EG: inzet leger bij hulp Sovjet-Unie

BONN-BRUSSEL, 13 DEC. De Europese Gemeenschap wil maandag beslissen over de omvang en opzet van haar bijdrage aan een groot Westelijk hulpprogramma voor de bevolking van de Sovjet-Unie. Bij de feitelijke verdeling (logistiek en controle) zouden dit keer Europese specialistenteams moeten assisteren om te voorkomen dat, zoals vorige winter, teveel hulp "onderweg' verloren gaat.

Dit voorstel heeft kanselier Helmut Kohl gedaan op de EG-top in Maastricht, begin deze week, aan zijn EG-partners en Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie. Er wordt voorshands gedacht aan twintig van zulke teams, van elk 100 tot 200 militairen en transportspecialisten, die vooral zouden moeten helpen bij de doelmatige hulpverdeling ten behoeve van de bevolking van grotere steden als Moskou, St. Petersburg en Kiev. De Duitse regering is bereid tot een grote bijdrage aan de EG-hulp.

Ook Nederland is bereid om militaire middelen in te zetten voor het vervoer en distributie van voedsel en medicijnen in de Sovjet-Unie. Maar minister Ter Beek (defensie) zei vanmorgen in Brussel dat hij huiverig is om militair personeel te laten toezien op de distributie in de republieken van de Sovjet-Unie, omdat hij niet wil dat dit betrokken raakt bij onlusten en rellen in de nieuwe republieken. Nederland heeft een bescheiden luchtcapaciteit maar Ter Beek is bereid ook vrachtauto's in te zetten als daar om zou worden gevraagd.

De EG-ministers van financiën en van economische zaken moeten maandag in Brussel bij de opzet van het hulpprogramma rekening houden met plannen van de groep van de zeven grote geïndustrialiseerde landen (de G-7) en de oproep van de Amerikaanse minister Baker, gisteren, voor een breed Westelijk hulppakket.

De teams voor transporthulp en toezicht zouden uit de grotere EG-landen moeten worden gerecruteerd, liefst uit mensen die Russisch spreken en specialistische kennis hebben. Zij zouden onder leiding moeten staan van Russisch sprekende officieren. In Bonn wordt gedacht aan militairen van de Bundeswehr en de NVA (het vroegere DDR-leger) en personeel van de Bundesbahn en de (Oostduitse) Reichsbahn. “Binnen de teams zouden bijvoorbeeld Franse en Duitse militairen goed kunnen samenwerken, dat sluit aan bij de al bestaande militaire samenwerking in Zuid-Duitsland”(de Frans-Duitse brigade), aldus een regeringswoordvoerder in Bonn vanmorgen.