrijver vier dagen gastvrijheid verleent”, schrijft pater Kooloos. “Het was de laatste keer dat we aan schrijvers gastvrijheid hebben verleend. Volgende keer sturen we hen door naar het hotel in de stad.”

Wat vindt Van Dis van de kritiek? “Ik kan het me heel goed voorstellen”, zegt Van Dis. “De pater moet onaangenaam getroffen zijn door mijn milde spot. Ik heb ten behoeve van de compositie in mijn boek enkele ontmoetingen samengevoegd. Bij de ene pater stond wel een Mariabeeldje op het dressoir, bij de andere niet. Ik heb verteld over plaatsen waar ik ben geweest, zonder te vermelden dat ik er twee keer ben geweest. Die vrijheid heb ik genomen. Misschien had ik de namen van betrokkenen moeten veranderen, zodat niemand zich aangesproken had gevoeld.”

Volgens Van Dis vallen de paters over dingen die voor hem nauwelijks een rol spelen. Van Dis: “Waar het mij om gaat is dat ik gesterkt en gelaafd ben in een omgeving waar ook mensen van de honger omkomen. Zij schamen zich daar kennelijk voor. Waar ze het ook niet over hebben in dat missieblad is de rol van de katholieke kerk, die ginds heeft ingegrepen in het leven en de bewoners hun eigen godsdienst afneemt. Daar heb ik ook over geschreven en daar reageert men niet op.”

Van Dis heeft geen zin om zich te verantwoorden voor een aantal verwijten. Zo oppert pater Kooloos, mogelijk als straf, dat de schrijver éénderde van de opbrengst van zijn boek aan “die arme, uitgehongerde kindertjes” geeft. Van Dis: “Ik hoef niet te vertellen hoe ik mij giraal gedraag maar Mozambique is niet vergeten.”

Priapeeën

In 1984 verscheen de bundel Priaap ontknoopt bij uitgeverij De Bosbespers. Het omslag was voor de grap hetzelfde als de boeken in de reeks Privé-domein van De Arbeiderspers. De ontwerper van die reeks, Kees Kelfkens, was niet blij met het nageaapte omslag en liet dat ook weten aan redacteur Martin Ros. Rody Chamuleau, uitgever bij De Bosbespers en auteur van Priaap ontknoopt: “Ik had op het omslag gezet: privaat-domein. Het is later allemaal rechtgepraat en de zaak is geheel verleden tijd.”

Nu is weer een bundel priapeeën van Rody Chamuleau verschenen, onder de titel Jantje zag een pruikje hangen. De uitgever is Ad. Donker. “Priaap ontknoopt heeft het destijds goed gedaan en er zijn 1100 exemplaren verkocht. Toen Donker me vroeg om priapeeën te verzamelen en uit te brengen, vond ik dat een goed idee. Ik heb er een ingesteld om allemaal nieuwe te verzamelen. Priaap en Jantje hebben geen overlappingen.” Een priapee is volgens Chamuleau “een gedicht waarin de nadruk ligt op de fysieke kant van de erotiek”. Jantje zag een pruikje hangen. Nederlandse priapeeën door de eeuwen heen (prijs ƒ 27,50) bevat scabreus werk van E. du Perron, Han G. Hoekstra, Karel van het Reve, J. Slauerhoff, Gerrit Krol en talloze anderen. Aan Willem Bilderdijk wordt, met een vraagteken, het volgende kleffe gedichtje "Aan Lotje' toegeschreven:

Gij hebt een Roos, die fris, bekoorlijk

is en eêl:

Maar, Lotje lief! dit roosje ontbreekt

een steel;

Wilt gij mij toestaan u 't geheim der

kunst te leren,

Die frisse Roos te inoculeren?

Het sap, 't welk uit het steeltje vloeit,

Maakt dat het Roosje welig bloeit.

De bundel is verlucht met erotische tekeningen van E. du Perron, die weinig te raden laten. Opvallend zijn vooral de uitgestreken smoelen van de minnenden.

Rody Chamuleau is zondag in Paradiso (Weteringschans 6, Amsterdam) aanwezig op de Beurs voor Kleine Uitgevers, 12.30-17.30 u.

Mekka

Mekka 1992, een uitgave van Nijgh & Van Ditmar-Dedalus (prijs ƒ 25,-), is een jaarboek van en voor leesliefhebbers over verschenen en nog te verschijnen boeken, een gids voor literaire evenementen, van handige lijstjes met adressen en toptienen. Het jaarboek bevat interessante stukken over Spanje, poolreizen, poëzie en historische werken van respectievelijk H.M. van den Brink, Tracy Metz, Aad Nuis en Marc Reynebeau, maar er staan nog meer goede artikelen in Mekka.

Toch hoef ik niet alles te weten wat erin staat. Er zijn, aldus Liesbeth Koenen, geen tien boeken over taal het vermelden waard. Wat mij betreft hoeft er dan ook geen stukje over te worden geschreven. Als dat toch gebeurt, moet dat een heel goed stukje zijn en niet alleen maar een advertentie voor Koenens eigen boek, vorig jaar verschenen bij Nijgh & Van Ditmar.

