Europarlement verward over Unie

STRAATSBURG, 13 DEC. Of de onderhandelingen van Maastricht worden snel overgedaan, òf het Europese parlement laat voorlopig geen nieuwe leden toe. Misschien kan het parlement zo de regeringsleiders dwingen toch meer democratische controle op de besluiten van de nieuwe "Europese Unie' toe te laten. In de wandelgangen van het Europarlement in Straatsburg werden gisterochtend de messen geslepen - en gisteravond bleek hoe bot ze toch gebleven zijn.

Veel parlementariërs lieten merken dat de nieuwe Unie ongeloofwaardig dreigt te worden. Hoe kan West-Europa aspirant-leden uit Oost-Europa op democratisch gehalte beoordelen, terwijl het zich zelf steeds meer onderwerpt aan Raden met onafzetbare ministers en Commissies met technocraten?

Het leidde tot het type resolutie waarin het parlement zich van een van zijn weinige gevaarlijke kanten laat zien: een dreigende bemoeienis met het buitenlands beleid van de EG. Het parlement kan immers associatie-verdragen maken of breken, nieuwe lidmaatschappen weigeren en subsidies aan niet-EG landen tegenhouden.

Tegen de nieuwe Europese Unie van Maastricht werd gisterochtend nog niet zo hoog ingezet. Er moet een nieuwe onderhandelingsronde tussen de lidstaten komen opdat nieuwe leden in een “democratisch en geïntegreerd bestel” zullen worden opgenomen, zo was de wens van het parlement, uitgesproken in een resolutie. Het betrof een compromis-formule, die werd gesteund door alle grote partijen en werd ingediend “namens de commissie institutionele zaken”.

Maar het parlement slaagde er onverwacht niet in om deze bescheiden uitspraak in de annalen vast te leggen. De tekst werd na zes uur debatteren 's avonds om half acht met een stroom ongecoördineerde amendementen zo verminkt dat de politieke steun ervoor volkomen verdween. Het parlement verwierp tenslotte met 122 stemmen tegen en 119 voor zijn eigen compromistekst. Wat een historisch debat over een historisch verdrag moest worden, werd zo een historische afgang. De voorlopige conclusie is dat het Europese parlement nog geen officiële mening heeft over het Unie-verdrag.

Tot het rampzalige moment van de stemming leek alles in orde. De parlementariërs vonden uiteraard dat het nog te weinig nieuwe bevoegdheden had gekregen. Ook was het met de democratische controle nog niet in orde. Gelukkig had raadsvoorzitter premier Lubbers dat al ruiterlijk erkend. “Men kan hier niet mee tevreden zijn.” Het verdrag kent een aantal belangrijke verbeteringen “maar zeker niet voldoende”. De Europese Raad had dan ook afgesproken over een paar jaar het verdrag te evalueren. Dan kan het alsnog “transparant” worden gemaakt en mogelijk uitgebreid, aldus Lubbers.

Op die toon spraken ook de voorzitters van de grote fracties. Cot (socialisten) sprak van een “barokke juridische structuur”; een verdragtekst als een spoorboekje waarin veel overgestapt moet worden. Het was hem allemaal zo onduidelijk dat de socialisten er nog lang geen eindoordeel over konden geven. Klepsch (christen-democraten) sloot zich daarbij aan. De Gucht (liberalen) deed de praktische suggestie om Raad, Parlement en Commissie in een gezamenlijke conferentie het verdrag te laten fatsoeneren.

Moeten bijvoorbeeld de Britse parlementariërs de vergadering uitgezet worden als het parlement spreekt over sociale wetgeving? Het Verenigd Koninkrijk heeft immers deze tak van regelgeving niet op zichzelf van toepassing laten verklaren. Maar de Britse commissarissen en de 81 Britse parlementariërs schrijven en stemmen intussen wel mee aan de concept-verordeningen en amendementen die voor het Europa-zonder-Major zullen gelden. Hoe zit het trouwens met de West Europese Unie, die straks binnen de invloedssfeer van de EG komt, maar zelf ook een parlementaire assemblee heeft. Zijn conclusie was ronduit negatief: nee tegen Maastricht.

Ook de monetaire uitzonderingspositie van het Verenigd Koninkrijk kan nog voor verrassingen zorgen. Als in 1996 besloten wordt of de afgesproken meerderheid van zeven financieel gezonde lidstaten aanwezig is om de ECU in te voeren, telt Engeland dan mee, als het intussen zelf de pond handhaaft? Dat zou vooral pijnlijk zijn als er precies zeven landen zijn en de Britten afhaken - de monetaire unie kan op het vasteland dan niet van start, dankzij de Britten die er geen belangstelling voor hebben. Het zou de Britse reputatie als remmer op de trein versterken.

Commissievoorzitter Delors verdedigde de Sociale-EG-zonder-Major met een verwijzing naar het lot van het Sociale Handvest, waaraan de Britten zich twee jaar geleden ook niet wilden binden. Sindsdien heeft nog geen enkele concept-richtlijn of -verordening van de Commissie de wetboeken mogen halen, dankzij obstructie van de Britten in de Raad van ministers van sociale zaken.

Maar bij veel parlementariërs was toch ook een stille tevredenheid met het succes van Maastricht te bespeuren. Er is een nieuw recht van co-decisie gekomen. Bij een fiks aantal nieuwe onderwerpen kan het parlement straks rechtstreeks met de Raad onderhandelen over amendementen - inplaats van met de Europese Commissie - en het kan desnoods een veto uitspreken als de Raad die amendementen negeert. Namelijk bij: het recht van vestiging (art. 54 e.v.) vrije verkeer van werknemers (art. 49) technisch en wetenschappelijk onderzoek (art. 130 i) investeringen in infrastructuur (artikel A) consumentenbescherming (titel XVIII).

In de praktijk zal het parlement aarzelen om het "negatieve' middel van een veto te hanteren. Veel belangrijker voor de invloed van het parlement is daarom het recht van instemming ("avis conforme' of "assentprocedure' in Euro-jargon), wat betekent dat het parlement actief moet instemmen met een besluit van de Raad. Dat is uitgebreid tot onder meer de volgende nieuwe terreinen: de bestemming van de structuurfondsen bedoeld om het verschil tussen armere en rijkere lidstaten weg te werken (art. 130) het sluiten van internationale akkoorden over onderwerpen waar het parlement al "binnen-Europees' een veto mocht uitspreken of die veel geld kosten (art. 228). Daarover heeft het parlement reële macht gekregen: het EG-EVA akkoord over een "economische ruimte' kan bijvoorbeeld worden verworpen door het parlement.

Ook op minder belangrijke terreinen als het regelen van het reis- en verblijfrecht voor "Europese burgers' (art. B) en de harmonisatie van nationale procedures voor Europese verkiezingen (art. 138) heeft het parlement het laatste woord. Dat kan het parlement een niet te onderschatten politieke invloed geven op besluitvorming. Mocht het parlement ooit de kunst van het politieke management onder de knie krijgen dan kan het nog voor aardig wat opschudding zorgen. Maar zolang het nog struikelt over een resolutie die aandringt op een “nieuwe intergouvernementele conferentie”, lijkt het veel te vroeg voor stoere uitspraken over het blokkeren van nieuwe leden.