Geschrokken van onbegrip; Vietnamezen in hongerstaking voor vrijheid

ALKMAAR, 13 DEC. "Liever dood in Nederland dan levend in- naar Vietnam' staat in rode letters op een van de spandoeken aan de muur van het asielzoekerscentrum in Alkmaar. Twee weken geleden gingen bijna tweehonderd Vietnamezen, verspreid over zeventien centra, in hongerstaking. Met deze actie proberen ze uitzetting naar Tsjechoslowakije of Vietnam te voorkomen.

In Nederland verblijven momenteel 489 asielzoekers afkomstig uit Vietnam. Ongeveer tweehonderd van hen ontvluchtten het racistische geweld in Tsjechoslowakije. De oudste hongerstaker in Alkmaar, de heer Binh (30), ontvangt ons in een karig ingerichte kamer. De zwarte haardossen van zijn lotgenoten: Long, Thanh en Toan steken onder de dekens uit. Binh komt uit een dorp bij Da Nang. In de jaren tachtig ging hij als een van de tweehonderdduizend Vietnamezen naar het Oostblok. “Je was een soort eersteklas burger als je daar naar toe mocht, want je ging meedoen aan de internationale communistische samenwerking.”

Binh werd met veertig Vietnamezen in een autofabriek te werk gesteld als schilder. Hij werkte, zo merkte hij al gauw, meer als dwang- dan als gastarbeider. Een keer werd hij ontslagen wegens kritiek op de autoritaire leiding in een fabriek. Ook daarom wil hij niet terug naar Tsjechoslowakije. Er zijn - ondanks de overwinning van Havel - nog steeds veel communisten die daar macht hebben. En van communisten moet hij niets meer hebben. Hij verwerpt de beschuldiging dat ze slechts "economische vluchtelingen' zijn. “Ik zoek geen welvaart, maar vrijheid.”

Vietnamese arbeiders en studenten, zegt Binh, demonstreerden ten tijde van de communistische ineenstorting in Tsjechoslowakije voor een vrij Vietnam. “We spraken ons uit tegen het monopolie van de communistische partij, tegen de uitbuiting van het volk door het regime.” Ze deelden pamfletten uit, riepen op tot actie en richtten een paar kritische tijdschriften op. “Zeventig procent van de hongerstakers staat op de zwarte lijst van de Vietnamese ambassade”, schat Binh. De Praagse lente sloeg niet over naar Vietnam en tot overmaat van ramp kwamen de skinheads op, die Vietnamezen mishandelden, beroofden of verkrachtten.

Ook daarom wil Binh niet terug naar Tsjechoslowakije, maar bovenal is hij bang voor wat hij "de hel van Vietnam' noemt. “Er is geen vrijheid. Alle autoriteiten zijn corrupt en veel mensen verdwijnen naar strafkampen”, zegt hij. Zoals de vader van Toan, zijn echtgenote die hij in Tsjechoslowakije heeft ontmoet. Een jaar bracht zijn schoonvader wegens "werken voor de vijand' door in een opvoedingskamp.

Binh is geschrokken van het onbegrip en de naïveteit van de Nederlanders, die alles geloven wat het regime in Vietnam zegt. “Justitie kent de werkelijkheid niet”, zegt Binh. “De staatssecretaris zegt dat het veilig is om terug te gaan, maar hoe weet hij dat?” Schaamte om de rol van de Amerikanen in de Vietnamese oorlog heeft volgens Binh de mensen in het Westen blind gemaakt voor de ware aard van de communistische partij in Vietnam.

Een woordvoerder van het ministerie van justitie erkent dat de situatie in Vietnam "nog verre van rooskleurig' is, maar betwijfelt of de asielzoekers bij terugkeer gevaar lopen. Hij baseert zich op informatie van de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties. “Er bestaat een wettelijke bepaling in Vietnam op grond waarvan iemand, die naar een ander land vlucht en daar verblijft met de bedoeling om oppositie te voeren tegen de Vietnamese regering, een gevangenisstraf kan worden opgelegd van 3 tot 12 jaar. Maar voorzover ons bekend wordt deze bepaling niet toegepast.” Uitwijzing naar Tsjechoslowakije is ook geen probleem, omdat dat land zich verplicht heeft geen personen terug te zenden naar Vietnam, die daar vervolging te vrezen hebben.

De fractie van Groen Links verwijst in een gisteren verzonden brief aan de staatssecretaris naar een recent rapport van Amnesty International waarin gewag wordt gemaakt van een groot aantal personen die in Vietnam in detentie wordt gehouden op grond van pogingen zonder toestemming van de regering het land te verlaten. De fractie vraagt uitzetting van Vietnamese asielzoekers - ook naar Tsjechoslowakije - voorlopig te stoppen. Een woordvoerster wijst op de uitspraak van de Tsjechische ambassadeur in Nederland dat “iemand die Tsjechoslowakije op onofficiële manier verlaat geen recht heeft om terug te keren”.

Inmiddels zijn er circa twintig uitgeprocedeerde Vietnamezen naar Praag uitgezet. Twee van hen zouden door wijziging van de Tsjechische wetgeving asiel hebben gekregen. Het ministerie verwacht voor Kerstmis nog twee Vietnamezen uit te zetten. De woordvoerder van justitie verdedigt Kosto's beleid met: “Er zitten duizenden Vietnamezen in Tsjecho-Slowakije, we moeten die stroom blokkeren.”

Gisteren hebben twintig Vietnamese hongerstakers besloten ook niet meer te drinken. Twee vertrouwensartsen die werkzaam zijn in het asielzoekerscentrum in Leusden, hebben Kosto in een brief gewaarschuwd dat op korte termijn voor hun leven gevreesd moet worden. De staatssecretaris is echter niet van plan zich in zijn beleid ten aanzien van de Vietnamese asielzoekers te laten dwingen door de hongerstakers. Wel onderzoekt hij mogelijkheden om de mensen onder dwang voedsel en vocht toe te dienen. Enkele hongerstakers hebben inmiddels een verklaring getekend die medisch ingrijpen niet toestaat. Het ministerie zal de waarde van zo'n verklaring onderzoeken.