Max Brod meer te loven dan te laken

Op 31 oktober 1929, vijf jaar na de dood van Franz Kafka, publiceerde de Vossische Zeitung een vraaggesprek met Dora Diamant, de laatste vrouw in het leven van de schrijver. Het thema was de vraag of Max Brod, Kafka's vriend en bezorger, het vertrouwen van de overledene had geschonden door zijn wens te negeren de literaire nalatenschap "in zijn totaal en ongelezen' te verbranden.

“Kan Brod de indruk hebben gekregen dat Kafka's wens niet serieus was bedoeld”, vroeg de interviewer.

“Absoluut niet”, antwoordde Dora Diamant.

“Persisteerde Kafka gedurende zijn nadagen bij zijn eis?”

“Ja.”

“Heeft Brod wellicht verondersteld dat Kafka's wens door depressieve aanvechtingen was ingegeven?”

“Hoe bedoelt u?”

“Ik bedoel... neemt u mij niet kwalijk, gnädige Frau... leed Kafka in die laatste jaren wellicht aan een vorm van geestelijke verduistering?”

“Nee, hij was volkomen normaal.”

“Zou u zijn wens de nagelaten manuscripten te vernietigen hebben opgevolgd”, vroeg de interviewer.

“Ja”, zei Dora Diamant.

In 1983, negenenvijftig jaar na Kafka's dood, schreef W.F. Hermans: “De vraag Wat zou u gedaan hebben als Kafka u gevraagd had zijn literaire nalatenschap te verbranden? kan in het jubileumjaar een mooi onderwerp voor een prijsvraag uitmaken, vind ik.”

Omdat van die prijsvraag helaas niets terecht is gekomen, heb ik dit probleem voorgelegd aan de expert bij uitstek, Jürgen Born, redacteur van de nieuwe, wetenschappelijke, alle vragen beantwoordende Kafka-editie.

Alle vragen - behalve de bovengenoemde. “Het is een moeilijke vraag”, vindt Born. “Een werkelijk hele moeilijke vraag. Eigenlijk is de vraag onbeantwoordbaar. Je kunt hooguit de argumenten pro en contra inventariseren.”

Laat ik dat eens proberen.

“Het blijft onvergefelijk het vertrouwen van een stervende vriend te schenden” (een tijdgenoot-criticus).

Dat is onzin. Kafka's opdracht dateert uit medio 1918, zes volle jaren voor zijn overlijden.

Was Kafka, met zijn ziekelijke, haast neurotische neiging tot zelfkritiek, wel in staat om de literaire waarde van zijn eigen werk te beoordelen?

Ja, dat kon Kafka uitstekend. Anders had hij ook de rest van zijn oeuvre niet drukrijp bevonden, terwijl er bij zijn overlijden niet minder dan zes boeken van zijn hand verkrijgbaar waren en hij nog op zijn sterfbed de drukproeven van Ein Hungerkünstler heeft gecorrigeered.

Inderdaad, maar de manuscripten hiervan waren hem “met list, overredingskunst, geweld” afhandig gemaakt (Brod).

En deze boeken waren voltooid, anders dan Der Prozess, Das Schloss en Der Verschollene, de "triologie der eenzaamheid' die het hoofdbestanddeel van de nalatenschap vormde. Het feit dat je je onvoltooide boeken eigenlijk als mislukkingen beschouwt, die je niet uitgegeven wenst te zien, is eigenlijk zo dwaas nog niet. Kafka's wens was dus de wens van een perfectionist, niet de wens van een neuroticus.

Maar waarom heeft hij dan uitgerekend Max Brod met dat vreselijke dilemma opgezadeld, de man van wie hij wist dat hij een fanatieke verering voor zijn geschriften had?

Omdat Kafka in stilte hoopte dat zijn wens zou worden genegeerd. Door iemand als executeur-testamentair aan te wijzen “van wie Kafka wist dat deze niet in staat zou zijn zijn werk moedwillig te vernietigen, heeft de schrijver in feite de publikatie daarvan gesanctioneerd, zonder zijn zelfkritiek te hoeven verloochenen' (Ernst Pavel, The nightmare of reason, 1984).

Waarom belastte Kafka trouwens een ander met de vernietigingsarbeid? De schrijver was ongetwijfeld een stoethaspel, die zijn eigen veters niet kon strikken, maar tot het aansteken van een simpele lucifer moet zelfs hij in staat zijn geweest.

Andermaal: omdat Kafka eigenlijk niet wilde dat zijn werk door de vlammen zou worden verslonden.

Samenvattend, het pro en contra inventariserend: er valt aan Max Brod meer te loven dan te laken.

Dat vond uiteindelijk ook Dora Diamant. Haar verzet tegen de postume publikaties was voornamelijk door bezitsdrang ingegeven, schreef zij Brod openhartig. “Zolang ik met Franz leefde, had ik alleen maar oog voor hem en mijzelf. Al het andere deed gewoon niet ter zake. Zijn werk was op zijn best onbelangrijk. En daarnaast was er, zoals ik nu pas begin te begrijpen, de vrees dat ik hem met anderen moest delen. Elke uitlating in het openbaar, elk gesprek zag ik als een geweldige inbreuk op mijn persoonlijk terrein. Alles goed en wel wat ik hier zie, maar ook heel kleingeestig, zoals ik mij sinds kort realiseer.”

Ondanks dit late besef is Dora Diamant, nog steeds niet van haar bezitsdrang genezen, een aantal brieven en manuscripten blijven achterhouden, aldus Ernst Pavel. Zij vielen in 1933 in handen van de Gestapo om uiteindelijk na de oorlog in de archieven van de jonge Duitse Democratische Republiek terecht te komen. Nee, het werk van de "negativist' en "pessimist' Franz Kafka had voor de literatuurwetenschap van de DDR geen hoge prioriteit. Zijn werk was meertijds verboden en als er over "het Trojaanse paard in het kamp der socialisten' werd geschreven, geschiedde dit veelal in streng-afkeurende zin. De betreffende brieven en manuscripten bleven dus ergens in die bomvrije kelder liggen. Daar liggen zij nog steeds, zegt Pavel. Uitgezift en geïndexeerd. En nog steeds onuitgegeven. Gezien de ware cultus die er inmiddels rond de schrijver is ontstaan, een cultus waarin elke snipper papier van zijn hand als de kroonjuwelen wordt gekoesterd, kan dit echter onmogelijk lang meer duren.