Een stuk over reizen is ook niet iets wat ik watertandend opsla. De bijdrage "Verzonnen reizen' bevat daarbij ook te veel bekend materiaal en te veel clichés en heeft iets opsommerigs: “Ook Lieve Joris ... Ook Jacqueline de Gier ... Ook Koos van Weringh ....”

De uit zijn as herrijzende Aarts' Almanak zal met Mekka een geduchte concurrent naast zich vinden. Niet omdat de uitgaven zo op elkaar lijken maar omdat er net genoeg overlappingen zijn om je als consument af te vragen of je ze wel allebei moet aanschaffen. C.J. Aarts is zondag vast en zeker in Paradiso.

Van Geel

In de inleiding van Hun gratie is verborgen legt Guus Middag in kort bestek heel helder uit hoe en wanneer de dichter Chr.J. van Geel zijn gedichten publiceerde. Het is meer dan een bibliografie van zijn werken want we krijgen ook informatie over gebeurtenissen als de dood van een vriend (Jan Emmens, 12-12-1971, gisteren dus precies twintig jaar geleden) en het afbranden van zijn huis (11 februari 1972). Van Geel overleed in maart 1974.

Na drie afzonderlijke postume uitgaven en twee postume publikaties in het tijdschrift De Revisor is nu bij De Lange Afstand een keuze uit het nagelaten typoscript "Gedichten I '70' uitgegeven. Van Geel had twee getypte kopieën aan zijn meelezers Jan Emmens en Jan Geurt Gaarlandt gestuurd, die daardoor aan de vlammen ontsnapt zijn. In de kantlijn van de manuscripten stonden verbeteringen en aantekeningen en er waren varianten bijgevoegd. Er zijn verder aanwijzingen dat Gaarlandt een iets latere, veranderde versie in zijn bezit had.

Hun gratie is verborgen bevat negentien gedichten, één van twaalf, zes van twee en één van slechts een regel. Of het aanzetten voor gedichten zijn of dat Van Geel ze al als voltooid beschouwde, is niet uit de "Inleiding' of "Verantwoording' op te maken. Vermeld wordt alleen dat de selectie van Van Geel zelf “een zeer voorlopige status had.”

"Klacht der agressie' bestaat uit één regel: “Ik ben een langzame kogel die bij zijn baas wil blijven.” De aanvankelijke titel was "Kogel', aldus de "Verantwoording'. Het gedicht "Stilleven met wekker' luidt:

De schilder kijkt op zijn stilleven

en ziet hoe laat het is.

Een mooi gedicht, zonder titel is het volgende:

[ ]

Het water was niet diep,

ik zag de schone grond

en stammen die er lagen,

zag troebel wuiven van wie

mij voorging in het rapen.

In Hun gratie is verborgen zijn enkele tekeningetjes van Van Geel opgenomen. Peter Yvon de Vries zette de tekst uit de Kabel en de Baskerville op Zerkall-Büttenpapier. De oplage bestaat uit vijftig gebrocheerde en tien gebonden exemplaren. De gebrocheerde editie kost ƒ 100,- en is te verkrijgen door overmaking van dat bedrag op giro 2700728 van DLA, Postbus 61108, in Amsterdam, ovv de titel.

De Lange Afstand is zondag ook in Paradiso.

Thomése

Deep South & Far West, van P.F. Thomése, het verslag van een autotocht door Amerika, is beter geschreven dan zijn verhalenbundel Zuidland. Thomése is in zijn Amerikaanse reisbeschrijving veel vlotter en spitser. De stijl in Zuidland was vaak zwaar en leunde tegen de Statenbijbel aan. Dat paste goed, zei iedereen, want de Oerhollandse verhalen speelden in de zeventiende eeuw. In Deep South & Far West, oorspronkelijk in afleveringen verschenen in het voormalige weekblad De Tijd, is dat niet zo. De ik-figuur vertelt over een autotocht door een aantal zuidelijke Amerikaanse Staten, samen met een vriend, J. Kessels. Beiden zijn liefhebbers van country & western (Hank Williams!), maar ook van blues- en soulmuziek.

Thomése beschrijft de zaterdagavonden op de strip, de sfeer in bars en nachtclubs, de uitgestrektheid van sommige staten en de Amerikanen die ze tegenkomen: cowgirls, countrysingers, een woedende oud-marinier, Mexicanen. Thomése's bijna terloopse stijl is fantastisch - de auto zoeft over de wegen, overal is muziek en J. Kessels is een onzichtbaar aanwezige, makkelijke reispartner.

Op de laatste bladzijden brengen onze vrienden een bezoek aan Hollywood en beschrijft Thomése twee ondernemingen die ondergetekende drie jaar geleden ook op één dag combineerde, namelijk een tocht door Beverly Hills met behulp van een langs de weg gekochte Homes Of The Stars-map, op zoek naar beroemdheden, en een bezoek aan het Hollywood Memorial Park Cemetery. Ik had meer geluk dan de twee reizigers in Deep South & Far West: ik vond op één dag het voormalige woonhuis en het graf van Rudolf Valentino.

Deep South & Far West is verkrijgbaar door overmaking van ƒ 29,50 op giro 6318695 tnv Reservaat, Heiloo. Uitgeverij Reservaat is zondag ook in Paradiso.