Met Tsjees op strooptocht; Reisverhalen van Cees Nooteboom

Cees Nooteboom: Vreemd Water. Uitg. De Arbeiderspers, 256 blz. Met zwart-wit foto's. Prijs ƒ 49,90 (geb.) ƒ 34,90

Is er een mooiere bezigheid dan kijken? Kijken, erover nadenken en die gedachten opschrijven? Cees Nooteboom heeft van kijken zijn beroep gemaakt. “Ik bedenk hoe ik op dit plein een heel boek zou kunnen maken, kijken, schrijven, (-) maar vandaag mag ik niet schrijven, vandaag moet ik kijken”, noteerde hij in Mexico-stad. Het verhaal, Aankomst in Mexico geheten, is te vinden in Nootebooms nieuwe verhalenbundel Vreemd water.

Overbodig te zeggen dat de bundel reisverhalen bevat (die alle eerder verschenen in Avenue, Vrij Nederland, Elsevier en NRC Handelsblad). Nooteboom is immers een reizende kijker, met de wereld als blikveld. Belangrijk in Vreemd Water zijn de spanning en het contrast tussen heden en verleden, en welke landen lenen zich daar beter voor dan Mexico en Australië? Mexico, dat ooit een hoogontwikkelde mogendheid was onder leiding van de Azteken en nu een Derde-wereldland waar de reiziger nog slechts fragmenten terugvindt van dat rijke verleden. Aan de andere kant Australië, tweehonderd jaar geleden nog het domein van de Aboriginals, nu een Westerse "beschaving', waar de oorspronkelijke Australiërs wegkwijnen in achterbuurten of als treurige stukjes folklore worden bewaard in reservaten.

Nooteboom gaat verder dan louter beschrijven wat hij waarneemt: "slechte wegen, verveloze huizen en opgelapte auto's'. In Mexico probeert de schrijver zich, gezeten op een hooggelegen rots aan de rand van een plaats met archeologische opgravingen, voor te stellen hoe die plek er tweeduizend jaar geleden uitzag. “Niets zag er zo uit als ik het nu zie (-) alles is vervalsing, het sentiment dat ruïnes oproepen vervalst de werkelijkheid zoals het bedoeld was (-) Wat er stond staat er niet meer en wat er staat stond er niet.” Futiele oefeningen in het onmogelijke, noemt Nooteboom die gedachten aan wat er eens moet zijn geweest.

Een ander gevoel van vervalsing van de werkelijkheid overvalt Nooteboom in Australië. “Wat verbaast aan de geschiedenis van dit land is dat het zo vlug gegaan is. Je begint met een schip vol slachtoffers, soldaten en ambtenaren, en twee eeuwen later heb je een land, dan zijn de bergen benoemd, de kadasters volgeschreven, de eerste vestingen monumenten, de onderzoekers en gouverneurs straatnamen, de kerkhoven geruimd (-).”

Reizen

Maar mooier nog dan de verhalen over Mexico en Australië is het gedeelte in de bundel dat de titel De verbeelde wereld meekreeg en dat maar zijdelings te maken heeft met Nootebooms reizen. Hoofdmoot van dit deel vormen de ontmoetingen tussen de schrijver en Umberto Eco, met als absoluut hoogtepunt hun strooptocht langs Amsterdamse antiquariaten, in de hoop voor Eco boeken te vinden over occulte wetenschappen en alchemie. Kennis die hij later zou verwerken in zijn boek De Slinger van Foucault.

Met bewondering voor Eco en gevoel voor humor cijfert Nooteboom - door Eco steevast Tsjees genoemd - zichzelf weg uit deze verhalen om de hoofdrol over te laten voor zijn Italiaanse vriend. Het verhaal eindigt met een vraaggesprek met Eco over De Slinger van Foucault.

De avonturen met Eco worden gevolgd door een aantal even interessante als diverse verhandelingen, waarin (on)bekende mensen en dingen voor de lezer gaan leven; het zijn verhalen over het kerkje van Sint-Anna-Pede - dat Breughel schilderde op zijn "Parabel van de blinden' - over Mary McCarthy, over Ed van der Elsken. Het ontroerendste verhaal is dat over de zwaar gehandicapte Mexicaanse kunstenares Frieda Kahlo en haar echtgenoot Diego Rivera.

Slechts één kanttekening moet worden gemaakt bij Nootebooms kijktalent en dat is dat hij soms te veel ziet. Of beter, dat hij te veel opschrijft. Hij heeft te veel oog voor details en te weinig voor hoofdlijnen. Dit brengt met zich mee dat de schrijver hier en daar iets te nadrukkelijk op zoek is naar stof om over te schrijven. “In Puerto zie ik een bord tussen de winkels met t-shirts: maak een vogeltocht met Michael Malone. Ik verdring mijn weerzin tegen georganiseerde trips en ga naar binnen.”

Overigens komt Nooteboom er regelmatig voor uit dat de veelheid aan impressies nauwelijks te verwerken is, zelfs niet voor een ervaren reiziger. In een ander verband vond hij daar een fraaie uitdrukking voor: “Ik probeer wat ik zie in een of andere gedachte te vatten, maar er is geen beginnen aan.”

Nooteboom toont zich in deze bundel een meester in dergelijke bespiegelingen. Wie bracht ooit beter de tegenstrijdige gevoelens onder woorden van een Westerling die vanuit zijn vliegtuig neerkijkt op het Derde-Wereldland dat hij zojuist heeft verlaten: “Ik weet wat zich daar afspeelt, en ik kan het me niet meer voorstellen.”