Europa; Tussen Maastricht en Minsk

Terwijl de twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap deze week in Maastricht besloten een Europese Unie te vormen, hield de Sovjet-Unie op te bestaan. Verdere eenwording in het rijke Westen van het continent viel samen met desintegratie van de verpauperende, vroegere communistische supermacht in het oosten, waarvoor een "Gemenebest van Onafhankelijke Staten' met als bestuurscentrum de Wit-Russische hoofdstad Minsk in de plaats moet komen.

De nieuwe Europese supermacht wordt de Europese Unie, sprak de Franse president Mitterrand na "Maastricht' triomfantelijk. Ze krijgt volgens hem de middelen in handen om zelfs “de eerste macht in de wereld” te worden.

Mitterrand heeft reden om voldaan te zijn. Hij was het die in mei vorig jaar, samen met bondskanselier Kohl, het initiatief nam om naast de Economische en Monetaire Unie van de EG een Europese Politieke Unie te vormen. Aanleiding was de omwenteling in Oost-Europa en vooral het feit dat de nieuwe democratieën de Europese Gemeenschap als lichtend voorbeeld beschouwden.

Om de Oosteuropese uitdaging aan te kunnen en niet ten onder te gaan in de verwarring die Europa na de Koude Oorlog bedreigde, moesten de Twaalf hun eenheid versterken. "Verdieping' van de samenwerking was de eerste opgave. Daarna kon uitbreiding, "verbreding', aan de orde komen.

Is de Europese Gemeenschap nu klaar voor het Oosteuropese avontuur? De ervaringen van het afgelopen jaar geven geen aanleiding tot optimisme. Waar een eensgezinde houding was vereist op het Europese of mondiale toneel, kwam verlammende verdeeldheid aan het licht.

Tijdens de oorlog in de Golf was een eensgezinde EG-politiek ver te zoeken. In de Joegoslavische crisis bevonden de lidstaten zich bij herhaling op verschillende sporen en leverde bemiddeling van de Europese Gemeenschap niets op. En als het ging om effectieve hulpverlening aan Oost-Europa, hield de ook over deze kwestie verdeelde Gemeenschap haar grenzen gesloten voor "gevoelige' export van de tot de vrije markt bekeerde Oosteuropeanen zoals landbouwprodukten en staal.

Of het met de nieuwe Europese Unie anders zal gaan is de vraag. In elk geval speelt de Europese Gemeenschap als zodanig geen rol bij het Westerse overleg dat volgende week over de situatie in de Sovjet-Unie wordt gehouden. Hier zullen de ministers van buitenlandse zaken van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk, maar zonder Duitsland, om de tafel zitten. Hetzelfde zal gelden voor de door Parijs zo vurig gewenste besprekingen tussen de nucleaire machten in Europa, die mogelijk daarna zullen plaatshebben.

De Europese Gemeenschap zou de aangewezen partner zijn voor Oost-Europa om desintegratie te overwinnen en via samenwerking vrede en welvaart te bereiken. Dat blijft de les die uit de Westeuropese eenwording kan worden getrokken. Ook zou de Gemeenschap een voorbeeld kunnen zijn als het om politieke cultuur gaat. Aan de basis van de eenwording staat het sluiten van compromissen, “de enige beschaafde manier van politiek bedrijven in Europa”, schreef Le Monde naar aanleiding van de Maastrichtse top.

“Maar is de Gemeenschap in staat een gefragmenteerd Europa op te nemen en de stukjes weer aan elkaar te leggen”, vroeg vice-voorzitter van de Europese Commissie Andriessen zich twee maanden geleden af in een inaugurele rede. Hij was hierover niet optimistisch. “Het gaat erom een aangepaste structuur te vinden en te verwezenlijken, uitgaande van de Gemeenschap die daarop in haar huidige vorm niet is afgestemd.”

Over deze kwestie bestaat volgens hem geen eensgezindheid en hij vervolgde: “Over een Gemeenschap met twintig tot vijfëntwintig deelnemers is in politieke kringen nog nauwelijks nagedacht.” De binnenkort te tekenen associatieverdragen met Polen, Hongarije en Tsjechoslowakije en de volgend jaar te beginnen onderhandelingen over toetreding met Oostenrijk en Zweden zullen voor Andriessen nauwelijks gewicht in de schaal leggen.

Lukt het niet de fragmentatie en economische neergang in het Oosten te stuiten en de landen daar uitzicht te bieden op integratie in "het ene Europa', dan kunnen opsplitsing en nationalisme zich tegen de Europese Gemeenschap zelf keren. Nu al zijn in de Gemeenschap partijen sterk in opkomst die hameren op nationale identiteit. “De belangrijkste les van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en van de oorlog in Joegoslavië voor de Westeuropeanen is dat de kracht van het nationalisme nooit onderschat moet worden, ook al beweren politici dat deze overwonnen is”, schreef The Economist onlangs.

De tijd dat de Europese Gemeenschap zich ongestoord tot stabiel en ongenaakbaar baken in Europa kon ontwikkelen lijkt voorbij, toekomstige wereldmacht of niet.